Het succes van het Nederlandstalig onderwijs

Het Nederlandstalig onderwijs boomt.

De groei van het Nederlandstalig basisonderwijs in Brussel werd uitsluitend gerealiseerd door een spectaculaire toename van het aantal Franstalige en anderstalige leerlingen. Terwijl in 1979 nog 72% van de kleuters en 86% van de leerlingen in het lager onderwijs afkomstig waren uit homogeen Nederlandstalige gezinnen, is dit gezakt tot respectievelijk 9,5% en 13,7% in 2007. Daartegenover staat een indrukwekkende stijging van de kleuters en leerlingen uit homogeen Franstalige gezinnen: in het kleuteronderwijs steeg hun aantal van 6% naar 32% en in de lagere scholen van 2% naar 30%.1 Een volledig vergelijkbare stijging kende de groep homogeen anderstaligen:hun aandeel bij de kleuters steeg van 5% naar 33% en in het lager onderwijs van 2% naar 31%. Het aandeel taalgemengde gezinnen, met één Nederlandstalige ouder, nam licht toe, van 18% tot 25% in de kleuterschool en van 20% tot 25% in het lager onderwijs. De scholen zijn volledig veranderd en het Nederlandstalig onderwijs is een afspiegeling geworden van de Brusselse multiculturele samenleving. In sommige scholen maakt dit het aanleren van het Nederlands eenvoudiger omdat de leerlingen met hun uiteenlopende culturen het Nederlands als lingua franca gebruiken, maar in andere scholen haalt het Frans de overhand.

Nederlandstaligen moeten gegarandeerd toegang hebben tot het Nederlandstalig onderwijs. Niet alleen omdat het voor hen bedoeld is, maar ook omdat een taalonevenwicht hetrisico op gebrekkig leren kan vergroten. Als de gesprekken op de speelplaats, met vrienden, het gezin, de televisie en de sportactiviteiten nooit in het Nederlands gebeuren, lopen kinderen een zeer moeilijk overbrugbare taalachterstand op. Het Nederlands karakter moet bewaard blijven als men wil dat alle kinderen Nederlandskundig worden en over de basisvaardighedenvoor verdere studies in het Nederlands beschikken. Tegelijk moet het Nederlandstalig onderwijs ook nadenken over een taalpedagogie voor anderstaligen, waarmee iedereen Nederlands kan leren op een niveau dat de basiskennis overstijgt.

Het plaatsgebrek wordt alsmaar sterker. We verlangen van de Vlaamse Regering dat ze het aantal plaatsen in het Brussels onderwijs verhoogt. Sommige klassen moeten veel kinderen weigeren omdat ze al 27 tot 28 leerlingen tellen. Het spreekt voor zich dat het succes van het Nederlandstalig onderwijs niet ten koste van de kwaliteit mag gaan. Een dalende kwaliteit treft alle kinderen, ook de Franstalige en anderstalige. Een taalachterstand Nederlands in een Franstalige leefwereld is nefast voor de ontwikkeling van alle andere vaardigheden en kennis in het Nederlands. De Gemeenschappen hebben de verplichting om alle Brusselse kinderen, maar ook de kinderen van expats of economische en politieke vluchtelingen, gelijke onderwijskansen te bieden.

 

1[1] R. JANSSENS, Onderzoek naar de capaciteit van het Nederlandstalig basisonderwijs in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, BRIO, 2009, p. 12