City of Things in Antwerpen

4 oktober 2019 om 16:10 | 647 weergaven

@Getty

Wanneer onderzoekers, bedrijven, overheden en burgers samen experimenteren, kan een stad relatief snel slimmer worden. Dat bewijst City of Things, de Smart City-proeftuin in Antwerpen. 

 

Claude Marinower

We drukken Claude Marinower, Antwerps schepen van digitalisering en innovatie, en Jan Adriaenssens, die het City of Things-project van imec leidt, de hand in The Beacon, de vlakbij de Schelde gelegen, gloednieuwe innovatiehub voor Internet of Things (IoT) en Artificial Intelligence (AI). De voorbije jaren ontstond in Antwerpen een sterk ecosysteem rond digitale innovatie en economie, wat gepaard ging met een spectaculaire groei van het aantal startups en scale-ups, steekt schepen Marinower van wal. “Het is de ambitie van het Antwerpse bestuur om daarin internationaal de top 10 te halen.” 

Het technologische onderzoekscentrum imec voelde die ambitie en ontrolde daar – zeer strategisch –het programma City of Things. De stad beschikt dus sinds 2017 over de grootste Vlaamse proeftuin voor slimme technologie. 

 

 

Testbed 

The Beacon is het interdisciplinaire hart van waaruit imec zijn Smart City-initiatieven voor heel Vlaanderen coördineert. Jan Adriaenssens: “We doen hier aan onderzoek, maar zijn tegelijk een testbed voor Smart City-oplossingen. Vaak beginnen we zelfs met een ‘proof of concept’. De feedback stuurt onze onderzoekers vervolgens weer aan. Zo krijg je sneller zicht op wat je op het terrein nodig hebt.” 

City of Things focust zich momenteel op vier domeinen: mensen, mobiliteit, leefomgeving en technische architectuur. Wat dat laatste betreft, hamert Jan Adriaenssens op de interoperabiliteit: slimme systemen mogen gerust van verschillende fabrikanten komen, maar ze moeten wél vlot aan elkaar te linken zijn. Interoperabiliteit is niet vanzelfsprekend. Vandaar het belangrijk van een testbed in Antwerpen.” 

 

Mondige burgers 

Een eerste proof of concept is de Smart Zone, zeg maar het uitstalraam van de Smart City, gevestigd in de Antwerpse volkswijk Sint-Andries. “Evident was de opstart niet”, getuigt schepen Marinower. De buurtbewoners van Sint-Andries staan om hun nieuwsgierigheid en mondigheid. Toch heeft imec in de mate van het mogelijke op elke vraag een antwoord gegeven.” Met al die camera’s in de straten hadden de burgers vragen bij de privacy. Imec legde uit dat misbruik van de data uitgesloten was en richtte daar de expertengroep Privacy Ethics Trust & Security (PETS) voor op. De buurtbewoners ontpopten zich uiteindelijk als echte partners, vanuit het besef dat de Smart Zone goed voor hun eigen ontwikkeling en die van de wijk was.  

Claude Marinower gooit er een Afrikaans gezegde tegenaan: ‘Als je snel wil gaan, dan ga je alleen. Als je ver wil komen, dan ga je samen’. Adriaenssens beseft het gevaar dat je onderweg je draagvlak kan verliezen. Hij licht zijn visie op betrokkenheid toe: “We gebruiken bij imec een living lab-methodologie: in je innovatieproces betrek je de eindgebruiker – de burger – bij het testen, creëren en evalueren. Van concept tot userinterface: bij elke fase gaan we in dialoog. Bij een Smart City-project moet je daarin nog iets verder gaan, want die slimme stad moet er ook voor de burgers zijn. Zeker in de internationale context zijn dehackable cities in opmars, waarbij de burger de kans krijgt om zich de stad eigen te maken. Je ziet bijvoorbeeld dat mensen technologie kopen om weerstations in hun tuin te installeren. Met onze Smart City-architectuur moeten we dat soort burgerinitiatieven kunnen ondersteunen.” 

 

Flexibel straatlicht 

Een van de eerste toepassingen van slimme sensoren en draadloze gateways in de Smart Zone is de slimme verlichting op de Sint-Andriesplaats. Adriaenssens: “We sturen de straatverlichting aan op basis van diverse real time data, zoals het aantal mensen dat er passeert, de weersomstandigheden en het soort activiteiten dat er plaatsvindt. Als er bijvoorbeeld gespeeld wordt op het basketbalterrein mogen de lichten wat feller schijnen.”  

