Openbare aanbestedingen: De gelegenheid om Brussel te saneren

BECI organiseerde, in het kader van de seminaries over openbare aanbestedingen, op 28 februari laatstleden een derde conferentie in verband met de bodemsanering in Brussel.

Het Brusselse Gewest moet sedert de vorige legislatuur een extra inspanning leveren om de vervuilde gronden te saneren. Op basis van een inventaris van alle gronden die bestemd zijn voor huisvesting of gronden die bestemd zijn voor economische activiteiten (19.233 percelen die samen 2.988 ha in beslag nemen), kreeg elk terrein een “vervuilingscategorie” toegekend gaande van 1 (niet vervuild) tot 4 (noemenswaardige, onaanvaardbare vervuiling). De “risicoterreinen” die geen deel uitmaakten van een studie (88 % van de percelen) werden geplaatst onder de categorie 0. Op deze gronden mag niet gebouwd worden en ze mogen ook geen bouwvergunning toegekend worden zonder voorafgaand onderzoek, eventueel gevolgd door afscherming of sanering. 

Analyse van de sanering

43 % van de 3.000 percelen met het label 0, die deel uitmaakten van een studie zullen behandeld moeten worden, zijn al in behandeling of zullen binnenkort behandeld worden. Dit brengt een totale kost van 295 miljoen euro met zich mee. 146 van de 1.285 ha zijn het in het bezit van de overheid. Zij zijn met de openbare aanbestedingen begonnen voor een totaalbedrag van 89 miljoen euro. Dus blijft er nog 920 hectare te behandelen terrein over. Dit komt neer op een bedrag van 750 miljoen euro, waarvan 225 miljoen voor openbare gronden. Dit betekent dat er in de toekomst aanzienlijk veel openbare aanbestedingen toegekend zullen worden. In principe worden de studies en de sanering uitgevoerd op kosten van de vervuiler. In vele gevallen is het echter onmogelijk om de vervuilingen aan een bepaalde persoon toe te schrijven. Voor deze “weesvervuilingen”, worden de kosten van de studies voor een deel gesubsidieerd door het Brusselse Gewest, dat een budget van 1 miljoen euro heeft uitgetrokken voor 2012.

Focus op de Kanaalzone

Via enkele programma’s is de overheid bereid om de sanering van de « weesvervuilingen » te steunen. Het belangrijkste hiervan is “Brussels Greenfields”, dat zich richt op de directe omgeving van het kanaal Brussel-Charleroi. De subsidies worden toegekend krachtens een projectoproep. De subsidies kunnen, naar gelang de kwaliteit van het project, gaan van 50 tot 75% van de saneringskosten, met een maximum van 500 euro per m² en een maximum totaalbedrag van 135.000 euro. Wanneer projecten voor meer dan 50 % van de kosten gesubsidieerd worden en het budget van 135.000 euro overstijgen, maken de saneringswerken deel uit van een openbare aanbesteding. Het Brussels Agentschap voor de Onderneming begeleidt ondernemingen die niet vertrouwd zijn met dit soort procedures. De meeste gekozen projecten hebben een zekere omvang. Maar Greenfields roept ook kleine bedrijven op om ook hun project voor de einddatum, die voorzien is in juni 2013, binnen te brengen.  

Een voor bedrijven soms moeilijke situatie

Ook al is de wil om de gronden van Brussel te saneren zonder twijfel lofwaardig, toch weegt het risico voor bedrijven zwaar door.  De Brusselse economische infrastructuur bestaat vooral uit kleine bedrijven, die niet altijd even goed opgewassen zijn tegen de grote kost die de sanering van een terrein met zich meebrengt. De toepassing van deze ordonnantie levert duidelijk praktische problemen op die opgelost moeten worden als we de Brusselse economie niet willen verstikken. 

Wij volgen dit dossier dus van heel nabij op.

xd@beci.be