Libanon-Jordanië: strategische markten

Door Annabelle Duaut  - 29 maart 2019 om 12:03 | 114 weergaven

Amman Amman, hoofdstad van Jordanië en toegangspoort tot Irak. ThinkstockPhotos

Van 7 tot 12 2018 mei organiseert het Awex, het Waalse Exportagentschap, in samenwerking met Brussels Invest & Export een multisectorale economische missie in Libanon en Jordanië. In het licht van de huidige geopolitieke context in de regio (burgeroorlog in Syrië, Israëlisch-Palestijns conflict) lijkt dit een ietwat ‘verrassende’ keuze. Toch hebben deze twee landen onze bedrijven veel te bieden.

De Libanese economie steunt voornamelijk op privé-initiatieven (90% van het bbp) en import (80 tot 90% van de verbruiksproducten worden geïmporteerd). Dit Franstalige land van 6,3 miljoen inwoners kan rekenen op zeer actieve privéoperatoren (immobiliën, banken, toerisme, gezondheid, luxe, bouw …) en op een markt die bijzonder gastvrij is voor Europese producten. De grote regionale openheid van het land vormt bovendien een ideale springplank naar andere markten in het Midden-Oosten of Afrika. Dankzij structurele hervormingen en de geleidelijke heropening van handelsroutes in de regio verwacht Moody’s dat het Libanese bbp in 2018 met ongeveer 3% groeit.

Door zijn grens met Syrië vormt Libanon op vele vlakken een vanzelfsprekende partner voor de wederopbouw van het Syrische grondgebied. De werf wordt op 220 miljard dollar geschat: het overgrote deel van de Syrische infrastructuur moet volledig worden heropgebouwd. “Belgische bedrijven kunnen via Libanon een deel van de Syrische markt veroveren”.  Vooral de sectoren van de (hernieuwbare) energie, de bouw en de gezondheid (medisch toerisme, cosmetische chirurgie, medicijnen) bieden voor Belgische bedrijven mooie kansen.

Het Jordaanse potentieel

De opkomende Jordaanse economie is “dienst-georiënteerd” en staat “zeer open voor buitenlandse handel”. Dit land van 10 miljoen inwoners is voor een groot deel van zijn behoeften afhankelijk van de import. Het biedt bovendien een belangrijke toegangspoort tot Irak, waarmee het zeer nauwe economische en commerciële relaties onderhoudt. Sinds de oorlog in 2003 zijn trouwens veel Irakese bedrijven naar Amman verhuisd.

Het nationale bbp wordt grotendeels aangedreven door financiële diensten, toerisme, handel, ICT en immobiliën. De Jordaanse economie werd in de jaren 2000 – een periode van sterke groei – grotendeels geliberaliseerd en geprivatiseerd. De Wereldbank voorspelt voor het land een jaarlijkse economische groei van 2,5% tegen 2020 en houdt daarvoor rekening met de gematigde geopolitieke spanningen en een bescheiden stijging van de olieprijzen. De belangrijkste economische inzet van de komende jaren is de ontwikkeling van de infrastructuur.

De demografische en economische groei verhogen de behoeften aanzienlijk, vooral wat betreft water, hernieuwbare energie, transport, bouw, telecommunicatie en medische sector. Jordanië is van plan om hiervoor publiek-private partnerschappen op te zetten.

In het kader van haar sociale-verantwoordelijkheidsbeleid versoepelde de EU in de zomer van 2016 haar handelsregels met Jordanië. Ze verhoogde ook de rechtstreekse steun aan het land om aan de behoeften van Syrische vluchtelingen te voldoen. In ruil daarvoor beloofde Jordanië om “duizenden Syrische vluchtelingen in zijn bedrijven tewerk te stellen (dit is sinds februari 2016 het geval, nvdr.). Jordaanse bedrijven die een bepaald aantal vluchtelingen een baan aanbieden, betalen de komende tien jaar minder of helemaal geen belastingen op een groot deel van hun exportproducten bedoeld voor de EU.” De Jordaanse politiek beschouwde dit nieuws als een kans om de vluchtelingencrisis tot een economische opportuniteit te maken.

Ondanks de tien jaar oude vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Jordanië, zorgden de erg strenge regels er in 2015 voor dat het land voor slechts 200 miljoen euro aan goederen naar Europa exporteerde.

hub.brussels invest export

Delen

Sybille Motte

International Trade Advisor