Om het kwartier een S-trein

Door Peter Van Dyck  - 1 februari 2019 om 13:02 | 760 weergaven

Het station Mouterij in Elsene is een van de nieuwe Brusselse stations. ©Belga

Na jaren van discussies over centen zijn de federale overheid en de gewesten eindelijk tot een akkoord gekomen over de investeringen die nog resten om het Gewestelijk ExpresNet (GEN) uit te bouwen. “Dit netwerk is broodnodig, als je weet dat het overgrote deel van de pendelaars in een zone van 25 kilometer rond Brussel woont.”

Het dossier van het GEN of S-netwerk – een stevig uitgebouwd voorstadsnet in en rond Brussel – sleept al vele jaren aan. Wanbeheer leidde tot vertragingen, de kosten swingden de pan uit (nu al dubbel zo groot als eerst begroot), de bevoegde overheden discussieerden oneindig over de verdeling van de budgetten, voornamelijk Waals-Brabant botste op problemen met vergunningen en de ruimtelijke planningen …

In januari 2017 trok het Rekenhof aan de alarmbel met een rapport, op vraag van de Kamer. De inhoud was vernietigend en legde de vinger op een verkeerde aanpak van de werken en een gebrekkige opvolging op politiek en administratief niveau. Ook kon men erin lezen dat er onvoldoende geld in het GEN-fonds zat om de werken volledig af te werken zoals gepland. “Ik heb toen meteen  een concreet voorstel uitgewerkt om een extra miljard euro – het zgn. ‘deugdzame’ miljard – te lenen om het GEN af te werken”, vertelt François Bellot, federaal minister van mobiliteit. “Door de financiële verdeelsleutel, slaan we twee vliegen in één klap: we maken voldoende budget vrij om het GEN af te werken én de gewesten kunnen veel van hun spoorinvesteringen realiseren.”

Niet vrijblijvend

Op het einde van 2018 kwam het bericht dat de federale overheid met de gewesten een samenwerkingsakkoord over het GEN had ondertekend. “Ik heb bewust gekozen voor het samenwerkingsakkoord, omdat dit de duurzaamheid van de enveloppe garandeert”, legt minister Bellot uit. “Het akkoord moet door de vier parlementen worden goedgekeurd. Het is dus geen vrijblijvende politieke afspraak die een volgende federale regering zomaar kan negeren.”

Pascal Smet, de Brusselse minister van mobiliteit, verduidelijkt dat hij drie pakketten van samenwerkingsakkoorden heeft ondertekend. “Er was het akkoord tussen de federale overheid en de gewesten over de financiering van een strategische spoorweginfrastructuur dat inderdaad nog de zegen van de parlementen moet krijgen. Een tweede is een uitvoerend samenwerkingsakkoord tussen de vier overheden over de voltooiing van de GEN-werken. Dit vereist geen goedkeuring door het parlement. Dat is ook niet het geval met het derde pakket, een bilateraal uitvoerend samenwerkingsakkoord tussen de federale overheid en elk gewest apart. In het geval van het Brusselse Gewest gaat dit concreet over de vaststelling en financiering van diverse spoorwegprojecten in Brussel.”

Stukje Beliris

Dat laatste luik was voor Brussel de moeilijkste hindernis.  Pascal Smet: “We vonden het een probleem dat de federale overheid slechts 19 miljoen euro voorzag. Hiervan nam het er al 6 af voor het perron in Brussel-Zuid, in feite een nationaal en internationaal station. Al bij al bleef er slechts 13 miljoen euro over voor het GEN of S-net, zoals we het nu noemen.”

Bijkomend gaat tien miljoen euro van het mobiliteitsbudget van Beliris, de federale bouwheer voor Brussel, naar de uitrusting van de S-stations. “Zo beschikken we, alles samengeteld, over 23 miljoen euro”, rekent minister Smet uit. “Wat nog altijd onvoldoende is om van het afgewerkte S-netwerk effectief een succes te maken. Om de reiziger kwalitatief te kunnen onthalen en de grote investeringen in spoorinfrastructuur te laten renderen, zijn nog meer middelen nodig. Belangrijk is wel dat we nu samen gaan bepalen waar de investeringen naartoe gaan. Voor ons is het duidelijk: die moeten nuttig zijn voor de reiziger.”

