Mobiliteit in Brussel: metro, fiets… auto?

8 mei 2019 om 12:05 | 72 weergaven

circulation | Circulation 12/03/2018

De hoofdstad is een speciaal geval in het Belgische mobiliteitslandschap. De Brusselse mobiliteit, die centraal staat bij tal van verhitte discussies, is niet alleen een grote maatschappelijke uitdaging, maar ook een dagelijkse beslommering voor veel werknemers. Brusselse werknemers verplaatsen zich immers op een heel andere manier dan de gemiddelde Belgische werknemer tussen zijn huis en werk. Het onderzoek naar de evolutie van de gewoonten van Brusselse werknemers kan helpen om de krijtlijnen uit te tekenen voor ambitieuze, toekomstige mobiliteitsoplossingen die nodig zijn om het verkeer in de grootste stad van het land vlotter te laten verlopen. In de Brusselse versie van zijn Mobiliteitsbarometer tracht Acerta de huidige trends te bepalen. Dit zijn de belangrijkste conclusies.

 

Almaar meer openbaar vervoer

Het ligt natuurlijk ook aan de bijzondere situatie van Brussel, maar het openbaar vervoer kan doorgaans op meer bijval rekenen onder de werknemers in de hoofdstad dan erbuiten. Met 43,3% (een percentage dat nog stijgt) regelmatige gebruikers onder de Brusselse werknemers speelt het openbaar vervoer een hoofdrol in onze hoofdstad. Jaar na jaar stijgen de gebruikscijfers. Dat is vrij bemoedigend, als het vervoersaanbod erin slaagt om aan deze stijgende vraag te voldoen.

 

Perspectieven voor de kleine koningin

Het toenemende gebruik van de fiets voor woon-werkverplaatsingen was al in 2011 een realiteit onder de Brusselse werknemers. Ondanks een lichte stagnatie, zet die stijging zet zich voort in 2018, met 10,9%. De CEO’s en HR-directeurs van hun kant wijzen erop dat hun werknemers steeds vaker geïnteresseerd zijn in een cafetariaplan waarmee ze een deel van hun loon kunnen aanvullen op andere manieren dan met geld. Mobiliteit is immers een belangrijk onderdeel en/of een essentieel aspect van bepaalde cafetariaplannen, die ook in de mogelijkheid van een bedrijfsfiets kunnen voorzien. De werknemer mag die fiets dan gebruiken voor zijn privéverplaatsingen, maar hij moet ook regelmatig worden gebruikt voor woon-werkverplaatsingen. Dit biedt reële mogelijkheden in Brussel, waar de gemiddelde afstand van woon-werkverplaatsingen 14 km bedraagt (minder dan het nationale gemiddelde van 19 km). Nu (elektrische en/of gedeelde) fietsen steeds sneller worden en de fietspaden steeds beter worden, wordt die afstand steeds haalbaarder met de fiets. Het zou dan ook niet verwonderlijk zijn dat de (bedrijfs)fiets de komende jaren terrein wint.

 

De auto: ja, maar nee (of minder)

In Brussel blijft de auto desondanks het populairste vervoermiddel: 48,0% van de Brusselse werknemers rijdt (soms) met de auto naar het werk, maar dat percentage is gedaald. Ter vergelijking: op nationaal niveau is dat nog 76%. 16,8% van de Brusselse werknemers krijgt een bedrijfswagen die ze ook kunnen gebruiken om naar het werk te rijden: dit cijfer daalt ten opzichte van de vorige jaren, wat ook nieuw is. Deze trend volgt de daling van de populariteit van het concept van een bedrijfswagen op zich. Hiervoor zijn er verscheidene verklaringen. Natuurlijk zijn er de door Brussel genomen maatregelen om de mobiliteit te verbeteren: minder parkeerplaatsen, maatregelen om voertuigen met een hoge CO2-uitstoot te weren, enz. Overigens zorgde de gunstige economische conjunctuur voor een sterke stijging van de bezettingsgraad. Dit zien we overwegend bij werknemers die traditioneel eerder uitvoerende taken verrichten en dus niet in aanmerking komen voor een bedrijfswagen. Bovendien staan pas aangeworven werknemers kritischer tegenover dit vervoermiddel dan hun voorgangers. Een bedrijfswagen is niet langer het voordeel bij uitstek dat ze bij de ‘onderhandelingen’ over de loon- en arbeidsvoorwaarden willen bekomen.

 

Mobiliteitsbudget… met een Brussels sausje

Het mobiliteitsbudget, dat op 1 maart laatstleden in voege trad, is de tweede alternatieve oplossing voor een klassieke bedrijfswagen. Voordien kende de uit begin 2018 daterende mobiliteitsvergoeding (beter bekend onder de naam “cash for car”) – weinig verrassend – een zeer matig succes. Volgens recente cijfers van Acerta werd het voorbije jaar slechts 0,065% van de bedrijfswagens ingeruild voor een mobiliteitsvergoeding. Dit betekent dat 65 bedrijfswagens op 100.000 werden ingeleverd: dat is niet veel. Het mobiliteitsbudget is echter een meer geavanceerde maatregel: werknemers die de wagen inleveren waarover ze beschikken (of waarop ze aanspraak kunnen maken), krijgen in ruil daarvoor een budget dat ze aan een of meer vervoermiddelen mogen besteden, om hun mobiliteit te regelen op de manier die het best in hun behoeften voorziet. Het brutobedrag van het mobiliteitsbudget ligt hoger dan de brutomobiliteitsvergoeding en de werknemer heeft meer keuze om zijn budget te besteden. Al deze factoren zouden van het mobiliteitsbudget een groter succes moeten maken. In Brussel in het bijzonder zou het mobiliteitsbudget werkgevers en werknemers moeten inspireren. Als de overheden begrijpen dat ze moeten blijven investeren om de infrastructuur te verbeteren en deze aangenamer en veiliger te maken, meer bepaald voor fietsers, zou dit een goede optie kunnen zijn voor tal van Brusselse werknemers.

 

Catherine Langenaeken, senior consultant legal & reward Acerta.

Contacteer ons via legal.bruwal@acerta.be, 02 474 01 06, Buro & Design Center, Heizelesplanade BP 65 te 1020 Brussel.

 

 

 

 

Newsletter HR & Social

  • Blijf altijd op de hoogte, schrijf je in voor de nieuwsbrief HR & Social van Beci (gratis)

 

Delen