De handel ook na de Brexit beschermen

23 januari 2018 om 10:01 | 423 weergaven

©Thinkstock

Op 11 december namen zeven Europese kamers van koophandel, waaronder Beci en Voka, een uitzonderlijk initiatief met een gemeenschappelijke oproep gericht tot de onderhandelaars van de Brexit. Zij werden aangespoord om een overeenkomst te bereiken die de handelsbelangen aan beide kanten van het Kanaal zou vrijwaren. Toch moeten bedrijven die met Groot-Brittannië samenwerken, zich voorbereiden op een andere vorm van de relatie.

Begin december bereikten de Europese en Britse onderhandelaars een compromis dat de weg effent naar een tweede fase van de Brexit-besprekingen. Het ziet ernaar uit dat wij voortaan een ‘geordende’ uittreding van Groot-Brittannië tegemoet gaan, na een overgangsperiode die tot in 2021 loopt. De dynamiek lijkt opbouwend en constructief, maar er is nog veel werk aan de winkel en heel wat hindernissen zullen de kop nog opsteken.

In deze context hebben de zeven kamers van koophandel van de zone Noord Europa, samen goed voor 344 miljard euro handelsverkeer over het Kanaal heen in 2016 (70% van de handel tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk), een gemeenschappelijke oproep gericht tot de onderhandelaars. De oproep pleit voor duidelijkheid in de toekomstige relatie tussen de EU en het VK, en voor de organisatie van een realistische overgang, met behoud van de status quo tot wanneer de uiteindelijke overeenkomst van kracht wordt. Voor de ondertekenaars van de oproep is het overduidelijk dat het uitblijven van een overeenkomst ‘uiterst onwenselijk’ zou zijn voor alle partijen. Een dergelijk scenario zou trouwens onvermijdelijk leiden tot hogere tarieven, loggere douaneprocedures, langere termijnen e.d.

Laten we hier vermelden dat meer dan 500 schepen dagelijks het Kanaal oversteken. Een vitale verbinding voor Europa, dus. Rondom de Noordzee maken talloze Europese ondernemingen deel uit van dezelfde waardeketens die bijzonder afhankelijk zijn van een ‘Just-in-Time’ beheer. En precies dit beheer kan door de minste reglementaire verschuiving zwaar worden verstoord. Al deze ondernemingen, die direct of indirect bijdragen tot de handel tussen Europa en het VK, binnen Europa zelf of tussen Europa en Ierland via Groot-Brittannië, moeten zich zo snel mogelijk voorbereiden op de aankomende veranderingen in de handelsrelatie.

De meeste grote vraagstukken waarover de ondernemingen zich zorgen maken, hebben de onderhandelaars echter nog niet aangekaart. Deze onderwerpen betreffen o.a. de toekomstige douaneprocedures, de graad van reglementaire convergentie tussen het Verenigd Koninkrijk en de EU of bijvoorbeeld nog de wederzijdse erkenning van de controle-agentschappen belast met normen en veiligheid.

De zeven kamers moedigen de onderhandelaars dus aan om zo snel mogelijk deze besprekingen te laten beginnen en zodoende de toekomstige relatie tussen Europa en Groot-Brittannië te bepalen, al was het maar in grote lijnen. De kamers oordelen dat deze nieuwe relatie “alle aspecten van de integriteit van de eenheidsmarkt volledig moet respecteren”, aangezien iedereen voordeel haalt uit een ‘open en eendrachtig’ Europa.

“In dit tijdperk van digitalisering en netwerken betekent de opkomst van mogelijke douanebelemmeringen een hindernis en een uitdaging die zo snel mogelijk moeten worden overwonnen, in het belang van Brussel en van alle betrokken partijen”, stelt Beci voorzitter Marc Decorte.

 

Vragen voor de ondernemer

De finale overeenkomst blijft momenteel toekomstmuziek en er heerst nog veel onzekerheid. Toch kan de ondernemer nu al stappen zetten om zich voor te bereiden op de situatie na de Brexit – ongeacht of deze echtscheiding nu ‘hard’ of ‘soft’ verloopt. Dit kan vooreerst met een bepaling van de doelstellingen: blijft het Verenigd Koninkrijk een grote commerciële partner, wat ook moge gebeuren, of kiest de onderneming best voor de verdere uitbreiding van andere Europese markten? En al blijft het Verenigd Koninkrijk een belangrijke partner, toch moet nu al worden nagedacht over de juridische aspecten van de handelsbetrekkingen: welke wetgeving zal van toepassing zijn en in welke gevallen? Bij welke rechtbanken kan de onderneming terecht? Tevens moet worden onderzocht hoe aanpassingen aan eventuele prijsschommelingen kunnen gebeuren, in functie van mogelijke douanerechten.

Beci blijft betrokken bij de ‘High Level Group’, die de Belgische en de Brusselse regeringen adviseert in hun Brexit beleid. De Brusselse Kamer zal de ondernemers van onze hoofdstad op de hoogte houden en ze begeleiden bij de voorbereiding op de gevolgen van de Brexit.

 

 

 

Delen