Mission: impossible, het goede bestuur in Brussel?

17 april 2018 om 07:04 | 862 weergaven

©Reporters

Hoe verbeteren we het bestuur in Brussel? Wat verwachten de ondernemers? Waar liggen de prioriteiten? De genodigden van Beci en het publiek van Brussels Meets Brussels kwamen op 18 oktober in de Club van Lotharingen bijeen om dergelijke vragen met standpunten te beantwoorden.

 

We hebben allen onze zeg in het goede bestuur. Naar aanleiding van de minder glorieuze feiten die recent in het nieuws kwamen, besliste Beci zijn jaarlijks evenement Brussels Meets Brussels dit jaar te wijden aan het openbaar bestuur. Naast een denkproces dat de politieke kringen zelf rond dit thema startten, voerden wij het debat met twee spelers van de academische wereld (Eric Corijn van de VUB en Alain Eraly van de Solvay Business School) en drie verenigingen (Cumuleo, Trop is te veel en Transparencia). Ze kwamen alle vijf met voorstellen.

Decumulatie en transparantie

De decumulatie van functies en mandaten kwam uiteraard herhaaldelijk aan bod. Alain Eraly is voorstander, maar vraagt ook een vermindering van het aantal gewestelijke parlementariërs: “Niet zozeer voor de financiële ethiek – eerder om allerlei vormen van belangenvermenging tussen Gewest en gemeenten te bestrijden. Mandatarissen zijn gedurig rechter en partij.”

“De filosoof Frédéric Worms zei dat je de kritiekinstellingen moet versterken.” Christophe Van Gheluwe (Cumuleo)

Christophe Van Gheluwe (Cumuleo) vraagt een openbare bekendmaking van de vermogensverklaringen van mandatarissen (deze verklaringen moeten nu in een gesloten envelop bij het Rekenhof worden ingediend). “Het Greco[1] formuleerde dit voorstel al, maar hier kwam tot nu toe niets van terecht”, betreurt hij. En dit betreft trouwens niet alleen de verkozen mandatarissen: Cumuleo wil de verklaring van mandaten, beroepen en vermogen ook uitbreiden tot de kabinetsleden: “Zij spelen een belangrijke en invloedrijke rol in politieke beslissingen, terwijl sommige van die mensen tegelijk in openbare instellingen actief zijn. Dit veroorzaakt een bijzonder storende belangenvermenging.” Van Gheluwe pleit eveneens voor de online publicatie van de rekeningen van alle vzw’s, “waarvan we er een aantal van verdenken uitsluitend te zijn opgericht om subsidies te verkrijgen”.

Claude Archer (Transparencia) vraagt op zijn beurt een uitbreiding van het aantal openbaar gemaakte documenten en hun online publicatie, maar dan wel op een gestructureerde manier. “Laten we op de burger vertrouwen om een externe controle uit te oefenen. Hij moet er dan wel de middelen voor krijgen.” Hij citeert hierbij het voorbeeld van Zweden en Finland. “Theoretisch zijn de meeste documenten publiek. Er gelden slechts weinige uitzonderingen.”

Controle op de vaardigheden

“Wij hebben transparante, objectieve en onpartijdige procedures nodig voor alle rekruteringen en aanwervingen in het openbaar ambt.” Marc Toledo (Trop is te veel)

De rekrutering in het openbaar ambt levert al evenveel problemen op als de cumulatie van mandaten. Marc Toledo (Trop is te veel) trekt dus ten strijde voor een betere controle op de bekwaamheden. Hij pleit voor het systematische gebruik van procedures die “transparant, objectief en onpartijdig zijn (profiel van de functie, openbare oproep tot kandidaatstelling, evaluatiestramien, onafhankelijke jury) voor alle rekruteringen en aanwervingen in het openbaar ambt (ook lokaal) en in de organen van openbaar nut.”

“De selectie die de aanwerving voorafgaat, de benoeming en de bevordering van ambtenaren in openbare besturen moeten steeds strenge criteria inroepen inzake kwalificatie en beroepsbekwaamheden”, verklaart hij met klem. “Er bestaat een nood aan onafhankelijke jury’s, samengesteld uit universiteitsprofessoren en hoge ambtenaren. In geen geval mag de overheid onder toezicht wordt geplaatst, maar er is controle nodig door het Rekenhof en de Commissie voor Deontologie.”

