Is de komst van een 4e mobiele operator positief voor de klant?

Door Olivier Willocx  - 26 november 2018 om 14:11 | 400 weergaven

©GettyImages

Het vooruitzicht van een eventuele vierde operator, gevraagd door Alexander De Croo, minister van Telecommunicatie en de Digitale Agenda, zorgt in de Belgische sector voor enige opschudding. Alle begrip daarvoor. Laten we even het standpunt van de klanten innemen. Wat zou – voor hen – de komst van een vierde operator betekenen? Op korte termijn zou de toegenomen concurrentie hoogstwaarschijnlijk leiden tot een prijzenslag en een lichtere factuur voor de eindklant. Het verloop is o toch zo voorspelbaar. Het scenario werd trouwens al in andere landen toegepast. En zorgt daar voor felle debatten.

Even verduidelijken. De drie operatoren die in België actief zijn (Proximus, Orange en Telenet) betreuren uiteraard de mogelijke komst van een vierde speler tegen zeer gunstige en veel minder restrictieve voorwaarden dan wat zij zelf moesten aanvaarden. In dit verband vreest de sectorale federatie Agoria voor het ontstaan van onzekerheid en discriminatie binnen de sector. De nieuwkomer zou trouwens worden vrijgesteld van de verplichtingen die aan de andere drie werden opgelegd, namelijk op het gebied van onderhoud en modernisering van de infrastructuur.

Maar ook hier luidt de vraag: waar ligt het belang van de klant, ergens tussen een minister die zich aan de kiezer presenteert en een sector die zijn activiteit verdedigt? Een status quo met drie operatoren of de komst van een vierde? Rechtvaardigt een verlaging van de factuur, althans op korte termijn, voldoende het scenario van een vierde operator? Neem nu de prijs. Volgens een tevredenheidsenquête van de regulator (het BIPT) beweert 76% van de gebruikers tevreden te zijn met de prijzen die hun mobiele operator in België hanteert.

Wat betreft de kwaliteit van de dienstverlening van de telecomoperator bereikt het percentage tevreden tot zeer tevreden klanten 80%. Globaal heeft de vraag van de Belgische gebruiker niet meteen te maken met een prijsvermindering. Anderzijds zou een prijsdaling onvermijdelijk een aanzienlijke vermindering van de investeringscapaciteit van de telecomoperatoren teweegbrengen. En daar zullen gebruikers, particulieren en bedrijven op langere termijn hoogstwaarschijnlijk veel minder gelukkig mee zijn. Of vlakaf onthutst!

Een andere invalshoek: is het echt aangewezen om precies nu de Belgische mobiele telecomoperatoren onder druk te zetten? Om een prijzenoorlog te ontketenen? Is het wijs om vandaag de investeringscapaciteit van deze operatoren terug te schroeven? Het antwoord is drie keer NEEN. België heeft behoefte aan de investeringscapaciteit van de huidige operatoren om zijn technologische doorbraak te verwezenlijken. Nu we sterk moeten inzetten op de ontplooiing van nieuwe infrastructuren, zou het zeker niet verstandig zijn om druk uit te oefenen op de spelers die daartoe kunnen bijdragen.

Zo investeerde Telenet in 2017 bijvoorbeeld 26% van zijn inkomsten in het onderhoud en de ontwikkeling van zijn infrastructuur. Bij Proximus was dat 17% en bij Orange 15%. Samen goed voor zo’n 400 miljoen euro. In plaats van de toetreding van een vierde operator op te leggen – met een geschatte infrastructuurkost van 1,3 miljard euro – lijkt het verstandiger om, in het kader van een partnerschap, precies af te bakenen welke investeringen met de huidige spelers moeten worden gedaan.

De klant loopt bovendien het risico van een mindere dienstverlening. Dit lijkt zelfs onvermijdelijk, wegens de situatie op het terrein: vertraging van het netwerk, kwaliteitsverlies, minder goede dekking in landelijke gebieden. En ten slotte nog een paar cijfers. Wat is de situatie in de andere Europese landen? In 2017 hadden 29 van de 48 landen drie of minder operatoren. 19 hadden er in totaal 4 of meer. Dat een meerderheid de voorkeur geeft aan een beperkt aantal actoren, is geen toeval. Ik weet niet voor wie de kiezer zal stemmen en welke leverancier hij zal kiezen, maar wat ik wel besef is dat de komst van een vierde operator globaal gesproken geen goede deal zal zijn, noch voor de klant, noch voor de Belgische economie, noch voor Brussel.

 

Olivier Willocx

Gedelegeerd bestuurder van Beci

 

Delen