Philippe Close: “Brussel moet winnen!”

13 april 2018 om 12:04 | 878 weergaven

Philippe Close . ©Belga

Brussel Metropool: In welke mate zult u een socialistische burgemeester zijn? Dienen ideologische verschillen niet weg te ebben voor het pragmatisme van de functie?

Philippe Close: Alain Juppé, burgemeester van Bordeaux, zei mij onlangs “Een tram is noch links-, noch rechtsgezind.” Het politieke beleid is dat wel. Mijn aanpak zal sociaal gericht zijn: ik wil alle stromingen in mijn beleid integreren. Coproductie is namelijk de beste manier om een stadsproject te doen slagen. Mijn eerste grote hervorming als burgemeester focuste op het bestuur – mét de inbreng van de andere acht politieke partijen.

Een duidelijk signaal aan de kiezers was in ieders belang …

Zeker, maar dat bepaalde de methode niet. Voor mij is een stad een gezamenlijke productie. Dit wordt wellicht het basisconcept van mijn legislatuur. Met de door de kiezers aangestelde vertegenwoordigers én de Brusselaars zelf, wil ik een stad tot stand brengen die een onberispelijke en efficiënte administratie biedt en die, dicht bij huis, kwaliteitsvolle openbare diensten voorziet (met max. 10 minuten verplaatsing naar school, crèche of ziekenhuis). Die stad moet bovendien haar troeven durven promoten en zich toekomstgericht opstellen.

Coproductie betekent dialoog. De heer Mayeur heeft de voetgangerszone opgedrongen. Was dat een verkeerde aanpak? In Brussel hebben constructieve projecten serieus de neiging om te blijven steken – de Meisertunnel of de trambrug van Tour & Taxis zijn daar mooie voorbeelden van.

De voltooiing van een project neemt soms – vaak, zelfs – meerdere jaren in beslag, inderdaad. Een beter georganiseerd overleg kan de vertragingen zeker verkorten. Maar laten we niet vervallen in permanent overleg.

Veel wijken zijn gerenoveerd. Daar leeft nu een middenklasse, vlak naast een soms bijzonder arme bevolking. Starters vestigen zich in de Wetstraat terwijl laaggekwalificeerde jongeren onderaan de vijfhoek hopeloos naar een toekomst hunkeren. Op economisch, stedenbouwkundig en sociaal-demografisch vlak heeft Brussel veel weg van vuurwerk. Hoe wordt zoiets beheerd?

Mooi gerenoveerde wijken trekken nieuwe inwoners aan. Veel expats, waaronder Fransen, vestigen zich in het centrum omwille van de sfeer van Brussel en de kwaliteit van de diensten. Een steeds groter aandeel van de 100.000 studenten in ons Gewest stroomt naar ons toe. De demografische groei is in onze uitgestrekte gemeente zeer voelbaar. We benaderen de 180.000 inwoners, bijna evenveel als de historische piek van het begin van de eeuw. In onze gemeente is ook de diversiteit van de sociaal-economische profielen het sterkst van het ganse Gewest. De aanpassing van het complete aanbod aan overheidsdiensten aan de zeer uiteenlopende verwachtingen is natuurlijk een geweldige uitdaging. Tegelijk gaan deze diversiteit en deze vitaliteit met ongelooflijke uitzichten gepaard! De diversiteit is niet toevallig. Er zijn vandaag 182 nationaliteiten op ons grondgebied, 1.500 internationale organisaties en grote beslissingscentra als de EU en de NAVO. De reden hiervoor is eenvoudig: Brussel vormt een natuurlijke hub door zijn geografische ligging, maar ook dankzij de Brusselse spirit die volledig openstaat voor een dergelijke functie. Brussel is waarschijnlijk de meest internationale stad ter wereld, een wereldstad, dus. Het is dan ook normaal dat ze divers, kosmopolitisch en nogal onstuimig is…

Brussel beschikt over een aanzienlijk budget. Wat zijn hiervan de belangrijkste elementen? In welke mate bent u als economische speler de ondernemingen gunstig gezind?

De begroting van de stad bedraagt 770 miljoen euro. Voeg daaraan de politie, het OCMW, de sociale huisvesting en onze vier klinieken, en dan zitten we aan 1,5 miljard. We stellen twintigduizend mensen tewerk en 45.000 studenten zijn bij ons gevestigd… Kortom, een enorm bedrijf!

Op economisch gebied vormen wij het centrum van het gewest met de grootste inbreng in de economische macht van ons land. Ik realiseer me hoe sterk wij staan en ben van plan te vertrouwen op de vele bedrijven die op ons grondgebied zijn gevestigd. Daarbij reken ik natuurlijk ook onze handelaars, van wie sommigen deel uitmaken van ons erfgoed. Denk maar aan Wittamer, aan wie ik het genoegen had om de grote gotische zaal uit te lenen voor de receptie van zijn 100-jarig bestaan.