“Alle bestuurdersmandaten vereisen niet hetzelfde niveau van bekwaamheid”, zegt Alain Eraly (Solvay Brussels School). “We zouden een certificaat kunnen creëren, gekoppeld aan een niet al te lange opleiding (een zestal dagen bijvoorbeeld) en de toegang tot de voornaamste mandaten laten afhangen van het bezit van dit certificaat. En voor directiefuncties is het evident dat bekwaamheid de voorrang krijgt!”

“De samenleving en de democratie zijn geen ondernemingen!”, werpt Eric Corijn tegen. “De mensen verkiezen wie ze willen. Maar ik ben het wel eens met deze aanpak voor alle niet verkozene functies in een openbaar bestuur of een gelijkaardige instelling. Ik ben trouwens voorstander van dezelfde regels in de privésector, zeker in familiebedrijven.”

Kabinetten en administraties

De relatie tussen kabinetten en besturen is duidelijk een ander heikel punt. Deze relatie moet volledig worden herzien, aldus prof. Eraly: “De kabinetten verzwakken de administratie, die met demotivatie en bureaucratie reageert.” Hij waarschuwt echter voor simplistische oplossingen: “Deze situatie zal niet verbeteren met een inkrimping of een afschaffing van de kabinetten. De strijd moet zich eerst toespitsen op de bureaucratie in de openbare besturen, met responsabilisering, opleidingen, sancties enz.”

Christophe Van Gheluwe (Cumuleo) focust op een beperking van de kabinetten: “Het model van een kernkabinet (vier of vijf mensen rond de minister) met uitbesteding van taken aan het bestuur, vind ik persoonlijk veel efficiënter dan de overvolle kabinetten die we nu kennen en die voor heel wat problemen zorgen (detachering, politisering van de administratie, benoemingen enz.). De Copernicus-hervorming beoogde dit, maar werd gedwarsboomd …”

“Het debat over het goede bestuur begint met een opvoeding tot burgerschap. De burger mag in geen geval een klant van de maatschappij zijn.” Eric Corijn (VUB)

Eric Corijn (VUB) vindt dat dit gebrekkige evenwicht tussen kabinetten en administratie “deel uitmaakt van de Belgische partijpolitisering, waardoor een flink deel van de beslissingen van politieke afspraken en schikkingen afhangt. Veranderingen zullen pas optreden als enerzijds electorale verschuivingen uitmonden op een nieuwe politieke samenstelling, en anderzijds wanneer nieuwe politieke vormen ontstaan.”

 

 

 

 

Eenvoudiger structuren

Het debat kaartte ook de hervorming en vereenvoudiging van de Brusselse structuren aan: de Brusselse overheid bestaat uit een Gewest, twee Gemeenschappen 19 gemeenten en hun OCMW’s, zes politiezones en 700 overheidsinstellingen van allerlei aard. “Een genetisch probleem van dit verwrongen stedelijk gewest, dat niet meer is dan een overblijfsel van de onderhandelingen tussen twee ontluikende Staten”, vat Eric Corijn samen.

Alain Eraly vindt dat “we de moed moeten opbrengen om de toekenning van de bevoegdheden te herzien en rationeel uit te maken wat centraal of decentraal moet zijn, voor een betere efficiency.” De professor onderscheidt centralisering van beslissing en controle en decentralisering van structuren. Wat een vermindering van het aantal overheidsinstanties betreft, pleit hij voor een initiatief van het Brusselse parlement: “De oprichting van een parlementaire commissie en een groep deskundigen die een overzicht moeten maken van al deze instellingen, hun reden van bestaan en de mogelijkheden tot rationalisering.”

