De koppeling van het salaris aan de anciënniteit?

Door David Hainaut  - 30 november 2018 om 07:11 | 313 weergaven

890775054

In de zomer liet de federale regering weten dat een kalender werd vastgelegd met de sociale partners om af te zien van een bezoldiging in functie van de anciënniteit. In België betreft dit twee werknemers op drie.

 

Vóór

Marie-Noëlle Vanderhoeven, eerste raadgever bij de Vereniging van de Belgische Ondernemingen (VBO).

Vandaag zitten we met het probleem dat er geen verband bestaat tussen de prestaties van een werknemer en de kosten van het werk. De productiviteit van een medewerker stijgt namelijk niet even snel als zijn salaris. Ervaring kan een impact hebben op de productiviteit, maar er moet rekening worden gehouden met een aanpassingsperiode, die van 0 tot 10 jaar of zelfs meer kan duren. Op een bepaald niveau verzwaart dit de salarislast voor de onderneming. Dit heeft een negatief effect op de werknemers omdat de onderneming aan aantrekkingskracht verliest en de werkgever de neiging zal hebben om een jonge werknemer met een lager salaris in dienst te nemen. En op hun beurt gaan jonge werknemers zulke barema’s als onrechtvaardig beschouwen.

Een ander probleem is dat geen gerichte loonsverhoging mag worden voorzien voor de best presterende werknemers. Dit zou een vorm van discriminatie betekenen en mensen minder aansporen om vaardigheden aan te leren of te onderhouden. Kortom, een delicaat vraagstuk waar al jaren over wordt gepalaverd. Het is bovendien moeilijk om van de ene dag op de andere een salarisstelsel in functie van de anciënniteit te vervangen door een ander systeem. De rechten van de werkkrachten moeten worden geëerbiedigd en de loonkosten mogen niet brutaal gaan stijgen. De gulden middenweg vinden is dus de boodschap, maar het zal in elk geval duurder uitvallen omdat de lonen van de oudere werknemers niet naar beneden mogen.

Het zal misschien niet mogelijk zijn om dit vraagstuk tegen de verkiezingen van mei volgend jaar te regelen, mede omdat deze belangrijke materie sectoraal zou moeten worden aangepakt. Indien de regering of de wetgever in de besprekingen tussenkomt, wordt het bijzonder moeilijk. Mentaliteiten veranderen vergt tijd en zeker in België is dit een traag proces.

Persoonlijk vind ik dat zulke barema’s zinvol zijn zolang vaardigheden worden aangeleerd, maar het grote struikelblok blijft de kost voor de ondernemingen en het risico om de oudere werknemers in de steek te laten. Hoe dan ook wordt hier zowat overal over nagedacht.

 

Tegen

Nabil Sheikh Hassan, economist bij de studiedienst van de Centrale Nationale des Employés (CNE)

Eerst wil ik eraan herinneren dat het loon gelijk moet zijn voor elke uitgeoefende functie, zelfs als de ene werknemer 2% sneller werkt dan een andere. Dit is van groot belang om discriminatie te vermijden en om te voorzien in de levenskosten.

Nu is het zo dat niet iedereen even snel werkt, leert en vooruitgang boekt. Sommige mensen ontwikkelen meer ervaring dankzij hun functie, niet zozeer om beter en sneller te werken, maar om bijstand te leveren aan collega’s binnen een team – of aan andere functies. Vandaar het bestaan van lonen in functie van de ervaring! Historisch en cultureel is het niet mogelijk om jonge mensen te vertellen dat ze meer gaan verdienen en tegelijk aan ouderen werknemers aan te kondigen dat hun loon achteruitgaat. De loonmassa zou hierdoor in elk geval stijgen en de werknemers zouden hun ganse carrière lang geld verliezen!

Als de werkgevers het systeem willen veranderen, moeten middelen worden gevonden om de werkkrachten op een gelijke manier te betalen. We kunnen nadenken over een systeem waarin de lonen trager zouden toenemen, maar we moeten niet terugvallen in een debat over bezuinigingen, want dit wordt meestal problematisch. Zodra over cijfers wordt onderhandeld, is de conclusie steeds dezelfde: de mensen zouden sneller van baan moeten veranderen. Maar zonder barema’s zouden ze telkens weer vanaf nul bij de volgende werkgever aan de slag moeten gaan.

Ten slotte vrees ik voor een verborgen agenda achter het officiële debat. De kern van het probleem ligt namelijk bij de honderdduizenden werklozen in België en de economie die onvoldoende vacatures aanbiedt. Als het de bedoeling is de lonen te doen dalen, wel, dat doen zij nu al vier jaar lang! De werkelijke vraag is hoe je de lonen gaat verhogen om de economie op te peppen en nieuwe banen te creëren en hoe je tegelijk herkenning biedt voor ervaring, om de mobiliteit binnen de arbeidswereld te bevorderen. Als anciënniteit beter wordt erkend en een werknemer verzekerd is ergens anders verder te mogen werken zonder geld te verliezen, dan zal hij gemakkelijker van baan veranderen!

 

Delen