De opwaartse trend van de Brusselse economie

Door 26 januari 2018 om 15:01 | 463 weergaven

©Thinkstock

De voorspellingen verwachten vijf eerder gunstige jaren voor de Brusselse economie. We vergelijken hierover de standpunten op nationaal niveau van Pierre-François Michiels, deskundige Werkgelegenheid en Economie aan het Brussels Instituut voor Statistiek en Analyse (BISA), en Benoît Bayenet, hoogleraar Economische Politiek aan de Université Libre de Bruxelles (ULB).

 

 

Bevolking: + 0,6% in 2016-2040

(Gemiddelde jaarlijkse bevolkingsgroei)
 2000-20162016-20402040-2060
Brussels Hoofdstedelijk Gewest1,3%0,6%0,5%
Vlaams Gewest0,5%0,5%0,2%
Waals Gewest0,5%0,5%0,2%
(Bron: Perspectives démographiques 2016-2060, BFP-DGS)

 

De sterke demografische groei van de voorbije 15 jaar in Brussel loopt ten einde. De toename van de Brusselse bevolking zal in de komende jaren geleidelijker verlopen, maar relatief hoger blijven dan in beide andere gewesten.

De demografische groei heeft ook te maken met de status van Europese hoofdstad. Tussen 2005 en 2016 is het aantal Europese onderdanen in het Brusselse Gewest met 72% gestegen, terwijl het geheel van de in Brussel wonende bevolking met 18% toenam. Op 10 Brusselaars die geen Belgische nationaliteit hebben (meer dan 414.000 op 1 januari 2017), zijn er nagenoeg zeven EU onderdanen (275.000). De Fransen staan op de eerste plaats (63.000 mensen), gevolgd door de Roemenen (38.700).

In tegenstelling tot de andere twee gewesten, is Brussel jonger en daalt bovendien de gemiddelde leeftijd. Tegen 2021 zouden de geboortes de voornaamste reden van demografische groei worden en op dat vlak de internationale migraties voorbijsteken, die intens maar ook stabiel zullen blijven. De intergewestelijke verhuizingen naar Vlaanderen en Wallonië zullen talrijker blijven dan de aankomsten in Brussel en op die manier de globale groei vertragen.

 

 

Groei: 1,3% in 2019-2022

(Groei van het BBP in volume, gemiddeld en per jaar)
 2002-20082009-20152016-20182019-2022
België2,10,81,51,5
Brussels Hoofdstedelijk Gewest1,60,11,11,3
Vlaams Gewest2,31,21,71,6
Waals Gewest2,10,31,31,3
 (Bron: FBP, BISA, IWEPS, SVR-DKB-HERMREG)

 

In een context van algemeen herstel wordt verwacht dat de economische activiteit gevoelig zal zijn verbeterd in 2017 (+1,4%). “In Brussel is de groei echter minder sterk dan in de andere twee gewesten”, stelt Pierre-François Michiels vast. “Tijdens een periode van herstel is het meestal de industrie die het snelst positief reageert en via de export de groei bevordert. Omdat Brussel meer gericht is op dienstverlening, is het huidige herstel hier dus minder uitgesproken.”

De groei van het BBP ligt echter lager dan vóór de crisis. “Uit diverse studies blijkt dat talrijke onzekerheden de financiële markten nog afremmen en dat het toegeeflijke monetaire beleid van vandaag wel eens voor tegenslag zou kunnen zorgen”, betreurt Benoît Bayenet. “Het is helemaal niet zeker dat wij aan een nieuwe crisis ontsnappen, maar het is wel duidelijk dat het economisch model een evolutie doorstaat. Sommige economisten noemen dit een seculaire stagnatie, waarmee wordt bedoeld dat de groeicijfers betrekkelijk laag zullen blijven, vergeleken met de 2, 3 of zelfs 4% die wij op bepaalde momenten hebben bereikt. Het economisch model zal ook zuiniger moeten omgaan met energie en grondstoffen en de principes van de kringloopeconomie integreren.”

 

Inkomsten: +0,7% in 2016-2022

(Beschikbare inkomsten per capita, gemiddeld en per jaar)
Bedrag

in euro, tegen lopende prijzen

Werkelijke groei

Gemiddelden

2006201420222002-20082009-20152016-2022
Brussels Hoofdstedelijk Gewest16.01916.90620.018-0,4-1,50,7
Vlaams Gewest17.73019.86823.8560,4-0,70,9
Waals Gewest15.16117.07320.3980,2-0,50,8
 (Bron: FBP, BISA, IWEPS, SVR-DKB-HERMREG)

 

 

Het BBP per inwoner in Brussel (205%), uitgedrukt volgens de standaarden van de koopkracht, stond in 2015 op de vierde plaats van de 276 regio’s die werden vergeleken met de EU gemiddelde. De eerste drie waren Inner London-West (580%), het Groothertogdom Luxemburg (264%) en Hamburg (206%). Deze hybride meetmethode geeft echter geen accuraat beeld van het inkomensniveau van de Brusselse bevolking. “De pendelaars die de Brusselse economie doen draaien, nemen hun inkomsten mee naar huis”, weet Benoît Bayenet. “Dit is typisch voor alle grote steden en hoofdsteden. Bovendien zitten wij met een tertiaire sector die een zeer hoge toegevoegde waarde produceert en dus zeer specifieke bekwaamheden vereist, terwijl Brussel met hoge werkloosheidscijfers kampt, vooral onder de jongere, laaggeschoolde bevolking.”

