Het Franstalig onderwijs in Brussel

Het Franstalig onderwijs loopt achter

Het Franstalig onderwijs heeft andere uitdagingen, ook al ziet het het aantal anderstalige leerlingenstijgen, net zoals bij zijnNederlandstalige tegenhanger. Ook het Franstalig onderwijs zal moeten nadenken over de juiste pedagogie om anderstaligen op hetzelfde niveau te krijgen als de Franstaligen. Zij hebben echterniet het bijkomend probleem van het taalbad: in Brussel is het Frans immers de "lingua franca".

Het Franstalig onderwijs moet een inhaalbeweging maken inzake taalverwerving en met name voor het Nederlands. lmmersie-onderwijs is weliswaar een grote stap vooruit, maar is lang niet veralgemeend. Opdat immersie-onderwijs efficiënt zou zijn, moeten stages en uitwisselingen met Vlaanderen en Nederland algemeen ingang vinden.

Het extreem hoge aantal leerlingen dat dubbelt, is zeer duur en negatief voor de ontwikkeling van de kinderen. In Brussel hebben 60% van de kinderen in het Franstalig onderwijs al een achterstand van minstens 1 jaar, 30% hebben minstens 2jaar achterstand. Dit is duur: het kost 350.000.000 euro, of zo’n 6% van het totaal onderwijsbudget.

Veelbelovend is de "gemeenschappelijke eerste graad" naar Fins voorbeeld waarbij alle kinderen tot hun 14dejaar hetzelfde parcours afleggen. We moeten er wel over waken dat het systeem van deeltijds leren en werken daardoor niet ingekort wordt en natuurlijk moet het ook werkelijk een meerwaarde vormen. In elk geval kan dit een halt toeroepen aan het watervalsysteem. Sommige scholen sturen jongeren te gauw naar het technisch en professioneel onderwijs. Het professioneel en technisch onderwijs komt zo vol te zitten met ongemotiveerde jongeren, die vaak al enkele keren een jaar overgedaan hebben, wat voor dit onderwijs dan weer een bijkomendeuitdaging vormt.

Dit heeft als gevolg dat vele Brusselse families hun kinderen liever een jaartje in het algemeen onderwijs laten overdoen dan ze naar dit “tweederangsonderwijs” te sturen, waar ze anders wel een beroep zouden kunnen leren.

Investeringen in een herwaardering van het technisch en professioneel onderwijs moeten deze vicieuze cirkel tegengaan. Een vakman is voor de economie net zo belangrijk als een ICT-specialist.