De toekomst van de Brusselse economie is in gevaar

De toekomst van de Brusselse economie ziet er alsmaar slechter uit door het stijgend gebrek aan scholing van een groot deel van de jonge Brusselaars.

Ondanks het goede werk van de leerkrachten en directies blijft het aantal jongeren die niet over de basisvereisten beschikken om het op de Brusselse arbeidsmarkt te maken veel te hoog. In 2007 verlieten 29% van de jongeren tussen 18 en 24 jaar in Brussel het onderwijs zonder diploma.

De problemen in Brussel zijn gekend: hoge (jongeren)werkloosheid, hoge schooluitval, teveel zittenblijvers, veel anderstaligen met taalachterstand voor Frans en/of Nederlands, grote concurrentie en niveauverschillen tussen de scholen en ook tussen de netten; het technisch en beroepsonderwijs is vaak pas een 3de keuze terwijl er een tekort is aan vaklui, enz. In zogenaamde "ghettoscholen" hebben leerkrachten vaak 10 tot 20 minuten per les nodig om tucht en orde te handhaven, waardoor over 6 jaar gespreid een volledig schooljaar verloren gaat.Goed bedoelende ouders halen hun kinderen van deze scholen weg en versterken zo nog het ghetto-effect, dat vooral te maken heeft met de sociale achtergrond: een kwart van de bevolking leeft rond de armoedegrens. Statistisch gezien hebben kinderen van ongeschoolde ouders in Brussel zelf ook weinig kans om vooruit te komen. Deze vicieuze cirkels moeten doorbroken worden.

Het onderwijs in België behoort tot de beste in Europa, maar het niveau is niet overal even hoog. Ook binnen Brussel schommelt het onderwijsniveau: er zijn heel goede en heel slechte scholen in de stad. Pisa-studies tonen aan dat de sociale achtergrond van jongeren meer dan in andere landen in de eindresultaten doorklinken: de ontwikkelingskansen in het onderwijs zijn nog steeds sterk gelieerd aan de sociale herkomst. In een stad waar 25% van de bevolking het sociaal en economisch moeilijk heeft, biedt het geen perspectief op sociale mobiliteit, toch één van de basisfuncties van het onderwijs. De kinderen van vandaag moeten morgen niet alleen de economie, maar ook de sociale zekerheid dragen: hoe meer mensen ongeschoold zijn, hoe groter de kans dat ze op een precairniveau van de arbeidsmarkt terechtkomen. Het gevolg zijn lage inkomens waarmee het niet mogelijk is om de welvaartstaat, gezondheidszorg en pensioenen te betalen.

Schadelijk voor de Brusselse samenleving en economie is ook de gebrekkige tweetaligheid van veel jongeren. 80% van de bedrijven hanteren minstens 3 talen in hun contact met klanten. En omgekeerd wordt in slechts 22% van de bedrijven intern maar 1 taal gesproken. Ook de overheidsdiensten vereisen tweetaligheid, om nog maar te zwijgen overde vele internationale bedrijven en ngo's in Brussel. Om het met een boutade te zeggen: als je in Brussel Frans en Nederlands spreekt, heb je werk. Jonge Brusselaars deze noodzakelijke tweetaligheid ontzeggen getuigt van weinig realiteits- en verantwoordelijkheidszin.

Typische grootstedelijke problematieken, de vele anderstaligen en de toename van leerlingen uit kansarme gezinnen zorgen voor een moeilijke situatie voor de kwaliteit van het taalonderwijs.

In sommige Nederlandstalige scholen komt geen enkel kind uit een gezin waar Nederlands gesproken wordt. Het Nederlandstalige schoolnet kent zoveel succes omdat de Brusselaars begrepen hebben dat talen belangrijk zijn. Het gevolg van dit succes is dan dat sommige Nederlandstalige ouders moeilijkheden kennen om hun kind in te schrijven in de school die zij wensen.

1 jonge Brusselaar op 5 gaat naar een Nederlandstalige school en 4 jonge Brusselaars op 5 gaan naar een Franstalige school. 3% van de jonge Brusselaars gaan naar een Europese school. Onderwijs valt onder de bevoegdheden van de Gemeenschappen en de Gemeenten en daardoor heeft het Brussels Gewest zelf geen zeggenschap over hoe en wat er aan de Brusselse jongeren wordt onderwezen. Dit is op zich geen probleem zoals blijkt uit de resultaten en het succes van het Nederlandstalig onderwijs. Het is echter wel noodzakelijk dat de Gemeenschappen zich goed bewust zijn van de demografische, economische, multiculturele en internationale uitdagingen en de noden van de arbeidsmarkt in en rond Brussel. Zij moeten zich als verantwoordelijke partners opstellen, zodat Brussel deze sociaaleconomische uitdagingen aankan.