Fablabs: welkom in mijn lab!

Door Gaëlle Hoogsteyn  - 17 mei 2019 om 12:05 | 276 weergaven

© Belga

De ‘fablabs’ – een samentrekking van Fabrication Laboratory – komen rechtstreeks uit de Verenigde Staten en schieten in Brussel sneller uit de grond dan paddenstoelenhuizen in Smurfenland. Waar zijn deze laboratoria eigenlijk mee bezig? En hoe kunnen ze de opleiding van studenten aanvullen? We zijn even zelf gaan kijken.  

In 2012 was iMal, langs de Koolmijnenkaai in Molenbeek, één van de allereerste fablabs in Brussel. Het succes liet niet op zich wachten en andere fablabs doken zowat overal in de hoofdstad op. Denk maar aan OpenFab, MicroFactory en onlangs nog Cityfab1, dat op initiatief van het Brusselse Gewest werd gelanceerd. Begin 2019 huldigden de VUB en de ULB officieel hun nieuwe gemeenschappelijke fablabs in, in de voormalige rijkswachtkazerne. Daar wordt onder andere de opleiding in industriële wetenschappen gegeven. Studenten kunnen daar focussen op hun eigen technische vaardigheden en praktische expertise opdoen. Onderzoek speelt daar eveneens een belangrijke rol.  

Wat is een fablab? 

Het concept is in het Bostonse MIT geboren. Eenfablab – een fabricagelaboratorium dus – is een ruimte waar het publiek kan beschikken over machines en gereedschappen voor het ontwerp en de productie van allerlei soorten voorwerpen. Het doelpubliek van fablabs is bijzonder divers: ondernemers die sneller de stap van concept naar prototype willen zetten, ontwerpers/kunstenaars, studenten die willen experimenteren en hun praktische kennis willen uitbreiden en zelfs gepensioneerde burgers die graag wat ‘knutselen’. Elk fablab is anders, maar ze hebben een gemeenschappelijk charter met daarin een aantal na te leven aspecten. Zo moet elk fablab minstens over vier machines beschikken (een 3D-printer, een vinylsnijder, een lasersnijder en een digitale freesmachine). Verder moet het fablab voor iedereen toegankelijk zijn en het delen van kennis bevorderen. Fablabs maken deel uit van een wereldwijd netwerk van lokale open source werkplaatsen. “Er bestaan fablabs van allerlei omvang en oriëntaties om aan de behoeften van verscheidene doelgroepen te voldoen. Het charter waarborgt een open geest en openheid naar het publiek toe. Een van de doelstellingen van dit handvest is ook dat als je hier in Brussel een voorwerp creëert, je het op identieke wijze kunt reproduceren in een van de 1500 andere fablabs in de wereld”, vertelt Nicolas de Barquin, de oprichter van OpenFab 

Het fablab MicroFactory, in Anderlecht.

Studie en praktijk  

“Als openbaar fablab is het onze taak om het concept te demystificeren en toegankelijker te maken voor iedereen, onder andere voor scholen”, verklaart Maïté Dupont, Fablab Manager bij Cityfab1. “Klassieke fablabs werken meestal met een goed ingelicht publiek. Wij willen fablabs bij het grote publiek bekend maken en mensen binnenhalen die dat spontaan niet zouden doen. Om dit te bereiken, organiseren wij cursussen en modules die de mensen vertrouwd maken met het gebruik van de machines. We richten ons heel vaak tot de lokale scholen, met een speciaal aanbod voor dit publiek. De kunst- en technische hogescholen contacteren ons spontaan, want ze zijn op zoek naar oplossingen voor hun studenten, bijvoorbeeld wanneer die schaalmodellen moeten maken.”  

Scholen beschikken immers niet over voldoende middelen om te investeren in de machines die fablabster beschikking stellen. De studenten daar naartoe brengen is dan ook een goed alternatief. De labs bevorderen autonoom werken. Ze stellen studenten en jonge projectdragers in staat om op eigen houtje te leren. OpenFab verwelkomt af en toe zelfstandigen of jonge ondernemers die een prototype willen creëren om hun producten op de markt te lanceren of investeerders te vinden.  