Wat de economische projecten betreft, heb ik een voorliefde voor Media City, dat Brussel in de Reyers wijk voorbereidt. Dit project is bijzonder relevant en veelbelovend (o.a. in het raam van de tax shelter). Het zal bijdragen tot het imago van een stad die uitmuntendheid bevordert dankzij de vaardigheden die we beheersen via onze talenten, ons onderwijs enz. Voor de stad Brussel zou ik me best ook een ‘centrum voor gezondheidszorg’ willen voorstellen, want onze artsen en klinieken zijn zowel hier als in het buitenland beroemd. Brussel hoofdstad van de gezondheid, dat klinkt nogal! Het is niet de bedoeling reclame te maken voor een kliniek, maar eerder de faam te verspreiden, bv. door de promotie van medische evenementen zoals grote congressen. Ik denk hierover na.

En dan is er nog de luxe ‘made in Belgium’. We moeten wel beseffen dat op ons grondgebied, namen als Degand, Marcolini, Scabal of Delvaux zijn gevestigd … Dit is verbluffend! Hier wordt helaas te weinig over gecommuniceerd …

Toerisme is een bron van inkomsten die beter kan worden geëxploiteerd. De stijging bedroeg dit jaar 10%. We halen opnieuw de cijfers van 2015!

Ik benadruk dat wij rekening moeten houden met een gedifferentieerde economie. De transformatie van steden houden we niet tegen. Laten we niet treuren om een zware industrie die toch niet zal terugkeren, of althans niet in onze stad.

Wat het toerisme betreft wenst u van het beursgebouw een ruimte te maken specifiek voor de Brusselse specialiteiten: bier, wafels, chocolade, allemaal wereldwijd bekend maar bij ons weinig gepromoot. Er komt echter kritiek op het project.

Is de kritiek gegrond? Is dit thema te populair of te materialistisch? Vertel aan een buitenlander dat u Brusselaar bent, en hij begint meteen over onze chocolade en onze biersoorten. Dat spreekt toch boekdelen? Ter vergelijking: in Ierland zijn er minder dan acht biersoorten; bij ons meer dan 8.000! De Belgische biercultuur werd daarom opgenomen in het immaterieel erfgoed van de Unesco! Brussel is in dit opzicht een uitblinker. Waarom zouden we van een dergelijke troef afzien? Hoe moeten we ons onderscheiden? Volgens de marketing moet je ofwel de goedkoopste zijn, ofwel de beste. Wij zijn de besten. Laten we daar gebruik van maken. U moet bovendien weten dat dit project door het EFRO werd weerhouden en dus Europese steun geniet, naast die van het Gewest, uiteraard.

Terughoudendheid is typisch Brussels. We zijn niet voldoende trots op wat wij doen. Grappig genoeg bieden wij boordevol troeven waarvan we de faam pas beseffen wanneer we feedback opvangen. Dit geldt ook voor de reeds besproken gezondheidszorg. Bij ons kan een wereldberoemde arts om het even wie verzorgen tijdens de consulturen: Jan-met-de pet en vlak daarna een ‘celebrity’ die half de wereld is rondgevlogen om advies te krijgen. Wij denken dat dit normaal is en overal ter wereld zo. Maar de expat die hier deze mogelijkheid geniet, moet wel even zijn arm knijpen!

Ik wil een Brussel dat wint, zich niet meer verontschuldigt voor zijn success stories maar ze eerder promoot, en zijn eigen lot in handen neemt. We hebben schitterende troeven; laten we ze uitspelen.

 

Structuur van de voornaamste gewone inkomsten

De inkomsten uit de opcentiemen bij de onroerende voorheffing leveren een aanzienlijke bijdrage tot de financiële middelen van de gemeente (30% van de inkomsten). De Stad Brussel is de gemeente waar de onroerende voorheffing, in gans het gewest, het meest per inwoner opbrengt. Dit is te danken aan het fiscale rendement van de talrijke kantooroppervlakten op het grondgebied (en aan hogere OVH opcentiemen dan het gemiddelde van de 19 Brusselse gemeenten).

Anderzijds ligt het rendement van de personenbelasting (PB) onder het gemiddelde van de Brusselse gemeenten. Dit heeft te maken met de sociaaleconomische situatie van de inwoners en een lagere heffing dan het gemiddelde van de 19 gemeenten).

Het aandeel van de inkomsten uit ‘andere belastingen en subsidies’, met inbegrip van transfers van andere overheidsniveaus naar de Stad Brussel, is eveneens aanzienlijk (36% van de inkomsten), en heeft te maken met het hoofdstedelijke statuut van de gemeente.

Bron: BISA

Delen