School 19 verkent onderwijs van de toekomst

Door Ophélie Delarouzée  - 6 september 2018 om 14:09 | 456 weergaven

© GettyImages

John Bogaerts en Ian Gallienne, respectievelijk oprichter van de businessclub B19 en gedelegeerd bestuurder van GBL, hebben net School 19 geopend, een franchise van de Parijse School 42 die jongeren in peer-to-peercodering traint. Een kijkje op een totaal andere voorbereiding op de beroepen van de toekomst.

John Bogaerts, medeoprichter van School 19

De selectie is toegankelijk voor jongeren tussen 18 en 30 jaar oud en vereist geen diploma. In mei, juli en augustus werden zgn. ‘zwembaden’ georganiseerd. In oktober beginnen zo’n 150 jongeren aan een verrassend leertraject. “Waarom een zwembad? Omdat je in het water wordt geduwd en als je niet kunt zwemmen, vind je best een oplossing. Aanders zink je”, legt John Bogaerts uit. “Kandidaten coderen 16 uur per dag, een maand lang. Meestal geven er 50 vrij snel de brui aan. En wij behouden 1 op de 2 van de resterende 100. We geven de voorkeur aan iemand die nog nooit een regel heeft gecodeerd en die van niveau 0 naar 4 doorgroeit, boven iemand die van 7 naar 8 gaat.”

Deze opleiding is volledig gratis, duurt 2 tot 5 jaar en levert geen diploma op. “Er zijn geen leraren”, vervolgt John Bogaerts. “Studenten leren op hun eentje. Da’s de beste manier. Ze hebben 21 niveaus te voltooien. Vanaf niveau 7 stappen ze naar bedrijven. Ze worden er meestal ingehuurd tussen niveau 10 en 14. Omdat hier geen diploma mee gepaard gaat, hoeven ze niet te wachten tot het einde van de opleiding. Er heerst een gebrek aan encoders. In Parijs wordt 100% van deze jongeren aangeworven en bij ons zal dat niet anders zijn. We kregen al massa’s aanvragen, terwijl de ‘zwembaders’ slechts niveau 1 hebben bereikt”.

De aanpak is altruïstisch. Hij getuigt van geloof in een nieuwe generatie die altijd beter is dan de vorige. “Mijn vader creëerde voor bevoorrechte kinderen privéscholen die mijn broer David verder ontwikkelt. Maar hij gaf ook gratis les aan 200 leerlingen omdat hij vond dat ze hulp verdienden”, zegt John Bogaerts. “Hij was de zoon van een arbeider en begon van niets. Sinds zijn dood in 2007 heb ik geprobeerd hem hulde te brengen met een formule die jongeren met potentieel helpt, al zijn ze de verkeerde weg ingeslagen. Toen ik in mei 2017 deze school in Parijs binnenstapte, wist ik dat ik hetzelfde in Brussel moest organiseren.” Dankzij de samenkomst van 12 sponsors die elk drie jaar lang 60.000 euro per jaar doneren, kon hij de wens concretiseren.

De oprichter is bereid om het roer over te laten aan de overheid: “Jean-Claude Marcourt (minister van Hoger Onderwijs van de Federatie Wallonië-Brussel) had School 42 bezocht omdat hij het concept interessant vond, maar onze instellingen zijn log en traag. Tijdens een gesprek met Alexander De Croo, federaal minister voor de Digitale Agenda, legde ik uit dat we de licentie voor 6 jaar hebben, maar dat ik vereerd zou zijn als een universiteit later zou besluiten om School 19 op te vangen.”

Het onderwijs in vraag stellen

“Wij zijn een van de bestanddelen van het onderwijs van morgen, maar ik beweer niet de oplossing in pacht te hebben. Ik meen wel dat we dingen moeten durven veranderen. Soms krijg ik de indruk dat universiteiten nog steeds leven van wat ze 50 jaar geleden verworven hebben. U zou tien jaar geleden nooit hebben geloofd dat 80% van uw internetverkeer vandaag via uw telefoon zou lopen. We mogen universiteiten en hogescholen niets verwijten: ze hebben de bocht niet gemist maar hem ook niet snel genoeg op zich zien afkomen.”

Als geschiedkundige trekt hij zelfs het voortbestaan van de faculteiten sociale wetenschappen in twijfel. “Oorspronkelijk was het verlof in juli en augustus bedoeld om kinderen naast hun ouders op het veld te laten werken. Ik zeg niet dat studenten elf maanden en half per jaar en 38 uur per week aan het werk moeten worden gezet, maar sommige dingen zijn misschien aan herziening toe. Als u uit de onderwijswereld stapt, komt u op een science fiction planeet terecht. Door eerstejaarsstudenten een dag per week in bedrijven te plaatsen, zouden ze inzien dat hun ontoereikende kennis van het Nederlands de deuren naar de arbeidsmarkt sluit. Dit zou hen aanmoedigen om opleidingen te kiezen die tot banen leiden. De intellectuele geest van mei 1968 heeft de ambachtelijke beroepen ontaard. We hebben echter een samenleving nodig die zich in stand houdt, geen maatschappij van snobs die graag vertellen dat ze politieke wetenschappen hebben gestudeerd.”

Delen