Plaats voor restaurants in Brussel?

Door 28 augustus 2018 om 13:08 | 88 weergaven

Restaurants hebben het zwaar te verduren in Brussel. Er gaan meer gelegenheden dicht dan open. De schuldigen? De aanslagen, de mobiliteit, de werken, het kasregister uiteraard, maar ook de overdreven vastgoedprijzen voor dit soort handelszaken, en de terughoudendheid van bepaalde gemeenten, die aarzelen om bepaalde handelsoppervlakken af te staan aan de Horeca.

De val van enkele grote Horeca namen in Brussel haalde begin dit jaar het nieuws. “Naast de berichtgeving over de gebroeders Beyaz en hun wanbeleid, dient ook gezegd dat jaarlijks een op de vijftien restaurants failliet gaat in het Brusselse Gewest, en dan vooral in het stadscentrum. En zij die overblijven, willen vaak verhuizen, maar de kosten van de initiële investering belet dit.” Miguel Van Keirsbilck, secretaris-generaal van de Belgian Restaurants Association, schetst een grimmig beeld. Het wijst op de schok van de terreuraanslagen en het trauma veroorzaakt door brutale aanleg van de voetgangerszone. Maar er is meer.

De restaurants volgen een opwaartse trend in Vlaanderen en Wallonië, maar een dalende in het Brusselse Gewest, waar er de afgelopen drie jaar meer sluitingen dan openingen zijn geweest. De mobiliteitsproblemen isoleren deze zaken in Brussel, waar delivery wat extra inkomsten oplevert. Kleine cateringzaken worden talrijker in Brussel, in tegenstelling tot cafés, die in aantal afnemen. De klassieke broodjeswinkels worden vervangen door ketens als Exki en Le Pain Quotidien, die tegen iets hogere prijzen kwaliteitssnacks aanbieden.

“De restaurants die het meest geleden hebben van mobiliteitstoestanden in combinatie met toeristische problemen zitten vast in een soort cirkel rondom het hart van de stad,” zegt Miguel Van Keirsbilck. “Aan de andere kant, langs de Grote Ring van Brussel en in de Waals- en Vlaams-Brabantse randgemeenten, doen de restaurants het erg goed. Er wordt soms beweerd dat er te veel restaurants zijn in België: zo’n 22.000 van de 60.000 horecagelegenheden voor 11 miljoen inwoners, of 1 restaurant voor 500 personen. Het economische weefsel in Brussel was al kwetsbaar vóór de financiële crisis. In deze periode van marktregulering aangedreven door het kasregister, kampt de sector met een hoge turnover en concurrentievervalsing. Vlaanderen heeft hier gedisciplineerd op gereageerd, maar in Brussel verloopt de installatie van het kasregister het traagst. De eerlijke zaken ondergaan de oneerlijke concurrentie van zij die minder scrupules hebben.”

Hogere ambities en naar sterren grijpen

De heer Van Keirsbilck vraagt dat de federale overheid eerlijke spelregels zou opleggen aan al wie tegenstribbelt. Aangezien rentabiliteit nauwelijks haalbaar is, vooral in Brussel, waar de prijs van vastgoed een hoge vlucht neemt terwijl de restaurants geen hogere prijzen hanteren noch meer klanten over de vloer krijgen dan zaken in andere regio’s, vraagt de Belgian Restaurants Association dat de BTW gelijk zou lopen met die van de buurlanden en dat 100% aftrekbaarheid voor zakendiners zou worden hersteld, voor zover een ticket uit een kasregister kan worden voorgelegd.

“Hooggekwalificeerde chef-koks stellen zich tevreden met een restaurant voor 20 personen. Ze werken alleen achter de toonbank om zichzelf niet in gevaar te brengen. Sommigen beweren liever een fastfood te willen openen dan zichzelf economisch te blijven uitputten,” betreurt Miguel Van Keirsbilck. “De markt is gepolariseerd rond enerzijds grote spelers met een ketenstructuur en die voordeel halen uit hun inkoopvolume om zich veilig te stellen, en anderzijds zeer kleine familiale concepten, die vrij over hun tijd beschikken. De minimumvoorwaarden voor winstgevendheid niet herstellen, is schadelijk voor de vrijheid van ondernemerschap.”

De Brusselse keukens worden weinig geprezen in de gidsen, maar vertonen nochtans heel wat troeven, naast de charme van hun diversiteit. “Steun aan de oprichting, het behoud en de uitstraling van goede restaurants in Brussel zou een interessant beleid zijn qua toeristische aantrekkingskracht, ook omdat kleinere innovatieve concepten zouden volgen”, adviseert Miguel Van Keirsbilck.