“Laten we op de burger vertrouwen om een externe controle uit te oefenen.” Claude Archer (Transparencia)

Claude Archer (Transparencia) wenst vooreerst een onafhankelijke burgerlijke audit. “Een dergelijke evaluatie is onmogelijk wegens de weerstand tegen transparantie: hoeveel werd uitgegeven en wat is het resultaat?” Hij vreest verder dat een dergelijke reorganisatie nooit zal worden ingezet door partijen “die hun bloei te danken hebben aan de vermenigvuldiging van zulke structuren”. “De burgerlijke samenleving moet een dergelijke ‘reset’ opeisen door druk uit te oefenen bij de herverkiezing van burgemeesters en schepenen in 2018.”

De panelleden pleiten voor een vermindering van het aantal gemeenten en/of een omzetting in districten, zoals in Antwerpen is gebeurd en door Claude Archer wordt aanbevolen. “Ik geloof ook dat om mee te gaan met de geschiedenis, het aantal gemeenten inderdaad moet worden teruggeschroefd”, oordeelt Alain Eraly. “Maar opgelet voor simplistische redeneringen. In de privésector stellen we een heleboel fusies vast die helemaal geen toegevoegde waarde opleveren, en die soms zelfs waarde afbreken! Als dit alles uitmondt op grotere besturen, die verder staan van de burger en aan flexibiliteit en aanpasbaarheid inboeten, dan blijven we beter bij de huidige situatie!”

Volgens Eric Corijn “is een grote structuurhervorming zeker wenselijk maar voorlopig politiek en ook maatschappelijk onhaalbaar. Dus moet er meer aandacht worden besteed aan transitionele voorstellen zoals verplichte samenwerking (o.a. tussen gemeenten in bepaalde zones – Brussel, Elsene en Etterbeek rond Europawijk, tussen Gemeenschappen bv. rond onderwijs, tussen gemeenten bv. rond de ontwikkeling van de Noordrand enz.)”

Waarmee beginnen?

Na dit boeiende debat vragen we ons echter af wat de volgende stap wordt. En wat een hervorming op gang zal brengen. “Ik zie dit gebeuren via een collectieve bewustwording d.m.v. de media en het gebruik van sociale netwerken, Twitter, Facebook, het web …”, antwoordt Marc Toledo. Claude Archer (Transparencia) beaamt dit standpunt: “Alleen een beweging van de burgers, los van de politiek, zal schot in de zaak kunnen brengen. Ondersteun onze vrijwilligers!”

“Ik pleit voor meer engagement van de burgerlijke gemeenschap”, stelt Christophe Van Gheluwe (Cumuleo), “omdat ik niet geloof dat de politieke wereld zich zonder externe druk zelf reguleert. De filosoof Frédéric Worms zei dat je de kritiekinstellingen moet versterken. En deze instellingen zijn breed op te vatten: het Rekenhof, Justitie, maar bijvoorbeeld ook Beci of verenigingen van de burgerlijke maatschappij, Cumuleo, Transparencia enz.”

 

“De kabinetten verzwakken de administratie, die met demotivatie en bureaucratie reageert.” Alain Eraly (Solvay Brussels School)

Alain Eraly (Solvay Brussels School) constateert dat “de schandalen rond Publifin en de Samusocial duidelijk aantonen dat wanneer de media zich ergens mee bemoeien en de druk laten toenemen, er dan pas verandering tot stand komt. Spijtig genoeg stel ik vast dat heel wat politici er van uitgaan dat wat de media niet vermelden, helemaal niet bestaat.”

 

“Het is juist de essentie van de democratie dat er externe controle is en scheiding der machten”, onderstreept Eric Corijn (VUB). “Maar dan moet de controleur (de kiezer bv.) begaan zijn met hoogstaande ethische principes en niet alleen met eigenbelang. Een van de onderschatte sociologische evoluties is de drastische toename, de laatste dertig jaar, van egocentrisch eigenbelang. Het debat over het goede bestuur begint met een opvoeding tot burgerschap. De burger mag in geen geval een klant van de maatschappij zijn.”

 

 

 

 

Thierry Willemarck maakte als uittredend Voorzitter van Beci de balans op en gaf daarna de fakkel door aan zijn opvolger, Marc Decorte.

 

 

 

[1] Groepering van Staten tegen corruptie: het orgaan dat binnen de Raad van Europa de corruptie bestrijdt.

Delen