Brussel, een voorbeeld van duurzaam bouwen

15 mei 2018 om 14:05 | 735 weergaven

Brussel is méér dan een groene stad (8.000 ha groenvoorzieningen): de hoofdstad van Europa geldt nu ook als een referentie op het gebied van duurzaam bouwen, dankzij een voluntaristisch beleid van de overheid en de inzet van de ganse sector.

 

Toen Brussel begin de jaren 2000 eindelijk ecologisch bouwen besliste te gaan promoten, liep de stad op dit gebied serieus achterop in Europa. Maar in minder dan 15 jaar tijd werd meer dan een miljoen vierkante meter op een ecologische manier gebouwd in Brussel. 400.000 m2 daarvan bestond uit gebouwen met een hoog energetisch en milieuprestatieniveau, samen goed voor bijna 130 BREEAM of Leed certificaten. Groene daken zijn ondertussen eveneens in volle opkomst: de oppervlakte neemt jaarlijks met 5000 m² toe. Ook de zonne-energie doet het goed, met 38 ha fotovoltaïsche zonnepanelen op de daken en steeds meer gebouwen met geïntegreerde fotovoltaïsche cellen. Het buitenland erkent voortaan de Brusselse expertise in ecologisch bouwen en verwijst naar de bij ons ontwikkelde technieken. Denk maar aan projecten als Treurenberg B4f of Greenbizz.

Er kwam schot in de zaak met de oprichting van de Ecobuild cluster in 2006 en de geleidelijke aanpassing van de reglementering. Op die manier konden nieuwe criteria van duurzaamheid en energieprestaties worden opgelegd aan nieuwbouw en grondige renovatieprojecten. De Alliantie Werkgelegenheid-Leefmilieu (AWL), die in 2011 onder de vorige meerderheid in werking trad, speelde daarin een leidende rol. De toenmalige Brusselse regering ging er vanuit dat een verbetering van het milieu bovendien voor extra werkgelegenheid zou zorgen – ook bij laaggekwalificeerde werkkrachten. Dit gebeurde onder andere via sectoren als de bouw.

“De Europese Commissie stelde zich strenger op wat betreft de controle op het verbruik in woningen”, vertelt Hugues Kempeneers, die bij de Confederatie Bouw Brussel-Hoofdstad de coördinatie verzorgt voor milieu, energie en kringloopeconomie. “Er werden regels ingevoerd om het energieverbruik te optimaliseren. In die tijd ontstonden de concepten van passiefbouw en Nearly Zero Energy (NZE). Iedereen moest worden opgeleid: de arbeiders, maar ook de kaderleden, om de doorbraak naar behoren te laten verlopen.”

 

Bottom-up aanpak

Om het doel te bereiken kozen de politici voor een bottom-up aanpak: “De regering vroeg aan de spelers op het terrein wat volgens hen eerst moest gebeuren. Dit was een eerste stap die bijdroeg tot het succes van de AWL. Een tweede positief initiatief was het samenbrengen van overheid en privé spelers in de ganse opzet”, aldus nog Hugues Kempeneers.

Eerst kreeg de bouwsector informatie over de verscheidene aangeboden mogelijkheden. Nadien werden steunmaatregelen specifiek toegekend om de ondernemingen in deze sector te helpen de nieuwe regels na te leven, meer bepaald wat betreft een beperkte uitstoot van broeikasgassen. Deze steun vergemakkelijkte trouwens een aantal erkenningsprocedures. “In sommige delicate domeinen zoals luchtdichtheid, hielp de AWL bij het organiseren van opleidingen, waardoor arbeiders en kaderleden de technieken perfect onder de knie kregen”, zegt de heer Kempeneers.

Als projectbeheerder bij Gillion Construct mocht Thierry Demoustier één van deze opleidingen volgen: “Met behulp van een schaalmodel, een thermische camera en een blower door test hebben we ingezien hoe we vaak voorkomende vergissingen op dat soort werven kunnen vermijden.”

 

Aandacht voor werkgelegenheid en vorming

En wat met werkzoekenden? “We hebben samengewerkt met Actiris en Bruxelles Formation”, verzekert Hugues Kempeneers, die echter niet weet hoeveel mensen op die manier heringeschakeld konden worden. In Molenbeek is de schepen voor huisvesting en gemeentelijke eigendommen Karim Majoros echter laaiend enthousiast: “Met dit initiatief konden wij projecten van passiefbouw en Zero Energy integreren in onze bouwprogramma’s voor sociale woningen.” Vandaag werken Molenbeek en de andere Brusselse gemeenten volgens deze dynamiek verder. “Wie duurzaam bouwen in een stad heeft uitgeprobeerd, kan daarna niet meer zonder”, verklaart deze verantwoordelijke van Leefmilieu Brussel.

