Hoe kan ICT bijdragen aan een duurzame stedelijke mobiliteit?

Door Julien Knoepfler  - 5 mei 2019 om 12:05 | 159 weergaven

D.R.

Hoe verplaatsen we ons morgen in Brussel? Zullen informatie- en communicatietechnologieën ons helpen om de milieu- en maatschappelijke uitdagingen van de stedelijke mobiliteit aan te gaan? Deze vragen stonden centraal tijdens de ‘Hack & Cheese’ sessie, afgelopen februari.

Na energie, gezondheid en openbare diensten, boog de door Hack Belgium en Beci georganiseerde vierde ‘Hack & Cheese’ sessie zich over mobiliteit. Het evenement steunt op een originele formule die tijdens een lunch een zeventigtal beleidsmakers uit verscheidene sectoren van overheid en bedrij fsleven samenbrengt om zonder taboes en op een innoverende manier een belangrijk vraagstuk voor de toekomst van de hoofdstad aan te pakken.

Brusselse ondernemers beschouwen het mobiliteitsvraagstuk systematisch als zeer gevoelig. “De mobiliteit in Brussel veroorzaakt verkeersoverlast, vervuiling van het milieu en een aftakeling van de gezondheid van onze medeburgers. Hoe ontwerpen we ze totaal nieuw dankzij het geweldige potentieel van de opkomende technologieën?” Tot zover de vraag dat rond het kaasplankje werd gesteld. Het vraagstuk sluit trouwens aan bij de initiatieven van Beci en zijn partners rond Mo, de ontmoetingsruimte die sinds maart 2018 specifiek aan stedelijke mobiliteit wordt gewijd (1).

D.R.

 

Duurzaamheid, governance en inclusie

Imre Keseru, Project Leader Urban Mobility aan de Mobi, het Mobility, Logistics and Automotive Technology Research Centre van de VUB, identifi ceerde drie sub-issues:

1. Stedelijke mobiliteit en duurzame ontwikkeling: door onze zoektocht naar concurrentievermogen, flexibiliteit en comfort eisen wij een steeds breder scala aan mobiliteitstoepassingen. Hoe zorgen wij ervoor dat dit aanbod werkelijk duurzaam blijft, zowel voor het milieu als op maatschappelijk vlak?

2. Stedelijke mobiliteit en governance: de toepassing van ICT op de mobiliteitsuitdaging vereist de productie en opslag van aanzienlijke hoeveelheden gegevens over de gedragingen en wensen van de burger-consument. Hoe verbeteren we de toegang tot deze gegevens voor de verschillende spelers in de vervoersector om de politieke besluitvorming zo dicht mogelijk bij de behoeften te brengen? Hoe stellen we de burgers bovendien in staat om ‘bewuste’ bijdragers van dergelijke gegevens te worden (bijvoorbeeld via burgers-observatoria)?

3. Stedelijke mobiliteit en inclusie: het dient gezegd dat er ook inzake mobiliteit winnaars en verliezers zijn. Deze ongelijkheid neemt echter nog toe wanneer de mobiliteit een beroep doet op ICT. Aan de reeds bekende belemmeringen (gebieden in de rand, verpauperde bevolkingsgroepen, mindervaliden enz.) voegen zich de slachtoffers van de digitale kloof. Hoe kunnen we ons in deze context een inclusieve aanpak voorstellen waarbij iedereen profiteert van de voordelen van de toekomstige technologische mobiliteit?

D.R.

De deelnemers aan elk van de zeven tafels konden daarna ideeën uitwisselen. Dit bleek bijzonder positief omdat de groepen zo waren samengesteld dat ze verscheidene perspectieven over de combinatie ‘mobiliteit en nieuwe technologieën’ bij elkaar brachten: politieke spelers, vertegenwoordigers van (para-) openbare vervoersmaatschappijen, ondernemers in de digitale economie, universitaire onderzoekers, specialisten in computergestuurde betalingsoplossingen enz.

Uiteindelijk leidde de vergadering tot concrete voorstellen, die door de rapporteurs van de zeven tafels werden gepresenteerd. De rode draad doorheen al deze standpunten was vaak de vraag naar een betere coördinatie tussen de actoren, los van het taalgekibbel en andere institutionele indelingen die kenmerkend zijn voor ons mooi gewest (en zijn periferie).

Wellicht slaagde deze brainstorming er niet in om alle obstakels voor een geïntegreerd en verantwoord beheer van de mobiliteit weg te toveren. Toch mag worden gesteld dat dit soort bijeenkomsten waardevolle interpersoonlijke contacten bevordert. Afgezien van de ietwat abstracte organisaties zijn zulke persoonlijke banden misschien de meest beloftevolle bron van rationele en harmonieuze oplossingen voor morgen.

 

1 In het geval van Mo gebeurt het denkproces nu op een permanente en structurele manier. Dit leidt tot rapporten en standpunten, zoals het Mobiliteitsmemorandum van Beci, dat vóór de verkiezingen aan de Brusselse overheden werd voorgelegd.

Delen