Persbericht - 05.10.2017

Hoe ver staan we met metrolijn 3?

Is Brussel nog in staat om grootschalige projecten uit te voeren?

Wat het Nationaal Stadion, het NEO project en de ontwikkeling van het Zuidstation gemeen hebben? Al deze aangekondigde projecten riskeren op niets uit te lopen of te verzanden. Talrijke redenen kunnen dit veroorzaken. De vraag is of het metroproject hetzelfde lot tegemoet gaat. Beci vraagt aan alle spelers in dit dossier bij zinnen te komen en het project op een doordachte, becijferde en redelijke manier te beheren.

Het is van groot belang dat wij in Brussel het vermogen in stand houden om grote projecten te ontwikkelen”, stelt Beci voorzitter Thierry Willemarck. “De regering bestudeert een industrieel ontwikkelingsplan. En dat juichen we toe. Maar hoe geloofwaardig is een dergelijk plan als wij tegelijk niet in staat zijn om zeven metrostations te bouwen?”

Verder verklaart Thierry Willemarck: “Wij zijn voorstander van een uitbreiding van het metronetwerk, want die beantwoordt aan de mobiliteitsbehoeften in het Gewest.” Beci gedelegeerd bestuurder Olivier Willocx vindt dat “sommigen dit debat vrij karikaturaal aanpakken, met vergelijkingen tussen tram en metro of tussen pendelaar en Brusselaar. Dit is nonsens. Ons openbaar vervoer op een geïntegreerde manier ontwikkelen, dat wordt de ware uitdaging!

Problematisch is vooral de ontoereikende communicatie van de regering over dit project”, aldus de voorzitter van Beci. “Waar blijft de sociaaleconomische analyse? Hoe zit het geheel budgettair en financieel in elkaar? Wat zijn de termijnen? Antwoorden op zulke vragen moeten dringend worden gegeven om de besprekingen een concrete wending te geven. Wat weten we nu eigenlijk? Dat de bouw van een metrolijn duurder uitvalt dan een tramlijn. Maar dat is een waarheid als een koe. We weten ook dat de exploitatiekost per passagier lager ligt voor een metrolijn dan voor een tram of een bus. De commerciële snelheid van de metro op een wekelijkse basis bereikte in 2016 28 km/u, vergeleken met 16 km/u voor de tram en 16,1 km/u voor de bus. Tijdens de spits daalt deze snelheid respectievelijk tot 26,9 km/u, 15,3 km/u en 14,8 km/u.”

“De metro biedt duidelijk heel wat troeven”, stelt Olivier Willocx vast. “Sommigen tegenstanders hanteren verdachte ‘goede’ redenen. De metro zou bijvoorbeeld onvoldoende bijdragen tot de verschuiving tussen vervoerswijzen. Een dergelijke verschuiving komt inderdaad niet op een evenwichtige manier tot stand via een enkele maatregel, maar door een combinatie van ingrepen: het mobiliteitsbudget, een intelligente kilometerheffing, ontradingsparkings, beveiligde parkings voor fietsen en dit alles zorgvuldig geïntegreerd met de netwerken in de rand.”

“Regelmatig komt het concept van een stadstol weer op de voorgrond”, zegt Thierry Willemarck. “Een dergelijke maatregel zou een heleboel ondernemingen en banen aanzetten om Brussel te verlaten. Zoiets draagt ook niet bij tot een duurzame mobiliteit maar verplaatst het probleem van de verkeersoverlast naar de rand van Brussel. Dit is geen oplossing: ondernemingen zullen vertrekken maar de luchtvervuiling houdt geen rekening met gewestelijke grenzen. De uitbreiding van de metro is een van de betere oplossingen. Laten we die niet verkwisten.”

 

Voor meer info:

Olivier Willocx - 0475 51 31 58 - ow@beci.be