Wat mogen we in 2018 van de Brusselse economie verwachten?

24 januari 2018 om 14:01 | 502 weergaven

©Thinkstock

Deze vraag stelden wij aan een aantal sectoren bij de aanvang van het nieuwe jaar. Meer bepaald wilden wij weten welke kansen elke sector in Brussel zou kunnen grijpen. Wij polsten naar risico’s en gevaren. En ook naar eventuele aanbevelingen. De bedrijfswereld maakt zich zorgen om onderwerpen als toerisme, de digitalisering van de economie, onderwijs en vorming, rekrutering, steun aan de industrie, mobiliteit, de voetgangerszone, robotisering, noem maar op.

 

Technologie en vorming

René Konings (Agoria)

René Konings (Agoria)

René Konings, van Agoria, beschouwt de digitalisering van de economie als de weg naar verdere groei voor onze technologische ondernemingen. Digitalisering doet nieuwe diensten, producten en banen ontstaan. Dit beaamt Charles Petit, bij Comeos: hij stelt dat robotisering de ondernemingen – met inbegrip van de commerciële bedrijven – de toekomst instuwt: “Het werk in ondernemingen zal nieuwe profielen vereisen.” Hij pleit dan ook voor een aangepaste vorming: “Brussel moet zijn jeugd opleiden om de nieuwe uitdagingen aan te kunnen – en om technologische ondernemingen naar hier te lokken.” Ook hier zit Agoria op dezelfde golflengte en duidt de organisatie op het tekort aan voldoende technologisch opgeleide werkkrachten als de voornaamste hindernis voor groeikansen.

“We moeten zowel in infrastructuur als in mensen investeren”, stelt René Konings. “De infrastructuur van de toekomst is zuiver technologisch. Daarom is de ontplooiing van het 5G-netwerk een absolute noodzaak. Het is trouwens 100 keer sneller dan de huidige 4G. Wegens een te strenge wetgeving is dit momenteel in Brussel nog niet mogelijk. Nochtans hebben we een sterke behoefte aan technologie en aan een krachtiger netwerk als wij willen doorgroeien naar een smart city met het Internet of Things, een intelligent beheer van het verkeer, autonome wagens, veiligheid en andere intelligente toepassingen voor overheid, onderneming en gezin. De vorming van Brusselaars, met een specifieke klemtoon op digitale en technologische vaardigheden, effent de weg naar het succes en naar een bredere tewerkstelling van de Brusselaars.”

 

Rekruteren loopt niet van een leien dakje

Arnaud Le Grelle (Federgon)

Arnaud Le Grelle (Federgon)

Federgon beschouwt de schaarste aan kandidaten op de Brusselse arbeidsmarkt tegelijk als een bedreiging en een kans. “Het wordt hoe langer hoe moeilijker om goede kandidaten te vinden”, meent Arnaud Le Grelle, “maar dankzij de deskundigheid van HR specialisten, hun inzicht in de arbeidsmarkt en hun vaardigheden in sourcing en rekruteringstechnieken, slagen zij erin aan de vraag van de ondernemingen te voldoen. En vanuit het standpunt van de kandidaten zijn onze ondernemingen ideaal geplaatst om hun troeven te valoriseren en hen te begeleiden in het beheer van hun carrière.”

 

Een plan voor de industrie

Fevia vraagt dat de Brusselse regering een volwaardig plan zou invoeren voor de Brusselse industrie. “Een project op papier volstaat niet”, aldus Guy Gallet. “We hebben werkelijke toekomstuitzichten nodig voor de Brusselse ondernemingen uit de voedingssector. Het is ook belangrijk dat industriële bedrijven zich hier welkom en gevraagd voelen. Het behoud van industrie in Brussel is verder van belang om banen te bieden voor technische beroepen en laaggeschoolde werkkrachten. Brussel beschikt ontegensprekelijk over een aantal troeven als zijn centrale ligging en zijn uitstraling. Een aantal hindernissen moet echter worden weggewerkt om zulke troeven uit te spelen.”

 

Handel en toerisme

Op dit vlak zal 2018 vooral het jaar zijn van het toerisme tussen de EU en China, volgens een overeenkomst die door beide werelddelen werd ondertekend, weet Rodolphe Van Weyenbergh, van de Brussels Hotels Association. “China blijft een van de sterkst groeiende markten in Brussel, in België en in Europa. Het initiatief geldt ook als een aanmoediging om snel vooruitgang te boeken in een vlottere uitreiking van visums en betere vliegtuigverbindingen tussen de EU en China.”

