Opmerkingen van BECI over de ruimtelijke ordening van het grondgebied

Opmerkingen van BECI over de ruimtelijke ordening van het grondgebied inzake onroerend erfgoed

ONTWERP VAN ADVIES VAN DE RAAD OVER HET VOORONTWERP VAN DE ORDONNANTIE VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST TER WIJZIGING VAN HET BRUSSELS WETBOEK VAN RUIMTELIJKE ORDENING INZAKE ONROEREND ERFGOED

Door BECI ingediende opmerkingen

Het VBO suggereert aan de Regering om in het begin van de beschermingsprocedure in overleg te voorzien tussen de eigenaar, de administratie en de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, dat moet uitmonden in een principeakkoord over het voorwerp en de modaliteiten van de bescherming. Dit voorafgaande principeakkoord laat de betrokken partijen toe om vanaf het begin te weten welke elementen bewaard moeten worden en welke de renovatiemogelijkheden zijn. Deze procedure zou de aanvrager meer economische en juridische zekerheden bieden.

Het VOB betreurt ook dat het voorontwerp geen aanleiding heeft gegeven tot een grondige herziening van het verplichtende karakter van het advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen (procedure met bindend advies). Het zou dit advies liever beperkt zien tot een raadgevende functie. Uit de ervaring blijkt dat het delegeren van een verantwoordelijkheid die eigenlijk de politiek toekomt, aan een – zelfs competente – specialistencommissie niet aangewezen is en vaak voor juridische onzekerheid zorgt. Het VOB vindt dat de bevoegde overheid de eindbeslissing moet kunnen nemen. Op zijn minst pleit het ervoor dat deze procedure met bindend advies enkel voor “opmerkelijk” erfgoed zou gelden.