Nota met opmerkingen over de stedenbouwkundige lasten

Nota met opmerkingen over de stedenbouwkundige lasten

BESLISSING VAN DE REGERING VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST VAN 12 JUNI 2003 OVER DE STEDENBOUWKUNDIGE LASTEN

Synthese van de bezwaren van de BVS, de CNC, het VBO en de Federatie van Belgische Parkings, die de Raad van State verzoeken de beslissing ongedaan te maken.

ALGEMENE OVERWEGINGEN

Door het brede toepassingsveld en de algemene toepassingscriteria vormt het besluit een aanzienlijke bezwarende factor voor de investeringskost van vastgoed, die bijna alle strategische of representatieve sectoren van het Brusselse economische weefsel treft.

Het beoogt de dienstenactiviteiten, de productie van immateriële goederen, alle soorten handelszaken en de hotels. Ook de parkings die voor het publiek toegankelijk zijn vallen hieronder. Dit zijn investeringen van algemeen belang die een vlottere doorstroming in de stad verzekeren en instrumenten vormen van een stedelijk mobiliteitsbeleid dat gebaseerd is op de complementariteit van de openbare en individuele transportmiddelen.

De grote moeilijkheden in de huidige economische context maken dat dit soort afhouding op de investering uitermate ongelegen en contraproductief is. Vooral als we letten op de inspanningen die de ondernemingen leveren om hun concurrentievermogen en de werkgelegenheid te behouden.

Dit initiatief – van fiscale aard – van de Gewestregering gaat helemaal in tegen de werkgelegenheidsdoelstellingen die de federale en gewestelijke overheden verwachten van de ondernemingen en die ook het onderwerp van de Conferentie voor Werkgelegenheid uitmaken.

Het dringend karakter van deze situatie brengt de vertegenwoordigende organisaties ertoe om dringend te verzoeken dit besluit weer in te trekken.

De vier organisaties benadrukken dat er dringend rekening gehouden moet worden met de volgende opmerkingen omwille van het retroactieve effect voor de lopende vergunningen en de uitgevoerde lasten als de Raad van State het besluit eventueel ongedaan zou maken.

SPECIFIEKE OPMERKINGEN

1. De lasten zijn exorbitant hoog: de berekeningswijze is lineair en hangt af van het bebouwde aantal vierkante meter, onafhankelijk van de context van de investering. Dat maakt dat de lasten op een taks lijken en het gaat in tegen het proportionaliteitsprincipe. Het verband tussen de lasten en het vastgoedproject mag niet alleen van de bebouwde oppervlakte afhangen, maar moet ook rekening houden met andere factoren, zoals de geografische ligging van het project, de andere taksen die geheven worden, de omvang van de procedures waaraan het onderworpen is. Het tarief waarin het besluit voorziet mag alleen op de maximale bedragen slaan en het toe te passen bedrag voor een voorziene investering moet bepaald worden op basis van de omstandigheden en kenmerken.

2. De investeerder moet het totaal bedrag van de lasten op voorhand kunnen weten. Dat kan niet indien het besluit “bijkomende” taksen bovenop het voorziene barema mogelijk maakt. De mogelijkheid om bijkomende lasten te eisen moet verdwijnen uit deze beslissing omdat de investeerder hierdoor overgeleverd wordt aan de willekeur van de overheid die de vergunning uitreikt en dit voor zowel de betrokken projecten als voor de omvang van de lasten. Enkel een “voorspelbaar karakter” van de taks kan de procedure enige juridische zekerheid bezorgen. Een argumentatie van de beslissingen dringt zich op, net zoals het meedelen in de vergunning van de opgelegde lasten waardoor deze ook door derden gekend zijn.

3. De aanvrager van de vergunning moet, onafhankelijk van de procedure voor de stedenbouwkundige vergunning, in beroep kunnen gaan tegen de beslissing die de lasten bepaalt.

4. De kostprijs van de vastgoedoperaties verhoogt ook door het stijgend aantal bankgaranties die vereist zijn op het vlak van stedenbouw en leefmilieu. Vooral in Brussel wordt dit onhoudbaar. Dit moet binnen een globaal kader opnieuw bekeken worden.

5. Het gratis overdragen van woningen in de plaats van stedenbouwkundige lasten moet afgeschaft worden. Dit is een overdreven inbeslagname van eigendom en gaat ook helemaal in tegen het proportionaliteitsprincipe omdat er bij het bepalen van de lasten geen rekening gehouden wordt met de waarde van het vastgoed.

6. Er moet grondig nagedacht worden over het aan elkaar koppelen van de stedenbouwkundige lasten en de wetgeving over de openbare aanbestedingen.

7. In verband met de parkings eisen de uitbaters van publieke parkings dat, omwille van het algemeen belang, de stedenbouwkundige lasten waarin de beslissing voorziet, afgeschaft worden – en tegelijkertijd – ook de discriminatie ten opzichte van de transitparkings.

8. De nieuwe beslissing moet in overgangsmaatregelen voorzien. Het kan niet dat er nieuwe lasten opgelegd worden voor vergunningsaanvragen die ingediend werden vooraleer het besluit van kracht werd.

9. In verband met het fiscaal karakter van de stedenbouwkundige lasten moet elke dubbelzinnigheid verdwijnen.

8 oktober 2003.

Bijlage: "Het standpunt van de vastgoedpromotoren in verband met de filosofie en de modaliteiten van de stedenbouwkundige lasten zoals voorzien in de nieuwe beslissing van 12 juni 2003 van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest: uiteenzetting van dhr. Jean THOMAS, Voorzitter van de BVS.