Welke veranderingen brengt 2018?

24 januari 2018 om 15:01 | 469 weergaven

©Thinkstock

Geen Nieuwjaar zonder nieuwigheden. Goed zo, maar wat staat ons te wachten op het gebied van wetgeving, fiscaliteit en milieu? Op welke verschuivingen bereidt u best de dagelijkse organisatie van uw onderneming voor? En wat verandert er voor de werknemers? Hierna leest u een klein overzicht van de grote omwentelingen, dit jaar.

 

De wetgeving

Na de akkoorden die de regering Michel tijdens de afgelopen zomer sloot, staat het vandaag als een paal boven water dat meerdere wetten een herziening tegemoet gaan. Het is hierbij de bedoeling om deze wetteksten beter af te stemmen op de werkelijkheid van onze samenleving en efficiënter in te spelen op de behoeften.

 

Een nieuw vennootschapsrecht

Op aanbeveling van minister van Justitie Koen Geens keurde de ministerraad een voorontwerp goed voor een diepgaande herziening van het Belgisch vennootschapsrecht. De hervorming zou drie krachtlijnen volgen:

  1. Een grootschalige vereenvoudiging. Ze berust onder meer op de afschaffing van het onderscheid tussen burgerrechtelijke en commerciële handelingen, op de integratie van het vennootschapsrecht en het verenigingsrecht in een enkel wetboek, en op de beperking van het aantal strafrechtelijke bepalingen.
  2. Meer soepelheid. Er wordt weliswaar gelet op de belangen van derden, onder wie de schuldeisers.
  3. Nieuwe regels om het hoofd te bieden aan de ontwikkelingen en nieuwe trends in Europa. Denk maar aan ‘mobielere’ vennootschappen.

De Raad van State dient zich echter nog over dit project uit te spreken.

 

Ruitijd voor het BWRO

Het Brusselse Gewest zet zijn tanden in een ambitieuze hervorming van al wat te maken heeft met ruimtelijke ordening. Hierbij horen onder meer de planning, de procedures voor stedenbouwkundige vergunningen, milieuvergunningen, impactbeoordelingen, erfgoed enz. Ook hier is er sprake van vereenvoudiging, dan wel van de stedenbouwkundige reglementering. Een flinke opdracht, die tegelijk beter moet inspelen op de verwachtingen van de sector, de burgers en de professionals, zonder in te druisen tegen de jurisprudentie van de Raad van State en de Europese richtlijnen. De krachtlijnen voor het Brusselse Wetboek van de Ruimtelijke Ordening (BWRO) voorzien onder andere een vereenvoudiging van het planningsproces en van de behandeling van de stedenbouwkundige vergunningsaanvragen, naast een versoepeling van de gemeentelijke ordeningsmethoden, een rationeler beheer van gemengde projecten en een nieuwe procedure voor erfgoedclassificatie.

De samenwerkingseconomie in uw belastingaangifte

Ook dit jaar verschijnen er nieuwe vakjes in uw belastingaangifte. Die hebben te maken met de samenwerkingseconomie, die momenteel in volle opkomst is. Steeds meer particulieren zetten de stap. Om deze mensen een fiscaal voordelig stelsel te garanderen, kunnen de elektronische platformen sinds verleden jaar een erkenning aanvragen.

Het nieuwe fiscale stelsel heeft uitsluitend betrekking op de inkomsten die werden uitbetaald door platformen vanaf de datum van hun erkenning – ten vroegste in 2017. Concreet zullen mensen die inkomsten verkrijgen via een erkend platform, dit voor de eerste keer moeten aangeven onder de geschikte rubriek van hun aangifte voor het belastingjaar 2018 (inkomsten van het jaar 2017).

Fiscaliteit en financiën

2018 wordt een woelig fiscaal jaar. In het kielzog van de tax shift maatregelen zorgen talrijke veranderingen voor turbulentie. De KMO’s komen voor het voetlicht te staan.

Tax shift, fase 2

Twee jaar geleden kondigde de regering een fiscale verschuiving (tax shift) aan, met de bedoeling de lasten op arbeid te verlagen en de koopkracht te verbeteren. In dit opzicht werd al in 2016 een reeks maatregelen goedgekeurd, waaronder een vermindering van de werkgeverslasten, de verhoging van de forfaitaire beroepskosten e.a.

De invoering van maatregelen zet zich in 2018 voort. Zo verdwijnt bijvoorbeeld de algemene lastenverlaging. Er komen ook extra inspanningen voor de lagere lonen.

De basiswerkgeversbijdragen voor werknemers zijn in dit verband op 1 januari van 30 naar 25% teruggevallen. Op die manier genieten werknemers een hoger nettosalaris. De daling zet zich voort om in 2020 de benedengrens van 24,2% te bereiken.

 

Minder belastingen voor KMO’s en meer voor multinationals?

