Waar naartoe met de Belgische expertise in kernenergie?

Door 13 juni 2018 om 12:06 | 300 weergaven

Work from Wikiedia Commons, author : Hullie.

Rond het stilleggen van de Belgische kerncentrales in 2025 rijzen nog heel wat onbeantwoorde vragen. Is de Belgische internationaal erkende deskundigheid in kernfysica en -techniek tot verdwijning gedoemd? Hoepijk niet.

 

In 2025 zouden de kerncentrales van Doel en Tihange worden stilgelegd, voor zover de regering tussen nu en dan de planning niet opnieuw wijzigt. Met de uitstap van de kernenergie rijzen niet alleen vragen over de alternatieve energiebronnen: er heerst ook een zekere onrust aangaande een eventueel uitsterven van de Belgische deskundigheid in kernfysica en –techniek, na de sluiting van de centrales.

“Dat risico bestaat wel degelijk”, stelt Pierre-Étienne Labeau, hoogleraar nucleaire technologie aan de École polytechnique de Bruxelles (ULB). “Nochtans behoudt deze deskundigheid ook na de sluiting van de centrales al haar belang. Denk maar aan de ontmanteling van de centrales en het beheer en de verwerking van het kernafval. Het is best mogelijk dat een flink deel van het opgeleide personeel de sector nog voor 2025 zal willen verlaten en, wat betreft de centrales van Doel, andere professionele uitzichten in het Antwerpse Havengebied zal gaan zoeken. Het zou dus best kunnen dat de sector van de kernenergie uitsluitend zal kunnen verder werken met mensen die zichzelf te oud achten om een nieuwe wending te geven aan hun carrière. Met dit personeel kan de sector nog een aantal jaren verder, maar zeker niet lang genoeg, want in sommige domeinen zullen de behoeften nog tientallen jaren blijven bestaan.”

De ontmanteling van de centrales kan na de sluiting gemakkelijk 10 tot 15 jaar duren. De verwerking van het radioactief afval zal minstens tot in 2050 of zelfs 2060 voortduren. Bovendien vereist de bestraalde splijtstof opgeslagen in de bassins van de centrales een aparte behandeling en beheer, die ook met een zekere deskundigheid gepaard gaan.

 

De kennis ten dienste van gezondheidszorg en ruimtevaart

Gelukkig beperkt deze deskundigheid zich niet tot de productie van energie. Het Studiecentrum voor Kernenergie in Mol produceert in zijn BR2 kernreactor 25% van alle radio-isotopen die wereldwijd voor medische diagnose worden ingezet. Deze medische beeldvormingstechniek injecteert, meestal intraveneus, een licht radioactief product bij de patiënt, om de reacties in het lichaam te analyseren.

Vincent Massaut

“Dankzij de kernenergie blijven wij trouwens andere medische toepassingen ontwikkelen”, weet Vincent Massaut, deskundige in kernfusie bij het SCK-CEN (Studiecentrum voor Kernenergie). “Wij ontwikkelen bijvoorbeeld therapieën met radio-isotopen die in onderzoeksreactoren worden geproduceerd en waarmee kanker lokaal kan worden aangepakt. Ook voor de industrie zijn er toepassingen, met radio-isotopen die een soort radiografie kunnen voortbrengen, of bijvoorbeeld nog het doteren van silicium via conditionering, en dit alles met onze BR2 reactor.”

Een derde ontwikkelingsdomein voor de toekomst is de veelbelovende ruimtevaart. “Via de kernenergie bestuderen bijvoorbeeld de eventuele bestralingen die een invloed kunnen hebben op materialen, de mens of het gebruik van geneesmiddelen bij het verlaten van de atmosfeer”, vertelt Vincent Massaut. “De kernenergie wordt verder bestudeerd en ontwikkeld als energiebron. Er bestaan bijvoorbeeld al studies over verblijven op de planeet Mars. We bestuderen onder andere de lichamelijke stress die astronauten ondergaan door bestraling, een lagere of onbestaande zwaartekracht, opsluiting enz.”

 

De Belgische opleiding trekt buitenlandse studenten aan

Jean-Marc Sparenberg

Geen kerntechniek zonder expertise. Zal deze deskundigheid verdwijnen met de stopzetting van de Belgische centrales? “Laten we de Belgische situatie met de Franse vergelijken”, zegt Jean-Marc Sparenberg, hoogleraar kwantumfysica aan de École polytechnique de Bruxelles (ULB).