Pierre-François Michiels verduidelijkt: “In Brussel is één baan op twee bezet door een Vlaamse of een Waalse werkkracht, maar tijdens de afgelopen jaren zien we een stijging van het aandeel van de Brusselaars – en dit zou zich in de komende jaren moeten verderzetten.” In de periode 2016-2022 zou de groei van de ‘tewerkgestelde bevolking’ in Brussel dynamischer moeten zijn (1,4% per jaar) dan in Vlaanderen (0,9%) en in Wallonië (0,8%). “Sinds het midden van de jaren 1980 stijgt het beschikbaar inkomen per capita minder snel in Brussel dan in Vlaanderen en in Wallonië”, aldus de heer Michiels. “De relatieve positie van het Brusselse Gewest is dus sterk achteruitgegaan, weliswaar met een zekere stabilisering in de jongste jaren. Volgens de voorspellingen zou deze trend aanhouden. De tragere groei van de bevolking ten opzichte van het vorige decennium weegt minder zwaar door op Brussel dan in het verleden.”

 

Tewerkstelling: aangekondigde daling van de werkloosheid tot 14,5% in 2022

(Werkloosheidspercentages)
20162017201820192022
België11,210,510,09,88,2
Brussels Hoofdstedelijk Gewest18,417,416,516,214,5
Vlaams Gewest7,87,36,96,85,1
Waals Gewest15,114,313,813,511,9
 (Bron: FBP, BISA, IWEPS, SVR-DKB-HERMREG)

 

Tussen 2016 en 2022 daalt de werkloosheid sterker in Brussel, maar blijven de cijfers hoger dan in de andere gewesten. “Vroeger werd beweerd dat 3% groei nodig was om de werkloosheid te doen dalen. We zien vandaag dat het verband minder duidelijk is tussen de economische groei en de daling van de werkloosheid of de creatie van banen”, zegt Benoît Bayenet. “Op kwantitatief vlak is dit positief, maar wat is de kwaliteit van zulke banen, zeker wat betreft deeltijdse functies?”

Tussen 2016 en 2022 zou de netto creatie van banen gemiddeld 30.100 eenheden per jaar bereiken in Vlaanderen, 10.700 in Wallonië en 5.100 in Brussel. “De toename van de tewerkstelling is al bij al vrij stevig”, oordeelt Pierre-François Michiels. “De stijging is onder andere te danken aan de recente maatregelen die een verlaging van de arbeidskosten beogen, terwijl andere verminderingen van de bijdragen in de komende jaren nog voorzien zijn.”

Brussel onderscheidt zich nog steeds door de stijging van het aantal zelfstandigen: gemiddeld 1,6% per jaar tussen 2016 en 2022, tegen 1,2% in Vlaanderen en 0,8% in Wallonië. Het dynamisme in de bouwsector tijdens de afgelopen jaren heeft onder andere te maken met aankomst van werkkrachten uit Oost-Europa. De toename van de loonarbeid in de periode 2016-2022 zou 0,6% per jaar bedragen Brussel, tegen 1,1% in Vlaanderen en 0,9% in Wallonië. De heer Michiels wijst erop dat “de overheidssector in het verleden ruim heeft bijgedragen tot de creatie van banen, maar de maatregelen van de afgelopen jaren om de personeelsbezetting te beperken, hebben een sterkere impact gehad in de administratieve hoofdstad.”

 

 

Toegevoegde waarde: 0,5 pp voor de ‘andere handelsdiensten’ in 2016-2022

Bijdrage van de sectoren tot de groei van de toegevoegde waarde, in percentagepunten, in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (gemiddelde per jaar).
2002-20082009-20152016-2022
Krediet en verzekeringen0,20,10,2
Andere handelsdiensten0,50,30,5
 (Bron: FBP, BISA, IWEPS, SVR-DKB-HERMREG)

 

De tertiaire sector vertegenwoordigt meer dan 90% van de gewestelijke economie inzake toegevoegde waarde, vergeleken met ongeveer 80% op nationaal vlak. De sector ‘andere handelsdiensten’, die een groot aantal diensten aan ondernemingen omvat, zou in de periode 2016-2022 het sterkst moeten bijdragen tot de economische groei in elk van de drie gewesten (0,6 percentagepunten (pp) per jaar in Vlaanderen en 0,5 pp in Wallonië en Brussel). Daarop volgen de sector ‘krediet en verzekeringen’ in Brussel, en de maakindustrie, zowel in Vlaanderen als in Wallonië.

“Veel diensten zijn in Brussel gecentraliseerd, maar dit is geen gevolg van de regionalisering”, stelt Benoît Bayenet. “Brussel is het financiële centrum van België en de concentratie van zowel financiële als verzekeringsactiviteiten is trouwens vitaal voor de economische ontwikkeling van de andere gewesten. Deze sector doorstaat vandaag een sterke evolutie, moet zich hervormen en zich opnieuw positioneren ten aanzien van de technologische doorbraken. De sector heeft talrijke reorganisaties ondergaan en gaat sinds de crisis gebukt onder een zeer streng reglementair kader.” Volgens Pierre-François Michiels gaat de sector een positieve uitbreiding van zijn activiteiten tegemoet, na een aantal moeilijke jaren veroorzaakt door de crisis van 2008.

In tegenstelling is de bijdrage van de maakindustrie aan de groei in Brussel bijzonder beperkt. De heer Michiels merkt “een stabilisering ten opzichte van de achteruitgang van deze sector tijdens de jongste twee decennia. We hebben blijkbaar een drempel bereikt.” De Brusselse regering heeft denkprocessen opgestart om te bepalen welke sectoren voor ontwikkeling vatbaar zijn.

Delen