Financiering: de behoeften van Brusselse KMO’s

BECI en het financieringsplatform Look&Fin onderzochten, via een vragenlijst, de financieringsbehoeften van Brusselse ondernemingen.

Het onderzoek duidt op een significante behoefte maar ook op toegenomen financieringsmogelijkheden sinds de financiële crisis van 2008. De resultaten wijzen op het probleem van de garanties en op de opkomst van nieuwe financieringsmodi.

Het participatieve financieringsplatform Look&Fin bevraagde een representatief staal van ongeveer 200 Brusselse KMO’s die een grote verscheidenheid vertoonden in omzet, aantal tewerkgestelden, maturiteit en activiteitsector.
Ongeveer 40% hiervan heeft tijdens de afgelopen drie jaar een bankfinanciering aangevraagd. In een derde van de gevallen ging het om een bedrag van meer dan 500.000 euro. Drie kwart van de aanvragen waren bedoeld om investeringen in materieel te financieren, of het werkkapitaal van de onderneming. De helft van de ondernemingen die om financiering vroegen, moest waarborgen of borgstellingen voorleggen.

De garanties

De meeste bevraagde ondernemingen hebben de financiering verkregen, maar in 26% van de gevallen moesten ze meer dan een maand, soms zelfs meer dan drie maanden wachten.

Bovendien meldt 15% van de bevraagde ondernemingen dat ze in het verleden al met een geweigerde financiering werden geconfronteerd. De voornaamste redenen die de banken aanhalen om de weigering te rechtvaardigen, staan in verband met de financiële situatie van de onderneming (35% van de gevallen) of het gebrek aan de garanties (eveneens 35%). De vraag stelt zich bovendien of de bedrijven die geen financiering hebben aangevraagd, er ook werkelijk geen nodig hadden. Misschien hebben ze het niet gedaan uit vrees voor moeilijkheden of een weigering. Weliswaar vertonen ook sommige dossiers een aantal tekorten …

Een rem voor de ontwikkeling

Het goede nieuws is dat 95% van de ondernemingen die aan het onderzoek hebben deelgenomen, tevreden is met de samenwerking met hun bank.

Toch vindt een duidelijke meerderheid (59%) dat het vandaag moeilijker is een financiering van de bank te krijgen dan voor de financiële crisis van 2008. 25% van de bevraagde ondernemingen vindt dat een ontoereikende toegang tot financiering hun ontwikkeling afremt. 20% schat deze behoefte boven de 250.000 euro in de volgende jaren.

Alternatieve financiering

Daarom heeft nagenoeg één onderneming op twee (48%) haar behoeften al op een andere manier gefinancierd dan via de banken.

De voornaamste alternatieven zijn, in volgorde, de privé beleggingsfondsen (22%), de kapitaalverhoging (16%), de zelffinanciering (13%), de openbare beleggingsfondsen (7%) en de participatieve financiering (crowdfunding / crowdlending, 6%). Uit het onderzoek blijkt dat betrekkelijk weinig Brusselse KMO’s al een beroep hebben gedaan op participatieve financiering, maar 44% kent het principe. Dit betekent toch dat meer dan de helft van de ondernemingen toegeeft niet op de hoogte te zijn van deze mogelijkheid. Er is dus nog werk aan de winkel.

openbare beleggingsfondsen (7%) en de participatieve financiering (crowdfunding / crowdlending, 6%). Uit het onderzoek blijkt dat betrekkelijk weinig Brusselse KMO’s al een beroep hebben gedaan op participatieve financiering, maar 44% kent het principe. Dit betekent toch dat meer dan de helft van de ondernemingen toegeeft niet op de hoogte te zijn van deze mogelijkheid. Er is dus nog werk aan de winkel.