Werkgeversorganisaties pleiten voor een interfederale visie voor mobiliteit

11 januari 2019 om 10:01 | 352 weergaven

©GettyImages

[PERSBERICHT] De sociaaleconomische ontwikkeling raakt steeds meer in de wurggreep van de mobiliteitsproblemen. Het aantal verliesuren in België betekent een jaarlijkse kost van 1 à 2% van het BBP volgens de OESO. De kost van een verloren uur in de file bedraagt € 8,25 voor wat betreft het personenvervoer, en € 50 tot € 80 voor het goederenvervoer. Verwacht wordt dat tegen 2020 de maatschappelijke kosten van mobiliteit in België zullen stijgen tot jaarlijks € 6 miljard.

Daarom roepen de werkgeversorganisaties VBO, UWE, VOKA en BECI de bevoegde Ministers op het mobiliteitsbeleid te enten op een interfederale visie die wordt onderschreven door de federale én de regionale overheden. Daarin moeten de langetermijndoelstellingen van het beleid en de verantwoordelijkheden van elke speler worden vastgelegd.

De bevoegdheidsverdeling vandaag bemoeilijkt de ontwikkeling van een coherent beleid op het gebied van transport, zeker wanneer het erop aankomt intermodaliteit tot stand te brengen tussen verplaatsingswijzen die onder de bevoegdheid van verschillende overheden vallen.

Het transportbeleid, waaronder zowel infrastructuur als transportdiensten vallen, is een regionale bevoegdheid. Het spoorvervoer, het luchtvervoer, het maritieme beleid en de wegcode (waarvan bepaalde aspecten overgeheveld zijn naar de gewesten) zijn federale materies. De fiscaliteit rond transport zit dan weer verdeeld over het federale en regionale niveau: de verkeersbelasting is een regionale bevoegdheid, terwijl de fiscaliteit van bedrijfswagens, brandstoffen en het woon-werkverkeer federale materie zijn.

Aanstaande maandag 14 januari ’19 komen de 4 mobiliteitsministers van ons land samen, tijdens het  Executief Comité van de Ministers van Mobiliteit, om zich uit te spreken over het voorstel van een intefederale visie.

De mobiliteit stopt niet aan de gewestgrenzen. Een performant interregionaal samenwerkingsverband op het niveau van mobiliteit is dus onontbeerlijk om de mobiliteitsuitdagingen het hoofd te bieden. Deze vragen om een sterke reactie vanwege de verschillende overheden maar die tegelijk moeten worden uitgevoerd binnen een gemeenschappelijke visie met respect van de bevoegdheden van de respectievelijke overheden.

 

Delen