Voor of tegen de verplichte vergoeding van stagiairs?

Door Mehdi Ferron  - 7 juni 2019 om 09:06 | 137 weergaven

@Getty

Afgelopen maart gingen in Québec meer dan 40.000 studenten de straat op om betaling te eisen voor alle stages. Een dergelijk debat is ook in België gerechtvaardigd.   

 

 

Angela Sciacchitano, secretaris-generaal van de ABVV Jongeren 

De beloning van stagiairs is voor ons een evidentie. Aangezien de stagiair betrokken is bij de productie van waarde binnen het bedrijf, verdient hij te worden betaald. Daarom dringen wij aan op de veralgemening van de overeenkomst over beroepsinlevingsstages. Deze overeenkomst voorziet in de mogelijkheid om de stagiair tot 796 € per maand te betalen en verplicht de werkgever om hem te verzekeren tegen arbeidsongevallen. Dit is een billijke vergoeding die aangepast is aan de realiteit van de stages, die gedeeltelijk bestaan uit een leerproces dat in verband staat met de studierichting, maar ook uit een echte professionele bijdrage. 

Bovendien zien we dat de stagiairs overgekwalificeerd zijn. Dit is namelijk het geval in Brussel, waar Europese lobbies vaak stagiairs aanwerven op een indrukwekkend academisch en professioneel niveau. Zij maken misbruik van hun vestiging in de Europese wijk om hooggekwalificeerde jongeren in dienst te nemen voor louter productief werk. De hogescholen en universiteiten zijn soms zelfs medeplichtig, want ze moedigen studenten aan – of dwingen ze – om blindelings stages te aanvaarden om hun studiejaren te valideren. We hebben dan te maken met studenten van wie de CV’s echte vaardigheden aantonen en die toch onbetaalde stages doorlopen om tegemoet te komen aan de academische richtlijnen.  

Laten we de ondernemingen eraan herinneren dat het doorlopen van een stage een serieuze kost vertegenwoordigt voor de student (huisvesting, vervoer, beroepskleding …). Ook zien we dat studenten, die vaak afhangen van een studentenjob om in hun basisbehoeften te voorzien, niet langer de tijd of de energie hebben om zowel een stage als een studentenjob aan te nemen.  

  

Joris Vandersteene, Senior Manager HR Projects, VBO 

De beslissing om een stagiair al dan niet een vergoeding toe te kennen, moet door de werkgever worden genomen en mag in geen geval worden opgelegd. Stages zijn zeer divers, van observatie tot eindstage. Bovendien bestaat de stage uit twee componenten: het leerproces binnen de gastorganisatie en het integreren van de stagiair in de waardecreatieketen. Toch stellen we vast dat, afhankelijk van de duur van de stage of het opleidingsniveau van de stagiair, de balans in de ene of andere richting zal overhellen.  

Deze stages maken meestal deel uit van het academisch parcours van de studenten. De opvang van één of meerdere stagiairs in een onderneming is een noodzakelijke aanvulling op het onderwijs zelf, dat op zich niet voldoende is om jongeren optimaal te integreren in de Brusselse beroepswereld. De stagiair moet dus in de ervaring die hij in de onderneming opdoet, een vorm van beloning vinden, via de consolidatie van zijn theoretische en technische kennis. Bedrijven verplichten om stagiairs in alle omstandigheden een vergoeding toe te kennen, beperkt zowel de mogelijkheden van ondernemingen om studenten te ontvangen en op te leiden, als de mogelijkheden van studenten om een eerste of tweede beroepservaring op te doen 

Ten slotte zou deze betalingsverplichting ontegenzeggelijk gevolgen hebben voor KMO’s en starters. Het is echter binnen zulke bedrijven dat ondernemerschap het sterkst aanwezig is. De jongeren krijgen de kans om volledig geïntegreerd te worden in de strategische dimensie die deze bedrijven voortstuwt. We moeten de ondernemersgeest in Brussel stimuleren, en dat kan via aanmoediging en inspiratie, niet door steeds meer beperkingen op te leggen aan bedrijven. 

Delen