Persbericht - 25.08.2016

De wet alleen biedt geen oplossing

Sinds een jaar beleven we dramatische gebeurtenissen. Niemand, de politieke klasse incluis, was voorbereid op het onvoorstelbare: aanslagen, die tot nu toe enkel voorkwamen in oorlogslanden, gebeuren nu ook in onze eigen steden. 

Terwijl de nabestaanden en de gewonden proberen om op een of andere manier de draad van hun leven opnieuw op te nemen, hanteert het maatschappelijk middenveld, of op zijn minst een deel ervan, een steeds radicaler discours en extremere houding: afwijzingen, onbegrip, racisme, islamofobie... 

Het politieke antwoord liet niet op zich wachten: er werd maximaal ingezet op veiligheid, met het gerechtelijk apparaat als ruggensteun om deze veiligheidsmaatregelen wettelijk in te kleden. We kunnen dit alleen maar toejuichen, veiligheid is en blijft een topprioriteit.

Maar de debatten rond de boerkini (waarover ik niet wil uitwijden) tonen overduidelijk aan dat de politieke antwoorden vooral van juridische aard zijn. De politiek houdt krampachtig vast aan de rechterlijke macht die ze beschouwt als de enige uitweg, het enige antwoord op sociale problemen die er al waren, maar die nu extra worden benadrukt, zich verder kristalliseren en steeds grotere proporties aannemen.

Welk probleem zich ook voordoet, er wordt steeds teruggegrepen naar wettelijke bepalingen. En als de wet niet bestaat, wordt ze snel-snel gecreëerd, want dan zijn alle problemen van de baan, toch? Het debat over de ontneming van de nationaliteit is een ander sprekend voorbeeld van deze aberrante manier van denken. Alsof een kamikaze die beslist om zichzelf de dood in te jagen, zich ook maar enigszins zou bekommeren om zijn nationaliteit. Boerkini? Snel even kijken wat de wet hierover zegt!

Wanneer problemen gelinkt aan culturele of religieuze diversiteit of diversiteit in het algemeen de kop opsteken, is het steeds de wet die naar voren wordt geschoven.

Uiteraard moet er een wettelijk kader zijn. Het stelt collectieve grenzen, en het is zelfs een zegen voor iedereen die zichzelf niet in de hand heeft en er niet voor terugdeinst om anderen in gevaar te brengen.

Maar de wet alleen biedt geen oplossing voor de problemen waarmee we al geruime tijd worden geconfronteerd en die de voedingsbodem vormen voor salafisten of "Islamitische Staat."

Ze zal onze problemen niet oplossen omdat deze situatie architecten vraagt die oplossingen kunnen creëren, dat wil zeggen, die acties op touw kunnen zetten. En ja, dat vergt tijd, dat vraagt moed, dat vraagt om een collectieve visie op lange termijn, wars van alle mogelijke vormen van demagogie...

Dit vereist innovatieve oplossingen voor structurele problemen, waarbij een deel van de bevolking uit de boot valt, hetzij door onze eigen sociale structuren, hetzij door de invloed van salafistische strekkingen.

We moeten komaf maken met ons discriminerende schoolsysteem dat te kampen heeft met schooluitval en voortijdig schoolverlaten; ieder jaar geven 15 tot 20% van de leerlingen er de brui aan nog voor ze een diploma hebben behaald.

We moeten een echte toekomst bieden aan de 50% werkzoekenden in Brussel, die enkel beschikken over een diploma secundair onderwijs, en waarvan bijna 30% niet verder geraakt is dan het lager secundair. We moeten hen, en misschien wel hen in het bijzonder, middelen aanreiken om kritisch te leren denken en opgewassen te zijn tegen de invloed van strikte, religieuze groeperingen.

Maar zouden we ons daar wel mee moeien? En waarom niet? Omdat dit raakt aan het privéleven? We nemen deze houding al 50 jaar lang aan, en degenen die zich hier wél mee bezig houden zijn degenen met voldoende financiële middelen om dit te doen, met name de wahabieten... Met de gekende resultaten tot gevolg...

We kunnen dezelfde lijn doortrekken voor de ondernemingen. Ook hier is het niet de rechterlijke macht die de diversiteitsproblematiek gaat oplossen; de wet is de afgelopen 35 jaar voldoende uitgebreid, en de resultaten zijn nog steeds even pover.

Enkel architectonische acties die rekening houden met de bedrijfscultuur kunnen leiden tot een grotere diversiteit. En laat ons niet vergeten dat discriminatie, in al zijn gradaties, een collectief maatschappelijk verschijnsel is, dat actie vereist in alle geledingen van de samenleving. Alleen zo kunnen we van diversiteit een integraal succesverhaal maken. 

Dit omvat ook alle gezamenlijke acties die de burgersamenleving kunnen binden en verbinden als geheel. Waar open gaten zijn, moeten we bindmiddel en bouwstenen aandragen om alles te dichten. We moeten ons verbinden met anderen, en degenen die zich uitgesloten voelen aan ons linken. We moeten architecten worden, geen juristen.

En tot slot nog dit ter informatie: de puristische strekkingen van de islam, waartoe de salafisten behoren, hebben één ding gemeen: een juridische benadering van de islam. In deze visie wordt het leven gereglementeerd door de principes van halal (wat wettig is) en haram (wat onwettig is)… Is dit het maatschappijmodel waar we naartoe willen?

 

Hayate EL Aachouche, Socioloog, Adviseur bij Beci (Kamer van Koophandel en de Vereniging van Ondernemingen in Brussel)