Het leerplan van de toekomst

29 augustus 2018 om 07:08 | 666 weergaven

Duaal leren belooft de arbeidsmarkt te versterken en meer gemotiveerde leerlingen op te leveren. Bij Audi Brussels gelooft men er alvast 100% in.

Het nodige talent vinden voor knelpuntberoepen als elektromechanisch technicus of constructielasser is niet evident. Kandidaten ontberen sommige vereiste technische competenties en blijken een lange inwerkingsperiode nodig te hebben. Het geloof groeit dat duaal leren, waarbij leerlingen deeltijds op de werkvloer praktijkonderricht krijgen, hier iets aan kan verhelpen. In Brussel heeft zowel de Franse als de Vlaamse gemeenschap de voorbije jaren initiatieven genomen om duaal leren mogelijk te maken.

Aan Vlaamse kant startten in september 2016 een aantal proeftuinscholen. Vanaf september 2019 zal het Vlaams decreet duaal leren in werking treden en staat het alle scholen vrij om mee in het systeem te stappen. Momenteel zijn er duale studierichtingen als elektromechanische technieken, lassen-constructie en mechanische vormingstechnieken in de derde graad TSO en BSO. In Brussel verwelkomen nu al bedrijven als Audi en ThyssenKrupp leerlingen en komend schooljaar zal ook Schindler, dat met een tekort aan lifttechnici kampt, dit doen. In de toekomst wil men in Vlaanderen het duale systeem doortrekken naar het zevende specialisatiejaar en het hoger onderwijs (voor de richtingen industriële automatisering, industrieel onderhoud, industriële bachelor elektromechanica en industrieel ingenieur). De Franse gemeenschap voorziet de ‘formation en alternance’ voor lassers, elektriciens, elektromechanische technici en hvac-technici. Er is ook een ‘master en alternance’ business analyst IT op twee hogescholen (ECAM en ICHEC) die nu 25 studenten telt en het komende schooljaar voor een verdubbeling gaat.

Ernstiger houding

Audi Brussels werkt met een Nederlandstalige (TA Halle) en een Franstalige school (Don Bosco Sint-Pieters-Woluwe) samen. De leerlingen elektromechanische technieken leren in de fabriek met robotica omgaan, maar krijgen ook training op de programmable logic controllers (apparaten met een microprocessor die machines aansturen) die Audi ter beschikking stelt aan de twee scholen en Iris Tech+ (het Beroepenreferentiecentrum Metaal & Technologie). “Vroeger was het zo dat de jongeren soms op machines leerden werken die niet helemaal up to date waren”, zegt René Konings, verantwoordelijke voor Brussel bij technologiefederatie Agoria. “Op deze manier zijn ook de leerkrachten mee met de jongste technologische evoluties en de modi operandi die men vandaag in bedrijven hanteert.”

Die kennismaking met de nieuwste technieken is zeker een surplus, maar er is méér, benadrukt Heleen Devriese, coördinator duaal leren bij Audi. “De jongeren, die nog geen werkervaring hebben, ondervinden hoe belangrijk de soft skills in het bedrijfsleven zijn, zoals op tijd te komen en gedisciplineerd en meertalig te zijn. Mochten er op dat vlak problemen rijzen, dan proberen we daar zo vroeg en positief mogelijk op te anticiperen. Meestal zien we vrij snel een gunstige evolutie.”

Maggy Vankeerberghen, directeur van het Technisch Atheneum Halle, ziet dat haar leerlingen in het duale systeem in het begin soms wat moeite hebben met het ritme en het niveau op de werkvloer bij Audi. “Ze merken vlug dat bijvoorbeeld te laat komen niet geapprecieerd wordt. Anderzijds gaan ze tijdens de praktijklessen inzien waar alles wat ze op de schoolbanken leren werkelijk toe dient. Dit leidt bijna automatisch tot een ernstiger houding. Ze worden bij Audi sneller volwassen dan op school, dat merken we heel goed.”

Mentor als aanspreekpunt

Alles samen zijn de leerlingen van TA Halle zo’n vijftal weken aanwezig op de fabriek van Audi. Ze krijgen eerst ter plaatse praktijkoefeningen op apparatuur van het bedrijf van een instructeur van Audi of de eigen leerkracht, nadien volgt een stage van twee weken, waarbij ze op robots en installaties toepassen wat ze in de lessen gezien hebben. “Daarbij gaat veel aandacht naar de veiligheid. De juiste attitude en discipline zijn heel belangrijk”, licht Maggy Vankeerberghen toe. De jongeren werken ook in kleinere groepen gedurende vier dagen aan een geïntegreerde proef die bestaat uit een probleemanalyse en het uitdokteren van een procesverbetering.

