Persbericht - 31.01.2017

Ergens een piloot in dit vliegtuig? BECI eist dringende maatregelen voor de Brusselse mobiliteit

Er ontbreekt de federale overheid nog 800 miljoen om een oeroud dossier eindelijk rond te krijgen: het GEN. De Brusselse Minister van Mobiliteit Pascal Smet is een van de weinigen die dit nog grappig vinden: “Le RER ? Le réseau éternellement retardé !”

Het Journaal van de RTBF haalde gisteren uit zijn archief een interview van de voorzitter van de Kamer voor Handel en Nijverheid van Brussel. De man hamerde zwaar op de noodzaak van het GEN. Deze voorzitter was… Raymond Lacourt, in 1992! 25 jaar geleden! Hoeveel heeft het uitblijven van het GEN ons ondertussen gekost? Was er ooit één politicus die dit dossier in de goede richting heeft willen duwen? De verstarring kost het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een half miljard per jaar en ons land waarschijnlijk viermaal meer.

“Wij verheugen ons om de eerste (aarzelende) stappen van de federale overheid ten gunste van een mobiliteitsbudget”, stelt Thierry Willemarck, de huidige voorzitter van BECI. Dit is een eerste gebaar in de richting van de actieve bevolking, en dan voornamelijk al diegenen die over een bedrijfswagen beschikken en die, ten onrechte, gezien worden als de enige schuldigen voor de verkeersoverlast. “Dat klopt niet: dit vraagstuk is veel complexer”, stelt met klem de baas der Brusselse bazen. De ‘salarisvoertuigen’ vertegenwoordigen slechts 8% van het wagenpark, zijn de minst vervuilende auto’s op de markt, rijden amper meer dan privé-wagens en zouden in 80% van de gevallen door minder performante voertuigen worden vervangen. “Voor ons is geen onderwerp taboe, maar dan moet ook alles in detail worden onderzocht”, verklaart BECI.

Bovendien oordeelt BECI dat “een doordachte kilometerheffing een absolute noodzaak is geworden.” Die heffing belast eerder het gebruik dan de eigendom van de wagen. Het principe is eenvoudig: hoe drukker de weg, hoe duurder de toegang. Dit geldt ook voor de ecologische voetafdruk: “Hoe minder de wagen voor het (voornamelijk stads-) verkeer is geschikt, hoe duurder het wordt om er mee te rijden”, licht Thierry Willemarck toe. Dit is een alternatief aan de proliferatie van vignetten die de steden aan gemotoriseerde weggebruikers willen opleggen. “Binnenkort krijgen we zoveel stickers op de voorruit dat het gevaarlijke rijden wordt”, schertst de voorzitter van BECI. Het concept bestaat er dus in de verscheidene heffingen op de aankoop van een voertuig af te schaffen, om ze te vervangen door een heffing op het gebruik, naargelang van het model.

Laten we ook de infrastructuur en het aanbod aan openbaar vervoer in Brussel bespreken. “Toen, een jaar geleden, de tunnels dichtgingen, eisten alle politieke partijen eenstemmig een gewestelijk mobiliteitsplan”, herinnert zich Thierry Willemarck. “Een aantal symposia en rondetafelgesprekken later beschikken we over een schets van een project van duurzaam ontwikkelingsplan dat niet echt op de meest recente cijfers berust”, stelt BECI vast. Neem nu het vraagstuk van de parkeerplaatsen: niemand schijnt in staat te zijn het correcte aantal ervan te berekenen, al was het maar omdat vele Brusselaars hun garage als een kelder of een zolder gebruiken. “Maar dan krijgen we weer te horen dat binnenkort 60 000 parkeerplaatsen op de openbare weg worden afgeschaft en dat abonnementen in openbare parkings weldra worden verboden…”, zegt de verbaasde voorzitter van BECI.

BECI ontmoet eerstdaags de Brusselse Minister Pascal Smet rond een aantal bijzonder lijvige dossiers. De Minister van Mobiliteit staat aan het roer van een schip dat (voorlopig nog) niet zinkt onder een bijzonder zware vracht. Een overzicht: de Reyers-Meiser as en de vermindering van het aantal rijstroken waar de E40 de stad binnenrijdt; de uitbreiding van de metro naar het noorden (en daarna naar het zuiden?); het taxiplan, dat de weg zou moeten effenen naar nieuwe vormen van betalend vervoer; de toekomst van de tunnels in de vijfhoek; de lijn 9 naar de VUB, waarvan de werken dagelijks vertraging oplopen; het Rogierplein, symbool van de gewestelijke stedenbouwkundige visie; de parkeergeleiding, die 20 jaar achterloopt op andere steden; de beveiligde fietspaden en hun netwerk vanuit de rand; de ontradingsparkings, die ook al 20 jaar geleden werden beloofd … Alleen bekwame mannen en vrouwen die dergelijke uitdagingen aankunnen, zullen met doortastende oplossingen op de proppen komen. Mogen we dit van de heer Smet verwachten?