“In de jaren 60 en 70 investeerde ons land massaal in de kernenergie. De vorming in kernfysica en -techniek die wij hier organiseren, werd al gauw internationaal beroemd. De afdeling natuurkundig ingenieur is vandaag echter minder in trek bij de Belgische studenten. Het aantal inschrijvingen is zeker al 15 jaar lang constant en slechts enkele studenten behalen een diploma in deze specialiteit. Alle Belgische universiteiten bieden echter een volwaardig leertraject in kerntechniek. Deze specialiteit kent enig succes bij ondernemingen die werknemers willen opleiden, en bij buitenlandse studenten.”

Volgens onze deskundige hoeft het leertraject kerntechniek en kernfysica niet in vraag te worden gesteld, omdat het nog steeds heel wat uitzichten biedt. “Mensen met een diploma kernfysica en -techniek vinden op een of andere manier altijd werk”, aldus Jean-Marc Sparenberg. “Een heroriëntering van kerndeskundigen verloopt wellicht vrij vlot, want werkgevers zijn op zoek naar mensen met een wetenschappelijke background.”

 

De oplossing: een of twee actieve centrales na 2025

Een goed beeld van wat de Belgische kerndeskundigheid in de toekomst kan worden, vinden we in Nederland. De Nederlanders beschikken slechts over één kerncentrale, namelijk in Borssele, in het zuiden van het land, maar ze hebben alternatieve energiebronnen ontwikkeld. De Nederlandse regering heeft een tijd lang het onderzoek en de ontwikkeling rond hoogradioactief kernafval stilgelegd. “Na enkele jaren waren de Nederlanders al hun deskundigen in dit domein kwijt”, betreurt Pierre-Étienne Labeau. “Vandaag roepen ze de hulp in van de NIRAS (de Nationale Instelling voor Radioactief Afval en verrijkte Splijtstoffen) om deze deskundigheid weer op te bouwen. België zou dus op termijn in dezelfde situatie verkeren als Nederland indien geen initiatief wordt genomen. Dit gebeurde al met de mijnen en de teloorgang van de Belgische expertise in dit domein.” Volgens Pierre-Étienne Labeau zou een van de oplossingen voor België erin bestaan een of twee kerncentrales ook na 2025 actief te houden. Deze beslissing kan na de parlementsverkiezingen van 2019 in het volgende regeerakkoord worden opgenomen. “De regering moet haar verantwoordelijkheden opnemen. Het gaat hier niet alleen om tewerkstelling, maar ook om het behoud van de huidige expertise”, aldus nog de heer Labeau.

 

 

 

Iter, een internationaal project met Belgische deskundigen

België keert de kernenergie geleidelijk de rug toe op zijn grondgebied, maar blijft internationaal goed bezig. Ons land neemt deel aan het Iter project, een van de meest ambitieuze ter wereld, gevestigd in Cadarache, in het zuiden van Frankrijk. Aan Iter dragen 35 landen bij, tientallen Belgische deskundigen en duizenden ingenieurs en wetenschapsmensen uit de ganse wereld. Zij werken aan een machine die zou kunnen bewijzen dat kernfusie op grote schaal kan worden ingezet als energiebron voor de productie van elektriciteit. Een uiterst ambitieus project inderdaad, want kernfusie is de energiebron van de zon en de sterren. Deze technologie is een geweldige uitdaging voor het milieu. Ze stoot namelijk geen CO2 uit om elektriciteit te produceren. De creatie van het eerste plasma wordt een eerste test op ware grootte van het Iter project en is voorzien in… 2025.

 

 

Myrrha, de toekomst van kernenergie in België

Ook België sleutelt op zijn grondgebied aan een project van internationale omvang. Hier gaat het om kernsplijting. Myrrha wordt het eerste prototype van een kernreactor gestuurd door een deeltjesversneller. Deze reactor is een première in de wereld en zou kunnen voldoen aan de wereldwijde vraag naar medische radio-isotopen. Op ecologisch vlak zou de reactor erin slagen de levensduur van kernafval veel korter te maken. Dit totaal nieuw ontwerp van een kernreactor zou op het Belgische grondgebied, en meer bepaald in Mol, worden opgericht. Voorwaardelijke wijs, want Myrrha is nog steeds in studiefase. De Belgische regering investeert in deze technologie en het project, dat wordt gestuurd vanuit het Studiecentrum voor Kernenergie in Mol, in samenwerking met internationale deskundigen. “Het zou helaas kunnen dat België geen geld meer wil stoppen in dit onderzoekswerk na 2025”, vreest Pierre-Étienne Labeau.

 

Delen