Uitdagingen voor het onderwijs in Brussel

Het Brussels onderwijs zal de volgende jaren met nog heel wat uitdagingen geconfronteerd worden.

Het NIS becijferde dat de Brusselse kleuterscholen op dit moment 51.716 kinderen tellen, het lager onderwijs 83.335 kinderen en het secundair 88.918 leerlingen. Het Federaal Planbureau berekende dat de kleuterscholen, het basisonderwijs en het secundair onderwijs tussen 2000 en 2020 met respectievelijk 45%, 35% en 27% zullen groeien. Dit simpel feit heeft een belangrijk gevolg : de scholen zullen hun onthaalcapaciteit drastisch moeten verhogen. Het demografisch effect alleen al zal in het Nederlandstalig net zorgen voor een bijkomende 3.000 tot 4.500 leerlingen. Nu al zitten de Nederlandstalige scholen vol met bezettingsgraden van 96% (basisonderwijs) tot 98% (kleuteronderwijs). Het Gewest berekende dat er tegen 2015 in Brussel 79 kleuter-, lagere en middelbare scholen moeten bijkomen.

Zowel de kwantiteit als de kwaliteit van het Brussels onderwijsaanbod moeten omhoog. De twee onderwijsnetten moeten in Brussel beide een even hoog niveau halen. Bij de pakken blijven zitten is in elk geval geen optie.

Het algemeen niveau van het Nederlandstalig onderwijs is vrij hoog in Brussel en het scoort nog steeds beter dan het Franstalige net. Tevens draagt het in belangrijke mate bij tot meertaligheid: steeds meer Franstaligen en anderstaligen volgen er school in het Nederlands, terwijl de Nederlandstalige leerlingen uitgebreid in contact komen met het Frans.

Steeds meer ouders kiezen voor het Nederlandstalig onderwijs, dat in Brussel een goede reputatie heeft en goede resultaten kan voorleggen. Anderzijds zijn de Franstalige scholen er tot op heden niet in geslaagd om Nederlandskundige studenten af te leveren. Dit is al jaren een probleem en toch wordt dit niet als cruciaal ervaren.

Pas sinds kort worden er (schuchtere) pogingen gedaan om de achterstand in te halen. 13 scholen van het Franstalige net, dat de meerderheid van de schoolgaande bevolking groepeert (bijna 80%), kozen voor meertalig onderwijs via het zogeheten immersie-onderwijs. De Europese scholen (3%) zijn de enige die daadwerkelijk meertalig onderwijs bieden.

De overheden zijn zich blijkbaar sterk bewust van deze problemen – dat mogen we toch afleiden uit de regeringsakkoorden van vorig jaar – maar we staan nog ver van een radicale bijsturing. Op politiek niveau, en dan vooral aan Franstalige kant, ontbreekt een echte "sense of urgency". Maar het volledig Brussels onderwijs staat voor de drievoudige uitdaging van de demografische explosie, de multiculturele samenleving en de veeleisende tertiaire en internationale arbeidsmarkt. We hebben nood aan een visie en een actieplan.

Net zoals in andere dossiers (mobiliteit, urbanisme) moeten de Gemeenschappen inzien dat samenwerken voor het dossier van het Brussels onderwijs niets minder dan een noodzaak is. BECI wil dat er een “sens of urgency” ontstaat en dat deze uitmondt in de ontwikkeling van een visie en een actieplan. We willen jongeren met een eigen kritische zin, die ook in staat zijn om binnen een moderne economie zelfstandig verder te evolueren en zo een bijdrage te leveren aan het sociaaleconomisch welzijn van de samenleving.