Not In My Backyard?

12 juni 2018 om 14:06 | 646 weergaven

©Thinkstock

“Niet bij mij” is een goede omschrijving van het acroniem Nimby (“Not in my backyard”). Die geeft meteen de negativiteit ervan weer… hoewel dat niet zo hoeft te zijn.

 

Eén van de vele verbolgen krantenkoppen: “Mokerslag voor het GEN: een inwoner van Linkebeek blokkeert de werken (…) Duizenden pendelaars wachten op het GEN[1]”. Of Nimby op zijn mooist: de grote collectieve reus uitgedaagd door een zandkorreltje individueel belang!

Zo klinkt de gewoonlijke definitie voor dit verschijnsel. Het Waals milieu-agentschap Environnement-Wallonie beschrijft het bv. zo: “Het Nimby-fenomeen is een lokaal conflict dat enerzijds gekoppeld is met de angst voor een veranderende leefomgeving (dalende levenskwaliteit, veiligheid, waarde van zijn onroerend goed) en anderzijds de verdediging van individuele belangen, zelfs wanneer het algemene idee van het project wordt aanvaard (wat geen algemene regel is). (… ) De bevolking voelt zich onteigend (…) en verliest het vertrouwen ten opzichte van de politieke of economische beleidsmakers en de wetenschappelijke experts[2]. Lokaal, gekant tegen expertise en egoïstisch. Is daarmee het probleem geschetst, of enkel de burgerparticipatie afgekraakt?

Nimby is echter niet louter lokaal. Kampt Europa vandaag ook niet te met deze problematische houding? Robert Biedron, de rijzende politicus in Polen, vertelde onlangs: “De Polen staan bekend als pro-Europees. Maar wanneer je hen vraagt of ze voorstander zijn van de opvang van vluchtelingen, de invoering van de euro, een gemeenschappelijk klimaatbeleid of de fiscale unie, dan verschilt hun mening niet van die van Marine Le Pen of andere extremistische populisten[3]”. Ook het Hongarije van Orban ontsnapt er niet aan. En hoe zit het met de landen in het Noorden die het lot van migranten betreuren maar tegelijkertijd de instroomlanden oproepen om ze vooral niet tot bij hen te laten komen?

Beweren dat Nimby steunt op een wereldwijd wantrouwen tegenover de economie, de politiek en de wetenschap is eerder een vooroordeel dan een weerspiegeling van de realiteit. Wetenschappelijke, economische en politieke expertises staan bijna altijd op de frontlijn wanneer de tegenstanders hun argumenten aanvoeren. In het geval van glyfosaat vroegen de tegenstanders van het product bijvoorbeeld naar de wetenschappelijke studies, die de bedrijven hadden geprobeerd in diskrediet te brengen[4]. Vervolgens barstte een hevige strijd los, waarin ze zich wapenden met aanvullende wetenschappelijke en economische studies.

Individueel versus algemeen belang?

Dat Nimby inherent zelfzuchtig zou zijn klopt niet: de tegenstanders van kernenergie of GGO’s hebben het vaker over de toekomstige generaties dan over zichzelf, en roepen in feite een “algemeen belang” op dat de voorstanders volgens hen enkel voor economische doeleinden misbruiken.

De dubbelzinnigheid van het concept ligt niet alleen in de definitie ervan. Verdient het concept, zelfs in zijn engste zin – namelijk een tegenstelling tussen beperkte persoonlijke belangen van kleine groepen en het algemeen belang – wel het stigma dat er aan kleeft? De kwestie van het algemeen belang is vaak delicater dan het lijkt. Wanneer een wijk bijvoorbeeld protesteert tegen de overlast van een handelszaak in de buurt, kant ze zich dan tegen het algemeen belang of tegen een individueel economisch belang? En zelfs wanneer het algemeen belang aannemelijk is omwille van de potentiële nieuwe banen en gunstige economische impact, mag deze wijk dan de waarde van haar onroerend goed niet verdedigen? Het is heel normaal om individuele belangen tegen het algemeen belang in te zetten wanneer de impact van het grotere plaatje het kleinere plaatje geheel of gedeeltelijk vernietigt.

