Persbericht - 03.05.2017

Bijna 1 op 5 werknemers en werkgevers ongerust over ‘Wet Peeters’

Eensgezindheid over maatregelen werkbaar werk, minder over aanpak wendbaar werk

Bijna een vijfde van de werknemers en werkgevers* in ons land maakt zich zorgen over de wet ‘Werkbaar en Wendbaar werk’ van Minister van Werk Kris Peeters. Vooral grote bedrijven en werkende Belgen ouder dan 35 zijn er duidelijk minder gerust in. Het valt op dat werkgevers en werknemers het overwegend eens zijn over maatregelen voor werkbaar werk die ze graag doorgevoerd willen zien en ook praktisch haalbaar vinden. Dezelfde eensgezindheid gaat minder op voor maatregelen zoals de plusminusconto en het annualiseren van de arbeidsduur, die de flexibiliteit ten goede komen.

Eerder dit jaar keurde de Kamer het wetsontwerp ‘werkbaar en werkbaar werk’ goed. Deze maatregelen, die tot meer flexibiliteit op de werkvloer en een betere balans tussen werk en privé voor de werknemers moeten leiden, oogsten heel wat kritiek van werkgevers -en werknemersorganisaties. Hoe kijken werkgevers en werknemers op de werkvloer naar de aanpak van wendbaar en werkbaar werk? Tempo-Team legde eind verleden jaar een hele reeks mogelijke maatregelen voor wendbaar en werkbaar werk voor aan een representatieve steekproef van werkgevers en werknemers. Uit deze bevraging blijkt dat bijna 1 op 5 Belgische werkgevers en werknemers zich zorgen maakt over werkbaar en wendbaar werk. Vooral bij grote bedrijven en werkende Belgen ouder dan 35 heerst ongerustheid.  Die laatste groep geeft zelfs dubbel zo vaak aan dat de wet ‘Werkbaar Werk’ hen zorgen baart in vergelijking met hun jongere collega’s tussen 18 en 34.

Bovendien vindt 40% van de werkgevers en 43% van de werknemers het niet haalbaar om het hele pakket maatregelen toe te passen in hun bedrijf.

Nu de wet een feit is neemt de ongerustheid niet af. Voor heel wat bedrijven en werknemers is het onvoldoende of niet duidelijk hoe de nieuwe regelgeving moet omgezet worden in de praktijk. Het werk dat hierbij komt kijken valt niet te onderschatten. Meer informatie, overleg en concrete stappen zijn daarom, zowel op het niveau van de bedrijven, als binnen het sociaal overleg en op regeringsvlak, dringend nodig,” aldus Marina Willecomme, HRM Tempo-Team.

Werkgevers en werknemers behoorlijk eensgezind

De resultaten van het onderzoek tonen aan dat werkgevers en werknemers het over een aantal maatregelen nagenoeg eens zijn. Zo zetten beiden loopbaansparen, occasioneel telewerk en de vrijwillige overuren in hun top 3 van meest gewenste maatregelen om werk werkbaarder te maken.

Hetzelfde geldt voor de haalbaarheid van een aantal maatregelen. Zo vinden zowel werkgevers als werknemers vrijwillige overuren (74%), occasioneel telewerk (73%) en loopbaansparen (65%) de meest haalbare maatregelen.

 “Met deze nieuwe wet krijgen zowel werkgevers als werknemers het lang verwachte antwoord op een aantal behoeften op de werkvloer.  Een aantal van deze wijzigingen werden al voor het goedkeuren van de wet door werkgevers ingevoerd op de werkvloer en gedoogd door de sociale inspectie. Maar het is nu hoog tijd om de wetgeving verder te actualiseren en te concretiseren en hierbij al proactief te anticiperen op nieuwe ontwikkelingen en veranderingen van socio-economische aard,” aldus Stefan Nerinckx, advocaat gespecialiseerd in arbeidsrecht.