In 2012 was er sprake van 30.000 uur opleiding tot duurzaam bouwen. Vier jaar later is het resultaat nog positiever: een zestigtal initiatieven ging van start, samen goed voor nagenoeg 184.000 uur opleiding, waarvan 32.000 specifiek voor werkzoekenden. Duurzaam bouwen kreeg een dertigtal nieuwe beroepsopleidingsmodules, vormde 800 werkzoekenden en begeleidde, steunde of betrok bijna 2000 ondernemingen van allerlei omvang bij deze transitie. Nog positiever is dat bijna 50% van de pas gediplomeerden op het einde van het parcours een baan vonden of toegang kregen tot een bijkomende opleiding.

 

Van bureau tot woning en omgekeerd

Deze pas gevormde beroepsmensen en de anderen die het leertraject binnenkort zullen afronden, gaan aanzienlijke technische uitdagingen tegemoet. Duurzaam bouwen is positief, maar flexibiliteit voorzien in de bestemming van de gebouwen is een ander paar mouwen.

Dit bevestigt Nathalie Renneboog, directrice van Citydev.Brussels. De grote diversiteit van Brussel en de verschuivingen die er constant plaatsvinden, vereisen de oprichting van nieuwe gebouwen die niet voor een specifieke functie zijn bestemd, zodat ze op elk moment een nieuwe bestemming kunnen krijgen – en daarom uiteraard ook langer meegaan. Een dergelijke zogenaamde ‘retrofit’ ingreep beantwoordt volledig aan de eigenheid van Brussel, waar heel wat al dan niet historische gebouwen staan die eventueel zullen moeten worden heringericht.

Volgens deze gedachtegang ontwierp ook de winkelketen Lidl zijn verdere ontwikkeling op het Brusselse grondgebied. Lidl kondigde onlangs de opening van drie nieuwe verkooppunten in het Gewest aan, waaronder een in Molenbeek, dat op 20 februari openging en als eigenheid heeft dat het gekoppeld is aan een twintigtal nieuwe appartementen. “Met dit project ontdoet het Brusselse Gewest zich van een vervallen perceel, steunt het de creatie van economische activiteiten en biedt het woongelegenheid volgens de jongste thermische-isolatienormen”, weet Karim Majoros.

 

De algemene duurzame aanpak van Lidl

Lidl hield rekening met de eigenheid van het Brussels grondgebied inzake duurzaamheid. Het dak boven de winkel werd een groenvoorziening. “Wij creëerden een gemeenschappelijke levensruimte voor de inwoners (…) De vergroening heeft een positieve impact op andere milieuaspecten. Ze vermindert de last op de riolering door een flink deel van het regenwater op te vangen. Dit water wordt trouwens ingewonnen voor het gebouw zelf. Het pand beschikt bovendien over 168 fotovoltaïsche zonnepanelen, genoeg voor het jaarlijkse verbruik van 10 gezinnen”, aldus Sébastien Segers, Senior Expansion Manager bij Lidl Belgium & Luxembourg.

Ook in Anderlecht werd deze aanpak gevolgd bij de bouw van een nieuw Lidl verkooppunt op de Albert I square, waar vroeger een Renault garage stond. Ook hier beschikt het gemengde gebouw over een vergroend en ingericht dak dat voor de inwoners toegankelijk is. Het getuigt van de wil van de groep om winkels te ontwerpen die “in het stedelijk weefsel zijn geïntegreerd”. Het dak krijgt 200 fotovoltaïsche zonnepanelen om 12 gezinnen en laadpalen voor auto’s en fietsen van elektriciteit te voorzien. Het project werd bovendien ontworpen om zoveel mogelijk rekening te houden met de wens van Leefmilieu Brussel, die in de mate van het mogelijke bestaande gebouwen wil hergebruiken.

Met het GPCE zullen vastgoedontwikkelaars zich voortaan in een nog specifiekere dimensie moeten verdiepen: de terugwinning van materiaal en de kringloopeconomie. Hiervan getuigt bijvoorbeeld het project BRIC (Building Reversible In Construction), ondersteund door Be Circular en op 3 mei toegankelijk voor het publiek.

Hugues Kempeneers (Confederatie Bouw). V.R.

 

 

 

Seminar

Welke invloed heeft duurzame ontwikkeling op uw bedrijf? Niet alleen wat de openstelling van de markt en innovatie betreft, maar ook regelgevende beperkingen.

Ontmoet onze experts voor een eerste update, alsook Brusselse bedrijven die duurzame ontwikkeling hebben geïntegreerd in hun strategieën.

Delen