Het theoretisch belastingtarief voor vennootschappen daalt van 33,99 naar 29% in 2018, om in 2020 25% te bereiken. Voor KMO’s vermindert het tarief van 24,5 naar 20% op de eerste schrijf van 100.000 €. Ondernemingen zullen dus in België minder belastingen moeten betalen. De maatregel beoogt uiteraard een stijging van de tewerkstelling en van de investeringen. Anderzijds voert de regering een minimumbelastingtarief van 7,5% in voor vennootschappen om het voordeel te beperken van bepaalde ondernemingen die gebruik maken van fiscale niches en andere belastingverlagingen, waardoor ze soms nagenoeg 0% belasting betalen. Bovendien zullen ondernemingen voortaan op slechts 70% van hun winst fiscale aftrekbaarheden kunnen toepassen. De federale regering verzekert een blanco operatie voor het budget door tegelijk de vennootschapsbelasting te verminderen en een minimumbelasting op te leggen.

 

Kredietfaciliteiten voor KMO’s

In 2013 zorgde een wet betreffende de financiering van KMO’s voor nieuwe regels gericht op een KMO-vriendelijke kredietomgeving. Deze wet ondergaat nu verbeteringsmaatregelen die binnenkort van kracht worden. De aanvullingen optimaliseren onder andere de precontractuele informatie en de begeleiding van KMO’s, ze bestrijden administratieve logheden bij het toekennen van microkrediet en verduidelijken het gebruik van zekerheden en garanties. Er komt wellicht ook een verhoging van 1 naar 2 miljoen euro van het maximumbedrag van de vergoedingen voor wederbeleggingen.

Dagelijks

Voor de bedrijven worden diverse nieuwe reglementeringen van kracht. Het welzijn van werknemers krijgt dit jaar extra aandacht, met onder andere de invoering van een anti-burn-outplan en nieuwe aantrekkelijke loonmaatregelen.

 

Nieuwe verplichtingen inzake gegevensbescherming

De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) treedt in werking op 25 mei 2018. De ontwikkeling van de elektronische handel, van e-governance en van de sociale media vereiste een aanpassing van het bestaande kader om de rechten van de burgers te beschermen en de gegevensverwerkers te sensibiliseren voor hun aansprakelijkheid en verantwoordelijkheid.

De AVG bevestigt de principes van databescherming die in België al van kracht zijn, maar voorziet ook nieuwe rechten en plichten. Voortaan kan de overheid aan elke organisatie vragen een overzicht voor te leggen van alle inkomende en uitgaande datastromen, met aanduiding van de aansprakelijke personen die instaan voor dito verkeer van deze data van en naar de organisatie.

KMO’s die regelmatig persoonlijke data verwerken, zullen zich dus moeten aanpassen. Over dit onderwerp werd al veel geschreven en gedebatteerd en toch blijkt uit een enquête van SerdaLab dat 55% van de organisaties niet over accurate informatie beschikt en dat slechts 24% werkelijk beseft wat de impact van de AVG op hun werking zal zijn.

 

Een korte vooropzegperiode ter vervanging van de proefperiode

Sinds 2014 voorziet de wet betreffende het eenheidsstatuut de harmonisering van de vooropzegperiode voor alle werkkrachten, ongeacht hun statuut (arbeider, bediende of huispersoneel). Vanaf 1 januari 2018 wordt de vooropzegperiode in het raam van de begrotingswerkzaamheden herleid tot één week tijdens de eerste drie maanden van de arbeidsovereenkomst. Op die manier wordt een proefperiode van drie maanden feitelijk opnieuw ingevoerd. Deze termijnen zijn van toepassing op alle werkkrachten en op arbeidsovereenkomsten van zowel bepaalde als onbepaalde duur.

 

Anti-burn-out coaches in de ondernemingen

De burn-out geldt als de beroepsziekte van onze eeuw. De langdurige afwezigheden van werkkrachten stegen tussen 2005 en 2015 met 80%. In 2015 werden in België 123.000 gevallen geregistreerd, waarvan één derde wegens mentale ziekte of psychosociale problemen. Om de gezondheid van werknemers te beschermen en psychosociale risico’s te vermijden, dienen ondernemingen vandaag een ‘anti-burn-outplan’ in te voeren. Dit plan berust op twee pijlers: ten eerste de erkenning van het recht van arbeidskrachten om de verbinding te verbreken (het recht om buiten kantooruren geen mails of telefoonoproepen te beantwoorden). Dit is bedoeld om het beroepsleven en de privé levenssfeer duidelijker te scheiden. Ten tweede zullen anti-burn-outcoaches werkkrachten moeten begeleiden die een burn-out ontwikkelen. De coaches zullen bovendien preventief optreden om elke dreiging van beroepsuitputting op te sporen.