Weinig animo

Het GEN combineert alle vervoersmodi: trein, metro, tram en bus. Om de gebruikers over de streep te trekken, is de zogenaamde tariefintegratie onontbeerlijk: één tarief voor alle vervoersmiddelen in en rond het Brussels Gewest. In een eerste fase zal dit gelden voor de klassieke tarieven, nadien volgen de school- en sociale tarieven. Ook over dit principe zijn de verschillende overheden het eens geraakt. “Op dat punt is de dynamiek toch vooral van Brussel en Vlaanderen gekomen”, stelt Pascal Smet vast. “De federale overheid heeft lang getreuzeld op dit vlak, maar gelukkig heeft minister Bellot zich op tijd constructief opgesteld. Ook al vinden wij dat we te weinig geld krijgen voor het GEN en de federale overheid algemeen te veel bespaard heeft op de spoorwegen, wat nefast is voor de mobiliteit én de luchtkwaliteit: vanuit de Brusselse regering hebben we nooit politieke spelletjes gespeeld. De gebruikers van het openbaar vervoer zouden daar het eerste slachtoffer van zijn.”

Volgens de Brusselse mobiliteitsminister is er in het federale parlement nooit veel animo geweest rond het GEN. “Dat geldt voor alle partijen de afgelopen 30 jaar, zelfs Groen/Ecolo is in dat bedje ziek. Men heeft daar nooit een prioriteit gemaakt van het S-netwerk. Daarom ben ik blij dat minister Bellot, ondanks de voorbije grote besparingen, er in 2016 toch in geslaagd één miljard minder te besparen en naar het netwerk te laten vloeien.”

Fiets- en wandelsnelweg

De uitbouw van het S-netwerk is momenteel al voor 80% gerealiseerd. Welke infrastructuurwerken mogen we in Brussel nog verwachten? Smet: “Vooral aan de stations. Daarnaast hebben we enkele maanden geleden met Infrabel een akkoord kunnen sluiten over het gebruik van de taluds naast de spoorlijnen om fiets- en wandelsnelwegen aan te leggen. Dit zal ertoe leiden dat je heel snel met de fiets Brussel zal kunnen doorkruisen. We zijn al aan de uitbouw hiervan begonnen. Onlangs hebben we het eerste stuk, vanuit Asse, geopend. We gaan daar systematisch mee verder. We zijn volop de dossiers aan het voorbereiden, met alle nodige bouwvergunningen.”

De Brusselse minister is er zich ook van bewust dat de S-lijnen nog om marketinginspanningen vragen. “Vele mensen weten nog niet dat ze op tien minuten van Jette naar Brussel-Noord kunnen treinen. We hebben al initiatieven uitgewerkt met de NMBS, die moeten nu versneld uitgevoerd worden.”

Méér treinen nodig

Hoe vervelend is de val van de regering nu voor dit dossier? “Ik ben optimistisch”, zegt federaal minister François Bellot. “Geen enkele partij zal de verantwoordelijkheid willen dragen om broodnodige en door iedereen gedragen investeringen in de gewesten tegen te houden.” Ook zijn Brusselse collega Smet denkt dat het geen invloed zal hebben, nu alles ondertekend is. “Dit is lopend beleid”, oordeelt hij. “Wel zal de volgende federale regering haar verantwoordelijkheid moeten nemen en ervoor moeten zorgen dat er méér treinen worden ingezet. De frequentie van de S-treinen moet verhogen, zodat je zeker in de spitsuren minstens om het kwartier een trein kan nemen. Ik hoop dat het GEN nu eindelijk in een stroomversnelling mag komen en dat iedereen de moed heeft om de nodige bouwvergunningen af te leveren. Dit netwerk is broodnodig, als je weet dat het overgrote deel van de pendelaars in een zone van 25 kilometer rond Brussel woont.”

Het S-netwerk moet tegen 2031 helemaal voltooid zijn. Dat bevestigt François Bellot. “Het klopt dat de laatste GEN-werken, op de lijn Waterloo-Brussel, uitgevoerd moeten zijn tegen 2031. Maar dan spreken we over de uiterste deadline. Grote delen van het GEN zijn nu al in gebruik. De afgelopen jaren werden drie nieuwe Brusselse stations geopend: Tour & Taxis, Mouterij en Arcaden. Naar aanleiding van de invoering van het vervoersplan in december 2017 werden liefst 72 extra voorstadstreinen in en rond Brussel ingelegd. Enkele weken geleden was er nog de inhuldiging van het derde en vierde spoor tussen Ternat en Brussel op de lijn Gent-Brussel. En op de lijn Ottignies-Brussel willen we vanaf 2023 ieder kwartier een trein laten rijden. We wachten echt niet tot 2031 om een verbeterde dienstverlening te realiseren.”

Delen