De valkuilen van een gesloten vastgoedpark

Omdat de marges laag zijn, huren de restauranthouders meestal hun pand. “De verkoopprijzen liggen vaak waanzinnig hoog en verkopers zijn zelden geneigd om ze te verlagen”, stelt Marie Lefebvre, vertegenwoordiger bij Bureau immobilier Gérard. “Aan de wens om avondconcepten in de Nieuwstraat in te voeren kan alleen tegemoet worden gekomen als de eigenaren zich hiervoor inspannen. De huurprijzen die grote handelsketens met veel omzet zich kunnen veroorloven liggen namelijk buiten het bereik van een bar of restaurant. De sector ondergaat talrijke faillissementen. Ik hoorde van een klant dat banken niet meer per se in een horecazaak willen investeren. Kandidaten hebben dus een oerdegelijk concept nodig om aan de slag te gaan. Sommige klanten komen al een jaar na hun investering terug om de zaak te verkopen, maar dat is niet gemakkelijk wanneer het restaurant niet goed rendeert. De verkoop van een zaak valt minder vaak voor, omdat het voordeliger is om een bedrijf op te richten met de toegekende premies. Er is dan sprake van sleutelgeld of een huurrecht, vooral gerechtvaardigd als de huurprijs lager ligt dan de marktprijs. Hoe lager de ene, hoe hoger de andere kan zijn.”

Zij merkt op dat de gemeenten nu de conversie van winkelruimten in hotels en restaurants moeilijker aanvaarden: “Elk heeft zijn eigen regels, wat de samenstelling van dossiers bemoeilijkt. En het verkrijgen van een vergunning kost tijd. De cliënt moet er dan van worden geïnformeerd dat zijn zaak misschien pas binnen een jaar zal kunnen opengaan. Een ondernemer aanvaardt moeilijk om door administratieve logheden te worden tegengehouden. Bovendien komen de kosten ten laste van een van de partijen: de koper, de eigenaar als hij ermee instemt geen huur te innen zolang de procedures lopen, of de huidige huurder die het pand wenst te verlaten. Vaak wordt de overeenkomst dan niet gesloten, omdat de eigenaar bijvoorbeeld liever van een innovatieve horecazaak afziet als een gewone schoenwinkel daar meteen kan worden geopend.”

Originaliteit is nu zo gevaarlijk geworden dat het Horeca vastgoed vooral in een gesloten circuit circuleert. “Het is niet gezond dat regelgeving eerder focust op de beperking van de vestigingsplaatsen dan op de kwaliteit van concepten”, vindt Miguel Van Keirsbilck. “De gemeenten zijn nog te ouderwets in hun beleid en niet geneigd om ongewone plaatsen aan de Horeca toe te kennen. We vragen een onderscheid tussen cafés, die een sociale ruimte bieden, en restaurants, die minder laat sluiten en minder lawaaierig zijn. Sint-Gillis heeft een nieuw gezicht dankzij zijn culturele vernieuwing, maar ook zijn nieuwe Horeca-aanpak. Dit draagt bij tot het welzijn in een gemeente.”

Het voorbeeld van Sint-Gillis

“Wij zijn toezicht gaan oefenen op de handel om de Horeca een duwtje in de rug te geven”, zegt de trotse schepen Cathy Marcus, belast met de Grondregie. “In het begin focusten wij uitsluitend op huisvesting en we gaven verenigingen vooral kleine commerciële benedenverdiepingen die anders moeilijk te exploiteren waren. Daarna kochten we aangrenzende gebouwen om de benedenverdiepingen volledig te renoveren voor uitgestrekte handelszaken. Samen met Atrium ontwikkelen we een strategie om te bepalen welk type winkel daar kan worden gevestigd.”

Kleine commerciële benedenverdiepingen zijn er in het Gewest genoeg. Marie Lefebvre neemt de vitrines van het Îlot Sacré als voorbeeld, waar de moeilijkheid om een aparte ingang te voorzien voor de bovenliggende verdiepingen vaak deze woningen ontoegankelijk maakt. “Op de Alsembergse Steenweg, die erg achteruit is gegaan, overleven veel kleine winkeltjes. Wij proberen tegelijk de handelsruimten en de bestrating te renoveren om grote ketens aan te lokken en zodoende een dynamiek op gang brengen die ook andere zaken zou aantrekken”, vervolgt Cathy Marcus. “We hebben een zeer gediversifieerd aanbod en werken wijkgericht. Op het Voorplein zijn we eigenaar van de helft van de winkels en hebben we cafés ingericht om er een Horeca-centrum van te maken. We hebben besloten om daar een voetgangerszone aan te leggen en we hebben net schrobmachines gekocht om deze zeer drukke buurt schoon te houden. We getuigden ook van openheid voor nieuwe ideeën en aanvaardden bijvoorbeeld een horecazaak in een oud benzinestation. We ontwikkelen in de Fortstraat een strategie gericht op kleine culturele ambachtslieden en we gaan er de artistieke decoratie van de gevels toestaan.” De gemeente, die meer dan 400 cafés en restaurants telt, gaat de cadans nu wat verlagen om de bestaande projecten duurzaam te maken en na te denken over toekomstige ontwikkelingen.

Delen