Toch lijdt het Nimby-fenomeen soms aan de euvels die het verweten wordt. Zelfs onder de dekmantel van een dynamische burgerparticipatie met goed opgeleide en geïnformeerde burgers die lokale of sociale kwesties willen aanpakken, kan het zich niet losmaken van enig individualisme. Al was het maar omdat zij die zich uiten beschikken over de culturele vaardigheden die een meerderheid niet heeft (en ze daarom neigen voor zichzelf te spreken) en pleiten voor levensstijlen waar anderen niet naar streven. Omdat de activisten van het gemeenschappelijke goed bovenal het algemeen belang verdedigen dat ze zelf bijzonder goed kunnen smaken …

Burgerparticipatie of misbruik van de democratie?

Het is een dubbelzinnig fenomeen. Maar bestaat het op de schaal die het wordt toegeschreven? En wat zijn de effecten ervan? In het geval van het GEN hierboven zegevierde finaal het collectieve belang (uiteindelijk waren het de trage procedures, taalkwesties en een gebrekkig budget – allemaal politieke verantwoordelijkheden – die de grootste stokken in de wielen van het dossier hebben gestoken). Meestal regelt de wet de problemen. Nimby daarom afschilderen als systematisch verzet tegen de meeste projecten is daarom misschien overdreven. Bovendien versterkt dit de hedendaagse tendens tot “(…) minder burgerparticipatie en overleg met betrokken instanties[5].”

Een kleinere democratische ruimte zal het probleem alleen maar doen toenemen. Pedagogie en transparantie zouden daarentegen zeker een stap vooruit betekenen. De befaamde voetgangerszone die van hogerhand werd beslist illustreert dan weer hoezeer politieke communicatie nog in zijn kinderschoenen staat en tot Nimby aanzet.

 

“Nimby is soms een elitair fenomeen”

We spraken onlangs met Frédéric Dobruszkes, hoogleraar-onderzoeker aan de ULB, over het project metro noord. Een aantal burgers verzet zich tegen dit project.

Waar wijst Nimby op?

Het duidt op zich op een tegenstrijdigheid tussen individuele en collectieve belangen, met een negatieve connotatie tegen wat als individueel belang geldt. Dat is te verklaren door het feit dat het  de verschillende besluitvormers in een ongemakkelijke positie brengt omdat Nimby ervaren wordt als het in vraag stellen van een project en/of autoriteit. In de stedelijke context is de mogelijkheid om politieke en economische keuzes in twijfel te trekken bijvoorbeeld een collectieve verwezenlijking van de stadsstrijd, met name tegen de ‘verbrusseling’.

Moeten we Nimby zien als een democratische buitensporigheid die veranderingen te gemakkelijk in de weg staat?

Behalve de concrete acties – zoals in beroep gaan – die bepaalde groepen of individuen nemen, denk ik dat de politiek aandacht moet besteden aan degenen die zich niet uitdrukken. In het dossier van het vliegtuiglawaai bijvoorbeeld: het is opvallend hoe sommige groepen erin slagen intens te communiceren, terwijl anderen – die misschien harder getroffen worden en wie weet de gevolgen van het activisme van de luidste groepen zullen ondervinden – zich helemaal niet laten horen!  Of de kanaalzone. Vanwege sociale, economische en culturele barrières heerst een groot stilzwijgen die de politiek zou moeten opmerken. Een ander voorbeeld is de herontwikkeling van de Buyllaan om het openbaar vervoer te stroomlijnen: de Nimby-stem uit de buurt leidde tot een compromis dat de situatie weliswaar ietwat maar niet evenveel als verwacht verbeterde. Maar hoe zit het dan met de stem van de tram- en busreizigers? Die zijn veel talrijker dan de bewoners en handelaars onder leiding van een lokale verkozene. In die zin is het Nimby-fenomeen soms een elitair verschijnsel dat zijn eigen grenzen afbakent.

De metro noord is een controversieel project met een onzeker definitief budget. Kan dit een harde oppositie rechtvaardigen?

De burger heeft de mogelijkheid om zijn mening te uiten. Ook al blijft dit zeer gebrekkig in het licht van wat ik eerder heb gezegd, toch moet de politiek de uiteindelijke beslissing nemen. Hoewel de complexiteit van dit project de machtsverhoudingen tussen overheden en inwoners hier waarschijnlijk scheef trekt.

 

[1] RTL, 10 juli 2013.

[2] environnement.wallonie.be.

[3] Le Soir van 20/04/2018, interview door Jurek Kuczkiewicz.

[4] Met name die van Aron Blair, zie Libération, 27 november 2017.

[5] Inter-environnement, bulletin van 28 juni 2017 over de hervorming van CoBat.

Delen