Brussel dient zijn productieve activiteiten in stand te houden en te bevorderen

Door Vincent Delannoy  - 16 april 2019 om 10:04 | 60 weergaven

©Belga

De primaire en secundaire sectoren zijn in de hoofdstad van Europa goed voor ongeveer 10% van de toegevoegde-waardecreatie, terwijl het leeuwendeel (70%) naar marktdiensten gaat. Toch vormt de industrie een fundamentele schakel in de waardeketen van de Brusselse economie. Andere sectoren als diensten, verkoop, gezondheidszorg enz. zijn hiervan trouwens bijzonder afhankelijk. Deze industrie draagt rechtstreeks bij tot het stedelijke metabolisme en is een essentiële factor voor groei en innovatie. 

Naast de beroemde sites van Audi in Vorst en Sabca in Haren is ook Viangro een vooraanstaand lid van de Brusselse industrie, meer bepaald als leverancier van de supermarkten. En dan hebben we nog Leonidas, GodivaVanparys, Delacre, talrijke brouwerijen, Plasma Industries, RvB Robinetterie, Umicore, Fabricom, Elia, Sibelga, Danone, Roche, Veolia, Kone, Pfizer, Schneider, Schindler, Ceres, Aquiris, Recupel, Suez, Spie, FluxysCegelec Industry, de MIVBInterBeton, de Etn Antoine, Solvay Industry, Rebeton… en heel veel andere. 

De behoeften van deze industrieën bestaan vooral uit terrein en geschoolde arbeidskrachten. Laten we beginnen met de nodige oppervlakte. Brussel is 162 km² groot. Door de talloze instellingen die er gevestigd zijn, beschikt de stad nauwelijks over grond voor industriële activiteiten. Deze zeldzame ruimtes bevinden zich meestal in de omgeving van het kanaal, waar de vraag naar functioneel gemengde gebouwen steeds toeneemt. Sommige industriële activiteiten zijn echter onverenigbaar met zulke gemengde wijken. Vandaar de noodzaak om voldoende ruimte te reserveren en te behouden voor uitsluitend productieve activiteiten. 

De hoge bezettingsgraad van de door Citydev ter beschikking gestelde ruimte en gebouwen (samen ongeveer 200 ha grond en 190.000 m² gebouwen bestemd voor economische activiteiten) getuigt van de dynamiek van productieve activiteiten in de stad en ook, helaas, van het schrijnend tekort aan ruimte. Bij gebrek aan voldoende zakelijke uitzichten en uitbreidingsmogelijkheden verlaten ondernemingen het Gewest. De pers wijst daar heel regelmatig op.  

Waar gemengde zones zijn gecreëerd (de OGSO’s – Ondernemingsgebieden in de Stedelijke Omgeving), moet deze mix snel in de praktijk worden toegestaan. Dit vereist een soepeler regelgeving (GBPGSV, milieunormenom nieuwe industrieën in staat te stellen zich te vestigen in een harmonieuze co-existentie met de residentiële functie. Vastgoedontwikkelaars dienen een gids van goede praktijken te krijgen om te voldoen aan de bouweisen van productieve ruimtes in OGSO’s.  

Wat de behoefte aan geschoolde arbeidskrachten aangaat, zijn heel wat Brusselse productiebedrijven vergeefs op zoek naar bepaalde profielen, namelijk werkkrachten voor de voedingsindustrie en de chemie, bouwtechnici werfleiders, industriële monteurs, verwarmingstechnici, ingenieurs en technisch ingenieurs. Dit zijn slechts enkele voorbeelden uit de lange lijst van knelpuntberoepenHet onderwijs en de vorming moeten jongeren beter voorbereiden op industriële en technologische beroepen, en dan wel op apparatuur die voldoet aan de jongste marktnormen. Om het hoofd te bieden aan de uitdagingen van morgen heeft Brussel meer ruimte nodig uitsluitend bestemd voor productieve activiteiten, naast een betere opleiding van jongeren in de industrie en de technologie.  

Delen

Vincent Delannoy

Conseiller Économie et Politique Générale