Een betere beheersing van de overheidsfinanciën?

Door Vincent Delannoy  - 31 januari 2019 om 17:01 | 258 weergaven

©Belga

Waarom kan een minister in Brussel eenzijdig beslissen om bedragen voor mobiliteit in te houden en die toe te wijzen aan de aankoop van een gebouw voor de Samusocial? Een begroting werd goedgekeurd, maar het gebruik ervan lijkt volledig af te hangen van de wil van een minister, zonder rekening te houden met het door het Parlement vastgestelde kader. Hoe kunnen dergelijke misstanden worden voorkomen?

De regels bestaan echter wel, zeker op het gebied van auditing. Zo moeten in Brussel de overheidsorganen die bekend staan als autonome bestuursinstellingen (ABI’s) hun rekeningen aan het Parlement voorleggen. Deze rekeningen vormen het voorwerp van een ontwerp van ordonnantie waarover datzelfde Parlement moet stemmen, aldus de wetgeving[1].

Sinds tien jaar wordt het Brusselse Parlement echter de facto uitgesloten van deze controle. Dis constateert het Rekenhof, dat instaat voor het certificeren van de regelmatigheid, oprechtheid en juistheid van de algemene boekhouding van de gewestelijke entiteit en de van de rekeningen van de ABI’s. In zijn jongste verslag[2] schreef het Rekenhof: “Op 30 september 2018 had het Parlement nog geen rekeningen van autonome bestuursinstellingen gestemd en goedgekeurd sinds het begrotingsjaar 2008.” En bovendien: “Het Parlement heeft evenmin gestemd over de rekeningen 2014-2016 van de diensten van de regering, de geconsolideerde rekeningen 2014-2016 van de gewestelijke entiteit of de rekeningen 2008-2016 van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie.”

Ook Beci geeft dit aan in zijn memorandum “Ambities financieren” (maatregel 24): het is ondertussen bijna tien jaar geleden dat het Parlement nog de gelegenheid kreeg om controle uit te oefenen op deze rekeningen. Voor Beci moet de volgende regering, en daarmee elk van haar ministers en staatssecretarissen, zich ertoe verbinden deze verplichting na te komen: de rekeningen van de ABI’s aan het Parlement voorleggen.

Het Rekenhof stelt dat “de stemming over de rekeningen door de begrotingsautoriteit (het Parlement) noodzakelijk is om de begrotings- en boekhoudcyclus af te ronden en om eventuele overschrijdingen van de begrotingskredieten voor uitgaven te regulariseren. Bovendien zorgt de publicatie van deze ordonnanties voor de bekendmaking van de rekeningen.”

Laten we even melden, zonder echter in detail te treden, dat van de 21 rekeningen (2017) van de Brusselse instanties slechts 6 rekeningen zonder voorbehoud werden goedgekeurd: die van Actiris, het Brussels Waarborgfonds, de Economische en Sociale Raad van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, het Brussels Gewestelijk Herfinancieringsfonds van de Gemeentelijke Thesaurieën, Leefmilieu Brussel en het Fonds voor de Financiering van het Waterbeleid. Naar de toekomst toe verdienen de Brusselse overheidsfinanciën meer ambitie: 21 rekeningen die zonder voorbehoud worden goedgekeurd en op tijd aan het Parlement worden voorgelegd.

Link naar de Memoranda van Beci:https://go.beci.be/memorandum/NL

 

[1] Wet van 16 mei 2003 houdende de algemene bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, op de controle van de subsidies, op de rekeningen van de Gemeenschappen en Gewesten en op de organisatie van de controle van het Rekenhof; Organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende vaststelling van de bepalingen van toepassing op de begroting, de boekhouding en de controle (OOBBC).

[2] 23e kohier van het Rekenhof gericht aan het Parlement van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en aan de Verenigde Vergadering van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie.

Delen

Vincent Delannoy

Adviseur Economie en Algemeen Beleid