“Het jaar 2018 zal zich ook kenmerken door zijn dynamisch beleid inzake musea en evenementen in de hoofdstad”, zegt Rodolphe Van Weyenbergh, die een paar voorbeelden geeft: “De eerste grote tentoonstelling in samenwerking met het Centre Pompidou in de voormalige Citroën garage, in afwachting van het nieuwe museum voor moderne en hedendaagse kunst. De heropening van het Koninklijk Museum voor Afrika, na drie jaar renovatie en de verdubbeling van de oppervlakte. De aanvang van de verbouwing van het beursgebouw tot de Beer Temple, die in 2020 zijn deuren zou moeten openen en daarna jaarlijks nagenoeg 400.000 bezoekers verwacht. De 60e verjaardag van het Atomium. De ontwikkeling van het Neo project…”

Charles Petit (Comeos)

Charles Petit (Comeos)

En dan hebben we het nog niet gehad over de opwaardering van het stadscentrum, die Charles Petit van Comeos aanhaalt: “Wij beschouwen de opfrissing van het stadscentrum, met inbegrip van de aanleg van de voetgangerszone, als een kans voor de handel. Het autoloze centrum moet dienen voor fun-shopping, waarbij culturele, commerciële en catering-activiteiten elkaar aanvullen en versterken. Deze voetgangerszone moet absoluut in 2018 klaar zijn.” Maar er is meer. De vertegenwoordiger van Comeos vindt dat “het hoog tijd wordt dat Brussel weer positief overkomt in de media en bij de toeristen. Brussel moet worden aangezien als een dynamische stad wat betreft cultuur, zakendoen en handel.”

 

 

 

Gevaren en bedreigingen

Kansen genoeg in 2018, maar ook een aantal risico’s, gevaren en struikelblokken. Comeos, de federatie van handel en diensten, oordeelt dat het beheer van de mobiliteit een groot risico blijft. “De burgers hebben geen vertrouwen meer in de capaciteit van de gewestelijke en federale regeringen om het vraagstuk van de toegang tot Brussel op te lossen. De Brusselse regering moet snel op meerdere vlakken optreden: een verbeterde efficiëntie van het openbaar vervoer, de overgang naar een systeem van belasting van privé voertuigen volgens het principe van ‘wie gebruikt, betaalt’, en ten slotte de ontplooiing van een actieplan samen met de andere twee gewesten om pendelaars en consumenten toe te laten gemakkelijker de hoofdstad te bereiken en er vlotter te parkeren.”

De stroeve mobiliteit tracht Federgon, de federatie van de HR dienstverleners, op te vangen door zelf gemeenschappelijke mobiliteitssystemen te organiseren voor de meer kwetsbare arbeidskrachten. Dit gebeurt met behulp van fietsen, brommers en bussen. Arnaud Le Grelle: “Onze sector wordt niet alleen erkend als een van de grote organisatoren van de beroepsmobiliteit, maar ook van de fysische mobiliteit, wanneer die ontbreekt.”

Rodolphe Van Weyenbergh heeft het eerder gemunt op de werkgeversbijdragen, die tot de hoogste in Europa behoren en nog steeds de winstgevendheid van de Horecasector in het gedrang brengen. “De sector stelt veel mensen tewerk en kan in geen geval zulke zware werkgeverslasten verdragen. Het is daarom geen wonder dat deze sector gebukt gaat onder een record aantal faillissementen, voornamelijk in Brussel. Om de economische activiteit in de Horeca te behouden en te ontwikkelen, moet eerst en vooral het probleem van de werkgeverslasten worden geregeld. Dit is een prioriteit, want de sector is een van de weinige die aan talrijke jonge Brusselaars een baan kan bieden.”
Guy Gallet (Fevia)

Guy Gallet (Fevia)

Fevia, de federatie van de voedingsindustrie, onderstreept anderzijds de zeer zware druk die zij in Brussel ondergaat: gebrek aan ruimte voor de ontwikkeling van productieactiviteiten wegens de concurrentie met andere bestemmingen van de beschikbare oppervlakten (huisvesting, diensten enz.); hogere productiekosten dan in de andere Gewesten, voornamelijk veroorzaakt door de taks op kantooroppervlakten, de kilometerheffing en het uitblijven van een energieverdrag; de moeizame mobiliteit en de duurdere logistiek, vergeleken met de andere gewesten; het gebrek aan geschoold personeel en de ingewikkelde structuur van de Brusselse overheidsinstellingen.