De scholen beseffen steeds meer hoe belangrijk het is om theorie en praktijk te combineren. “De jongeren van vandaag willen op een andere manier leren en actief zijn in hun opleiding. Samenkomen in een fablab, waar je in kleine groepjes aan een echt project werkt, is veel boeiender dan thuis een theoretische opdracht schrijven”, meent Maïté Dupont. Cityfab1 heeft daarom veel vaste bezoekers die regelmatig terugkomen, onder andere architectuurstudenten. 

Nicolas de Barquin beschouwt fablabs eveneens als een leerplaats, maar dan niet gestructureerd. “Ik zie ons fablab eerder als een experimenteerruimte. We willen dat de mensen zich hier op hun gemak voelen om nieuwe dingen uit te proberen. In een fablab kun je alles doen, want het is een soort gereedschapskist.” In samenwerking met Innoviris en vijf andere labs gaat OpenFab op bezoek in middelbare scholen met een ‘FabLab Mobile. “In die scholen organiseren we workshops van een halve dag. Hiermee promoten we de fablabs en ontdekken de jongeren dat ze via die weg ook kunnen leren, vooral als ze meer aanleg hebben voor praktijk dan theorie”, vertelt de oprichter. 

In samenwerking met de Flop Academy, organiseert OpenFab bovendien stages gedurende de vakantie. De Flop Academy is er om bij te dragen tot de groei van toekomstige bedrijven door vandaag de ondernemersgeest te ontwikkelen. In de praktijk helpt zij jongere generaties hun eigen innovatieve oplossingen te kanaliseren via ervaringsgerichte workshops waarmee jongeren beter begrijpen hoe ondernemers denken, praten en handelen. FlopCamps zijn business games waarin jongeren tussen 12 en 16 een team vormen om directe ervaring op te doen met de fasen van een bedrijfsoprichting. Hierbij horen ontwerp, prototype-ontwikkeling, de nodige tests en modellering. Tijdens de stage worden ze bij OpenFab onthaald om hun prototypes te maken”, verduidelijkt Nicolas de Barquin. 

 

De vraag neemt toe  

Een jaar na de opening is Cityfab1 bijzonder tevreden met de eerste resultaten. “Onze trainingen zijn meestal volgeboekt en wij verwelkomen elke maand meer mensen. Er bestaat een echte behoefte. Wij ontwikkelen momenteel nieuwe soorten workshops om tegemoet te komen aan de verwachtingen van het publiek. We zijn ook van plan om samen te werken met instellingen als Bruxelles Formation om ons fablab open te stellen voor werkzoekenden en hen hierheen te brengen met hun opleider. Voor wie op zoek is naar een baan, is inzicht in de werking van dit soort machines een echte troef”, weet Maïté Dupont. 

Een fablab is ook een gemeenschap van mensen die elkaar willen helpen en hun kennis en vaardigheden delen. “Wij komen als Fablab Managers regelmatig samen om praktijken, trends e.d. te bespreken”, zegt Maïté Dupont. “Het beroep is nog relatief nieuw. Vandaar het nut om van elkaar te leren.” Elk fablab is in zijn eigen wijk verankerd en heeft daarom specifieke kenmerken. Steeds meer mensen tonen belangstelling. Voor onze deskundigen is de markt verre van verzadigd. Op termijn wenst Nicolas de Barquin ook de erkenning van de in het fablab verworven vaardigheden, bijvoorbeeld door middel van de door de Gemeenschappen verleende minicertificaten. “Er moet een manier worden gevonden om de opgedane ervaring te evalueren. De portfolio van prestaties kan trouwens het CV trouwens aanvullen of zelfs vervangen. Ik wens dat de praktijk binnen het fablab in aanmerking zou komen voor het vinden van een baan”, concludeert hij.

 

 

Delen