Een tweede toepassing kwam er op het complexe vijfarmenkruispunt van de Nationalestraat ter hoogte van het Instituut voor Tropische Geneeskunde. Daar doorkruisen de trams het drukke autoverkeer. “Aan één bepaald zebrapad hebben we eerst het oversteekgedrag geanalyseerd. Vervolgens stimuleerden we via nudgingbijvoorbeeld een quiz of een infoscherm met data over het oversteekgedrag een gedragsverandering, vertelt Jan Adriaenssens. Een slimme oversteekplaats kan ook perspectieven bieden in de nabijheid van scholen of toeristische trekpleisters.” 

 

Samen sterker 

Jan Adriaenssens

Toen de onderzoekers anderhalf jaar geleden de hersenen pijnigden over mogelijkheden om nog sneller te testen, rees het idee van een digitale Smart Zone. Zo ontstond de Digital Twin, een 3D-model van heel Antwerpen. “Daar kunnen we modellen op visualiseren en ‘wat als’-scenario’s op toepassen, legt Adriaenssens uit. Wat gebeurt er met de luchtkwaliteit of de geluidsoverlast als je de snelheid verlaagt of een straat afsluit? We installeerden sensoren op bestelwagens van Bpost die voor ons de luchtkwaliteit meten. Als we die data dan koppelen aan mobiliteitsdata, kom je tot interessante inzichten.” 

Bedrijven en organisaties krijgen door City of Things een duw in de rug. Zo besloot de brandweerzone Antwerpen met de andere partners een hiaat in hun werking (een gebrek aan fijnmazige data over wateroverlast) aan te pakken. Bedrijven kunnen hun profijt doen met de passantenscanning en (geluids)sensoren die nu in de straten zijn aangebracht. Adriaenssens: “Als je als bedrijf inschrijft op het programma moet je de data die je hebt over de Smart Zone ook delen met anderen. De retailsector maakt vaak gebruik van Bluetooth en WiFi scanners en op de baan heb je vaak ANPR-camera’s: allemaal systemen die hun eigen datasets opleveren. Op het platform CityFlows willen we nu al die data combineren om er één model uit te distilleren. Voor bedrijven is het heel interessant om te zien hoe die data kunnen bijdragen tot een verfijnder systeem, waardoor ze hun diensten kunnen verbeteren. Die databundeling levert inzichten op die de mobiliteit, de noodplanning, maar ook de toeristische dienst en de retail ten goede kunnen komen.” 

 

Over grens kijken 

Wat kan Brussel leren van de experimenten in Antwerpen? Adriaenssens: Gezien de complexe structuur van Brussel lijkt het mij een goed idee om op de interoperabiliteit van de datastromen in te zetten. Ook al gaan gemeenten met verschillende providers in zee, als je bij je aanbesteding oplegt dat ze aan dezelfde standaarden moeten beantwoorden, maakt dat niet uit. Dat zou een cruciale stap vooruit zijn.” 

Marinower: “Ik denk dat men in delen van Schaarbeek bijvoorbeeld goed gebruik zou kunnen maken van de slimme oversteekplaatsen. Als je in Amsterdam tramsporen wil oversteken en er is een tram in aantocht, dan gaat er automatisch een alarm af. Er zijn zoveel tragische ongevallen die je met een kleine technologische ingreep kan vermijden.” 

Adriaenssens: “In Vlaanderen kijken we ook over de grenzen. Een tijdje geleden heeft Nederland het Talking Traffic-programma gelanceerd, met onder meer slimme verkeerslichten. De goede elementen daarvan hebben we overgenomen in het Vlaamse Mobilidata-programma. We willen daarmee een systeem bouwen dat geconnecteerd kan worden met het Nederlandse systeem. Op dezelfde manier nodig ik het Brussels Hoofdstedelijk Gewest uit om te kijken naar wat het Vlaams Gewest al doet.” 

 

 

 

Structurele partners van imec en de stad Antwerpen in City of Things zijn onder meer Telenet, Robovision, Orange en TNO. 

 

 

  

  

Delen