Wat verandert er op 1 januari?

Nieuwjaar is meer dan een symbolische datum: de dag werd ook gekozen om talrijke hervormingen, wetten en reglementeringen van kracht te laten worden.

Wat verandert er nu concreet op 1 januari, en met welke gevolgen voor uw activiteit? Een summier overzicht:

Versterking van de structurele lastenvermindering: ziehier een van de maatregelen van het Competitiviteitspact. De forfaitaire vermindering van de werkgeversbijdragen (RSZ), die nu al van toepassing is op de werkgevers van de privésector, wordt in drie stappen versterkt op 1 januari 2015, 2017 en 2019. Op elk van deze data neemt de forfaitaire vermindering met 14 euro per werknemer toe (vanaf 1 januari bedraagt ze 480 euro). Tegelijkertijd zal de ‘lageloongrens’ voor de toekenning van een bijkomende trimestriële vermindering op elk van die drie data met 480 euro toenemen. De huidige lageloongrens zal op die manier van 5560,49 naar 6040,49 euro stijgen.

Herziening van de berekening van de sociale bijdragen voor zelfstandigen: vanaf 1 januari 2015 worden de sociale bijdragen van zelfstandigen aan de hand van het inkomen van het lopende jaar berekend, en niet langer in functie van de drie afgelopen jaren. Deze nieuwe berekeningsformule is bedoeld om dichter aan te leunen bij de schommelingen van het inkomen.

Een enkele bemiddelaar voor alle consumptiegebonden geschillen: de wet van 4 april 2014 voorziet een nieuwe buitengerechtelijke regeling van geschillen, waardoor ondernemingen worden verplicht de behandeling van klachten te organiseren, en waardoor de consument, bij uitblijven van een minnelijke schikking, zich tot de Bemiddelingsdienst kan richten. Er bestonden al zes bemiddelingsdiensten, namelijk voor telecommunicatie, energie, spoorwegen, postdiensten, bankwezen en verzekeringen. Met de nieuwe wet worden die samengebracht tot een enkel loket dat belast is met de ontvangst van klachten en de overdracht aan het bevoegd orgaan, tenzij het loket ze zelf behandelt. Dit stelsel wordt op 1 januari operationeel.

Afschaffing van Proton: sinds 1 oktober werd het herladen van Proton kaarten geleidelijk stopgezet. Vanaf 1 januari kan het systeem niet meer voor betalingen worden gebruikt. De ‘elektronische portemonnee’ Proton werd in 1996 door het toenmalige Banksys gelanceerd maar werd doorheen de jaren hoe langer hoe minder gebruikt. Voor handelaars bestaan er nu twee mogelijkheden: Bancontact Mister Cash (waarvan de tarieven voor kleine met de kaarten betaalde bedragen werden verlaagd) of muntjes tellen.

Lancering van het Geregistreerd Kassasysteem (GKS) in de Horeca: vanaf januari zullen de uitbaters van horecazaken het omzetpercentage uit ter plaatse genuttigde maaltijden moeten berekenen. Indien dit aandeel 10% bereikt of overschrijdt, zullen de uitbaters voor het einde van 2015 een GKS met VAT Signing Card (VSC) moeten installeren.

Een nieuw Europees belastingstelsel op elektronische diensten: vanaf 1 januari 2015 zal de btw op bepaalde diensten (elektronische diensten, telecommunicatie, radio en televisie) betaalbaar zijn het EU lidstaat waar de koper woonachtig is. Dat betekent dat de leverancier BTW zal moeten betalen in alle landen waar zijn klanten zich bevinden. Deze formule, die al op B2B relaties wordt toegepast, wordt in feite tot de B2C handel uitgebreid. Om de administratieve lasten te beperken werd in de maand oktober een systeem van mini enig loket (Mini One Stop Shop) in het leven geroepen.

Inschakelingsuitkeringen tot 36 maanden beperkt: deze maatregel werd door de uittredende federale regering beslist, met de bedoeling de inschakelingsuitkeringen (de voormalige wachtuitkeringen) voor jonge werkzoekenden die nog nooit hebben gewerkt, tot drie jaar te beperken. In sommige omstandigheden kan deze periode van 36 maand worden verlengd. De maatregel werd in feite op 1 januari 2012 van kracht, maar de eerste gevolgen worden pas drie jaar later werkelijk voelbaar.

Hervorming van de berekening van het pensioen voor loontrekkenden: vanaf 2015 wordt met het jaar van vertrek met pensioen rekening gehouden om het bedrag van de pensioenuitkering te bepalen. Tot nu toe gebeurde de berekening aan de hand van de twee kalenderjaren die de pensioendatum voorafgingen. Dit kon nadelig zijn voor de persoon die in oktober of november met pensioen vertrok. Bovendien wordt het kalenderjaar als carrière-eenheid vervangen door de voltijdse werkdag (VTE). De volledige loopbaan, die gelijk stond met maximum 45 kalenderjaren, wordt nu omgezet in 14.040 VTE.

Hervorming van het overlevingspensioen: bij vroegtijdig overlijden van de echtgenote/echtgenoot, wordt de leeftijd waarop de weduwnaar/weduwe recht krijgt op een overlevingspensioen progressief verhoogd vanaf 1 januari 2015. De leeftijd van 45 jaar neemt met zes maanden per jaar toe om in 2025 50 jaar te bereiken.

Beperking van de toegang tot tijdskrediet: dit staat in het regeerakkoord van de regering Michel en wordt op 1 januari van kracht. De uitkering voor tijdskrediet zonder reden wordt afgeschaft. Het gemotiveerde tijdskrediet (bijvoorbeeld wegens de opvoeding van kinderen of de bijstand aan een ziek familielid) wordt echter uitgebreid tot maximum 12 maanden. De leeftijd waarop men, tegen het einde van de loopbaan, toegang krijgt tot tijdskrediet, wordt van 55 tot 60 jaar opgetrokken. Uitzonderingsstelsels vanaf 50 jaar worden afgeschaft.

Wenst u meer informatie over één van deze onderwerpen? Contacteer dan onze adviseurs op solutions@beci.be.

 

Dit artikel wordt u aangeboden door Emmanuel Robert, Media Coordinator, op 02.12.2014.

Ook u kunt bijdragen tot de inhoud van onze website en een plaats verwerven als referentie voor onze bezoekers. Deel uw expertise, uw verfrissende ideeën en uw visie met ons. Wij zullen uw tekst rechtstreeks publiceren indien hij beantwoordt aan de behoeften van de Brusselse ondernemingen en als u hem zowel in het Nederlands als in het Frans aanlevert.

Wilt u uw expertise delen met duizenden ondernemers? Stuur dan snel uw voorstel naar newsletter@beci.be.