Werkgevers meer pro

Werkgevers vinden alle bevraagde maatregelen over het algemeen haalbaarder dan werknemers. Bovendien zien ze - in tegenstelling tot de werknemers - de plusminusconto (resp. 28% vs. 14%), de annualisering van de arbeidsduur (resp. 26% vs. 12%) duidelijk meer zitten. Daarentegen geven werknemers dan weer sterker de voorkeur aan loopbaansparen (resp. 57% vs. 39%). Het aantal werknemers dat het hele pakket maatregelen de rug toekeert is twee keer zo groot als het aantal werkgevers dat liever geen enkele maatregel gerealiseerd ziet.

Ook geven oudere werknemers tussen 35 en 49 bijna twee keer vaker dan hun jongere collega’s tussen 18 en 34 aan dat ze geen nieuwe regelgeving willen (resp. 9% vs. 18%). Daarnaast zijn de werkenden ouder dan 35 ook opmerkelijk meer gewonnen voor de annualisering van de arbeidsduur dan jongere werknemers (resp. 18% vs. 11%). Die laatste groep geeft dan weer vaker de voorkeur aan telewerken (resp. 50% vs. 40%).

Tenslotte is occasioneel telewerk populairder bij grote bedrijven dan bij KMO’s (resp. 48% vs. 39%).

“Het is belangrijk om de maatregelen voor werkbaar en wendbaar werk à la carte af te stemmen op elk bedrijf. KMO’s verschillen immers sterk van grote bedrijven en ook tussen sectoren onderling zijn er verschillen,” besluit Marina Willecomme.

Bron: Tempo Team

_______________________

*Dit blijkt uit de bevraging van een representatieve steekproef van 1050 werkgevers en werknemers. Het onderzoek werd eind 2016 uitgevoerd door een onafhankelijk onderzoeksbureau in opdracht van Tempo-Team. De maximale foutmarge van het onderzoek is 3,4%. De steekproef werd bevraagd over de wenselijkheid en haalbaarheid van een aantal maatregelen voor werkbaar en wendbaar werk waarvan de meeste vandaag deel uitmaken van de zgn ‘Wet Peeters’:

Werkbaar werk

  • Uitzendcontracten van onbepaalde duur: mogelijkheid om contracten van onbepaalde duur af te sluiten
  • Ad hoc telewerk: occasioneel thuis werken
  • Loopbaansparen: maakt het mogelijk om tijdens de loopbaantijd bepaalde vakantie- of recuperatiedagen op te sparen die op een later moment als verlof kunnen opgenomen worden
  • Vrijwillige overuren: vrijwillige keuze - in overeenkomst tussen werkgever en werknemer - om extra overuren te presteren zonder recuperatie, maar uit te betalen als overuren of op de loopbaanrekening te zetten,
  • Niet bevraagd: glijdende uren, zorgverlof en opleidingsinspanningen

Wendbaar werk

  • Plusminusconto: de mogelijkheid om de gemiddelde arbeidsduur over een aantal jaren te berekenen. 
  • Annualiseren van de arbeidsduur: in het kader van artikel 20bis van de arbeidswet van 16 maart 1971 wordt de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van 38 uren niet langer per trimester maar op jaarbasis berekend
  • Niet bevraagd: deeltijdse arbeid en werkgeversgroeperingen

Andere bevraagde maatregelen die niet opgenomen werden in de ‘Wet Peeters’

  • Mobiliteitsbudget: te bepalen door de wetgever
  • Statuut autonome werknemer: een mogelijk statuut tussen werknemers en zelfstandige in, met vergoeding o.b.v. het resultaat i.p.v. loon voor gepresteerde uren
  • Transitievergoeding: alternatief voor de opzegvergoeding waarbij de werkgever een ontslagen werknemer aan een nieuwe job helpt, bijv. via outplacement
  • Arbeidscontracten zonder specifieke werkregeling: voor bijv. intellectuele en creatieve functies waarbij het resultaat belangrijker is dan de gepresteerde uren: voor deze contracten gelden regels van arbeidsuur niet
  • Nachtwerk vanaf 22 uur: nachtwerk start pas vanaf 22u en niet vroeger