Guy Gallet, van Fevia, verduidelijkt: “Naast deze elementen die de ontwikkeling van de voedingsindustrie in Brussel afremmen, klagen we ook het beleid inzake verpakkingsafval aan: het vormt een ware dreiging voor de bedrijven in onze sector. De kosten riskeren pijlsnel te stijgen als een systeem van leeggoed wordt ingevoerd voor drankverpakkingen bestemd voor eenmalig gebruik. Via Fost plus zal de voedingsindustrie investeren in een bredere ophaal van plasticverpakkingen, wat het sorteren van afval in Brussel zal vergemakkelijken. Dit ambitieuze project wordt echter alleen een succes als alle stakeholders er op een constructieve manier toe bijdragen.”

 

Aanbevelingen

Rodolphe Van Weyenbergh (Brussels Hotel Association)

Rodolphe Van Weyenbergh (Brussels Hotel Association)

Welke maatregelen zouden de sectoren aanbevelen voor de ontwikkeling van hun activiteiten in Brussel in 2018? Dit zijn enkele voorstellen. De BHA pleit voor een radicale aanpak van de Brusselse stations (en vooral Brussel Zuid) als onthaalplaatsen voor bezoekers. Er moet namelijk dringend opnieuw worden geïnvesteerd in deze sites, waar nationale en internationale reizigers toestromen, en in de omgeving. “Welk eerste en laatste beeld willen wij aan onze bezoekers meegeven?”, vraagt Rodolphe Van Weyenbergh.

 

De federatie voor handel en diensten pleit voor een meer doordachte mobiliteit in coördinatie met de drie gewesten. Ook het behoud van middelgrote en grote ondernemingen in Brussel beschouwt ze als een belangrijke uitdaging, want zulke organisaties hebben de neiging naar de rand te migreren. “Vandaag wordt veel gedaan voor de starters. Op zich zeer positief”, zegt Charles Petit, “maar laten we niet vergeten dat grote ondernemingen veel tewerkstelling bieden en noodzakelijk zijn om onze hoofdstad in leven te houden.”

 

De beroepsvereniging van de vastgoedsector klaagt de ongunstige fiscale behandeling van nieuwbouw aan, terwijl er precies een grote nood bestaat aan de netto creatie van woningen. De vereniging vraagt een betere samenwerking tussen overheid en privé, zeker in Brussel.

 

De federatie van de HR dienstverleners Federgon pleit voor aanpassingen in de reglementering. “Ook uitzendopdrachten verdienen toegang te krijgen tot steunmaatregelen. Het is een kwestie van rechtvaardigheid, gelet op het belang van de sector voor de tewerkstelling. De steun zou dus niet langer moeten worden beperkt tot arbeidscontracten van meer dan zes maanden”, verklaart Arnaud Le Grelle. De andere wensen betreffen de erkenning van het gebruik van uitzendkrachten in de overheidssector, een breder beroep van de overheidsstructuren op projectoproepen en het inschakelen van het principe van same level playing field om elke vorm van oneerlijke concurrentie tussen overheid, nonprofit en commerciële markt een halt toe te roepen.

Fevia beklemtoont van zijn kant de dringende nood aan de ontwikkeling en de toepassing van een werkelijk industrieel plan in Brussel. De verwachtingen van de voedingsindustrie omvatten talrijke aspecten die in feite neerkomen op een behoefte aan steun voor de industrie in het Brusselse Gewest. Concreet wenst Guy Gallet een samenwerking tussen overheid en privé in vier domeinen: kosten, milieufactoren, snelheid en klantgerichte service en ten slotte milieubewuste duurzaamheid en efficiency. De voedingsindustrie ziet de volgende prioriteiten: een verlaging van de gemeentelijke en gewestelijke belastingen, investeringen in het technisch onderwijs en de meertaligheid, de beschikbaarheid en toegankelijkheid van productiesites, een éénloketssysteem voor de Brusselse ondernemingen uit de voedingssector, een actieplan tegen de verspilling van voeding, een efficiënter beleid inzake verpakkingsafval… Werk aan de winkel!

 

 

 

Delen