De medewerkers van Audi die de leerlingen begeleiden volgden een training tot mentor. “Het is hun taak om een technische uitleg zo gestructureerd en eenvoudig mogelijk te geven, zodat het behapbaar is voor de jongeren”, vertelt Heleen Devriese. “Uiteraard moeten ze ook weten hoe ze best feedback geven aan de leerlingen. De mentor is het eerste aanspreekpunt voor de jongeren. Zij komen in een grote fabriek terecht en mogen, ook figuurlijk, niet verloren lopen. Ze hebben nood aan een bekend gezicht aan wie ze alle mogelijke vragen kunnen stellen.” De mentor heeft een houvast aan de leerfiches: daarin staan de evaluatiecriteria en de leerstof die aan bod moet komen vermeld.

De leerkrachten krijgen evengoed een andere rol toebedeeld. “Zij worden eerder een coach die de leerlingen individueel begeleidt”, meent Maggy Vankeerberghen. “Omdat de leerstof vandaag niet langer enkel vanuit de school zelf komt, proberen ze de leerlingen wegwijs te maken. Waar kan je welke kennis vinden en hoe benader je de informatie op een kritische manier? Door de digitalisering van de samenleving gaat er in de opleiding meer aandacht naar 21ste eeuwse vaardigheden, zoals flexibel en in team werken.”

Zelfevaluatie

Er is nauw overleg. Meermaals per maand zit Heleen Devriese als coördinator samen met de scholen om alles nauwgezet op te volgen. “We herbekijken het leerprogramma ook elk jaar weer”, onderstreept ze. “Nu we met de productie van het volledig elektrische model Audi e-tron starten, moeten we dat al zeker wat bijsturen. Wat we eerder al hebben herzien, is de evaluatie van de soft skills. Zo hebben we onlangs de zelfevaluatie ingevoerd. We willen dat de leerlingen zich bijvoorbeeld bewust zijn van hun gsm-gebruik. Die zelfevaluatie helpt hen ook om in te zien hoe ver ze staan. We hebben de indruk dat ze zichzelf soms onderschatten.”

Heleen Devriese is formeel: dankzij het duaal leren heeft Audi al talenten gespot die ze anders misschien niet op het spoor waren gekomen. Op dit moment is het zo dat ongeveer de helft van de leerlingen die in hun opleiding slagen beslist om verder te studeren (een zevende jaar of hoger onderwijs), de andere helft tekent een contract om bij Audi aan de slag te gaan. “We willen echt perspectieven bieden”, zegt de coördinator. “Ook met diegenen die hogere studies aanvatten, houden we contact. We willen hun traject blijven volgen, want ook hun profiel kan in de toekomst interessant zijn voor ons.”

Geen wondermiddel tegen schoolmoeheid

Volgens René Konings van Agoria zijn de bedrijven vragende partij dat meer scholen uit Brussel in het duale systeem zouden stappen. “Voor de technologiesector is duaal leren van groot belang. Het versterkt de arbeidsmarkt en levert meer gemotiveerde leerlingen op. Deze jongeren ontwikkelen betere competenties. We horen van hen dat ze, eens ze van het duale systeem hebben geproefd, niet meer terug naar het klassieke onderwijssysteem willen. Wij zien dit echt als het leerplan voor de toekomst.”René Konings heeft een boodschap voor de beleidsmakers: beschouw duaal leren niet enkel als een oplossing voor de ongekwalificeerde uitstroom en de jeugdwerkloosheid. Het is géén wondermiddel tegen schoolmoeheid en schooluitval. Maggy Vankeerberghen gaat een stukje mee in zijn redenering “Duaal leren is niet dé oplossing voor schoolmoeheid, maar het kan wel helpen om het tij te keren. Een school die vandaag vasthoudt aan het bord en het krijt raakt de jongeren kwijt. Je mag bovendien niet blind zijn voor de realiteit dat de leerlingen in je klas verschillende niveaus hebben. Als je enkel voor de gemiddelde leerling lesgeeft, vallen de uitersten uit de boot. We moeten openstaan voor de leefwereld van de jongeren en hen meer verantwoordelijkheid geven. Het doel is dat ze het leerproces meer in eigen handen gaan nemen.”

Duaal leren moet hier hetzelfde kwaliteitslabel krijgen als in Duitsland en Zwitserland waar een lange traditie in het systeem bestaat. Scholen die er mee van start willen gaan, hebben minstens één jaar voorbereiding nodig. “In die aanloopperiode vormen school en bedrijf een leergemeenschap waar men goed nadenkt over hoe de opleiding op de werkvloer concreet ingevuld kan worden”, vertelt René Konings. “Het vraagt een groot engagement van alle partijen. Het duaal leren moet breed gedragen worden en een groot vertrouwen tussen school en bedrijf is onontbeerlijk.” Bedrijven of scholen die in het duaal systeem willen meedraaien, realiseren zich best dat het een zeer intensieve onderneming is. Heleen Devriese: “Alles staat of valt met de communicatie. Als je er niet 100% in gelooft, begin je er beter niet aan.”

Delen