 

Nieuwe flexi-jobs… ook voor gepensioneerden

De regering aanvaardde de uitbreiding van het flexi-jobssysteem. Dankzij deze vorm van tewerkstelling kan een werknemer die minstens vier vijfde werkt, extra inkomsten genieten. Flexi-job werkers maken dus geen deel uit van het vaste personeel van hun tijdige werkgever. Deze werkgever doet een beroep op hen tijdens bijzonder drukke dagen of voor een uitzonderlijke opdracht. Als de flexi-job werker aan alle voorwaarden voldoet, geniet hij een voordelig sociaal en fiscaal stelsel. Nu al is het mogelijk om flexi-jobs te vinden in de horeca, maar ook in andere sectoren, zoals de detailhandel. Ook gepensioneerden mogen voortaan een flexi-job aanvaarden. Dit is goed nieuws voor senioren die soms veel moeite hebben om de eindjes aan elkaar te knopen.

 

Een aandeel in de winst via de winstpremie

Sinds 1 januari 2018 maakt de winstpremie deel uit van het loonpakket van Belgische arbeidskrachten. Met deze premie kunnen ondernemingen aan hun werknemers een bonus op de verdeelbare winst uitkeren. Om de maatregel aantrekkelijk te maken, werden gunstige sociale en fiscale voorwaarden voorzien. De nieuwe maatregel bestond al in de wet van 22 mei 2001, die stelsels voorziet om werknemers een aandeel te geven in het kapitaal en de winst van vennootschappen. Deze wet kende echter weinig succes.

Mobiliteit en duurzame ontwikkeling

 

Mobiliteit is en blijft een grote uitdaging voor de regering. Er komen nieuwe maatregelen om de verkeersoverlast in Brussel te bestrijden.

 

Het einde van vervuilende voertuigen?

Voor de Brusselaars betekent januari 2018 de invoering van een lage-emissiezone. Sinds 1 januari mogen Euronorm 1 en 0 dieselwagens niet meer in de 19 gemeenten rijden. Dit betreft wagens die vóór 1997 werden geregistreerd. Daarna zal jaarlijks een bijkomende dieselcategorie worden verboden. Intelligente camera’s zullen de voertuigen controleren. Overtreders kunnen tot 350 € boete oplopen. Een van de voornaamste doelstellingen is natuurlijk een betere luchtkwaliteit.

 

Ruil uw wagen in tegen cash

Hier werd twee jaar lang over gediscussieerd, maar uiteindelijk keurde de beperkte Ministerraad de mobiliteitsuitkering goed. Hiermee ontvangt de werknemer een bedrag in ruil voor zijn bedrijfswagen. De wagen en alle andere voordelen die ermee gepaard gaan (verzekering, tankkaart, winterbanden enz.) vallen dus weg.

Deze uitkering is een vrijwillige keuze. Zowel de werkgever als de werknemer beslissen of ze hiervan gebruikmaken of niet. Bovendien moet het stelsel een ‘blanco-operatie’ zijn voor alle belanghebbenden: de werkgever, de werknemer en de staatskas. De uitkering ter vervanging van de bedrijfswagen wordt berekend in functie van de waarde van het voertuig en met 20% verhoogd indien de werknemer bovendien over een tankkaart beschikt.

Het project werd doorgestuurd naar de Raad van State en zou in de loop van 2018 van kracht moeten worden.

 

Fiscaal minder aantrekkelijke bedrijfsvoertuigen

Vanaf 2020 sleutelt de werkgever serieus aan de aftrekbaarheid van de wagen- en brandstofkosten. De fiscale aftrekbaarheid en het voordeel van enigerlei aard zullen wat betreft bedrijfswagens aan nieuwe regels moeten voldoen. Deze specifieke fiscaliteit blijft sterk verbonden met het niveau van CO2 uitstoot, maar zal op een meer lineaire manier worden opgevat. Op het huidige bedrijfsvoertuigenpark zou de gemiddelde aftrekbaarheid moeten terugvallen van ongeveer 78% tot ongeveer 65%.

Ook hybride voertuigen zijn hierbij vanaf 1 januari betrokken. Tot voor kort waren hybride wagens tussen 50 en 100% fiscaal aftrekbaar, en zelfs 120% in het geval van volledig elektrische wagens. Deze percentages ondergaan nu een neerwaartse herziening in functie van de CO2 uitstoot. De daling is soms aanzienlijk: een ‘valse hybride’ wordt trouwens voortaan even zwaar belast als een voertuig zonder oplaadbare batterij. De fiscale hervorming bepaalt nu een ratio tussen gewicht en vermogen van de batterij om een onderscheid te maken tussen ‘valse’ en ‘echte’ hybride voertuigen. Dit zal een invloed hebben op de aftrekbaarheid en, voor de eindgebruiker, op het voordeel van alle aard en bijgevolg ook op de ingehouden bijdrage dat op zijn loonbriefje verschijnt.

 

Delen