“Exporteren is voor Belgen een tweede natuur”

Door Didier Dekeyser  - 29 oktober 2019 om 16:10 | 417 weergaven

Tijdens de redactievergadering met Nabil Jijakli (van achteren gezien): Sybille Motte (International Trade Advisor Beci), Didier Dekeyser (freelance journalist), Emmanuel Robert (Media Coordinator Beci) en Mehdi Ferron (stagiair communicatie bij Beci).

De vroegere Delcrederedienst, die nu al een tijdje Credendo heet, werd in 1921 opgericht om exportgebonden transacties in te dekken. De autonome overheidsinstelling bleek zo nuttig, dat de Belgische Staat al snel besloot om de opdrachten ervan te verruimen. Daardoor geniet de instelling momenteel wereldwijd een uitstekende reputatie bij de exportkredietagentschappen en andere kredietverzekeringsorganisaties. Nabil Jijakli, de dynamische Deputy CEO van Credendo, opent voor ons een deur op de wereld. 

 

Waarom zou een Belgisch bedrijf zich aan een exportavontuur wagen en welke regio’s komen daarvoor het meest in aanmerking? 

België is een klein landje, met een kleine binnenlandse markt, maar heel veel buitenland. Dat exporteren voor Belgen een tweede natuur is, hoeft dus niet te verbazen. Wij staan op de 13e plaats van de wereldranglijst van exportlanden, een krachttoer! Wij mogen gerust trots zijn op de absoluut opmerkelijke openstelling van onze markt: export vertegenwoordigt ruim 85% van ons BBP. Wij zijn een exportland uit noodzaak. En door het talent van onze ondernemers ook een voorbeeldig exportland. Enig minpuntje: wij beperken ons te vaak tot handel binnen Europa en bovendien kijken wij vaak niet verder dan onze naaste buurlanden. Terwijl sterk groeiende markten verderop juist mooie kansen bieden. De voortreffelijkheidscultuur die in België heerst, zowel industrieel als qua diensten of nicheproducten, maakt van onze producten gegeerde uitblinkers die goed te exporteren zijn. 

Momenteel is 70% van onze buitenlandse handel op de EU gericht en dus 30% op de rest van de wereld. Enerzijds leveren opkomende markten meer risico’s op (die echter goed te beheersen zijn), maar anderzijds ook grotere ontwikkelingskansen. Vooral Azië, Afrika ten zuiden van de Sahara en het Midden-Oosten vallen op als bijzonder beloftevolle groeimarkten. 

 

Waarom zijn ze zo beloftevol? 

Exporteren is handel drijven in de klassieke zin van het woord: zoeken naar kansen waarbij vraag en aanbod samenvallen. En er zijn landen en continenten in volle ontwikkeling waar de vraag groter is dan elders. In sub-Saharaans Afrika is twee derde van de bevolking jonger dan 30 jaar en het geboortecijfer blijft er zeer hoog, zodat de behoeften aan infrastructuurwerken alleen maar zullen toenemen. Voor ons is dat een buitenkans, want onze expertise inzake het ontwikkelen en bouwen van ziekenhuizen, wegen, bruggen, tunnels … wordt algemeen erkend. In China zijn 500 miljoen mensen toegetreden tot de middenklasse of staan op het punt om dit te doen bijna evenveel als de totale Europese bevolking! En zij willen zo graag meer consumeren. 

Deze sociaal-demografische gegevens liegen niet, maar ook de politieke context en het karakter van de economische uitwisseling spelen een niet te onderschatten rol. Daarom zijn wij momenteel minder enthousiast over het nochtans zeer reële potentieel van Zuid-Amerika: ontwikkelingen zoals de Argentijnse schuldcrisis, spanningen in Venezuela of corruptie in Brazilië gooien roet in het eten … 

 

Houden factoren als de afstand, buitenlandse wetgeving, verschillen in zakencultuur … geen grote risico’s in voor elke poging tot internationale uitbreiding, die bovendien alleen voor grote groepen is weggelegd 

Een bedrijf hoeft echt niet heel groot te zijn om succesvol te exporteren. Wel zijn er obstakels te overwinnen: een plaatsje veroveren op een markt die er aanlokkelijk uitziet, daar standhouden en succes boeken. Maar zowel federaal als op gewestniveau biedt ons land exportgerichte bedrijven talrijke effectieve instrumenten en ondersteuning om zakelijke kansen op te sporen, inzicht te krijgen in de exportmodaliteiten, sectoren te verkennen, contacten te leggen … De hierboven vermelde organisaties zullen het denken en handelen van elke ondernemer met gezond verstand praktisch ondersteunen. Zodra de plannen concreter worden, zal Credendo als openbare instelling graag haar expertise opgebouwd tijdens bijna honderd jaar en oplossingen ter beschikking stellen. Vooral onze economische en politieke analyses, die een rating per land opleveren, zijn zeer verhelderende preventieve instrumenten. Wij helpen ook bij het opstellen van contracten, zodat ze verzekerbaar en/of financierbaar zijn, en wij houden zelfs rekening met eventuele “noodhulp”, bij het uitkeren van een schadeloosstelling, het innen van achterstallige betalingen enz. Want precies dat is onze rol: commerciële risico’s eerst inschatten en dan inperken. 

 

Wereldwijd is de politieke situatie nu vrij labiel en de economische context nogal onleesbaar. Kijk maar naar de invoerrechtenoorlogen, de devaluatie van de yuan, nieuwe en veelbelovende, maar betwiste of zelfs gekelderde verdragen enz. Wordt exporteren op goed geluk varen 

De nieuwe handelsverdragen bieden meer duidelijkheid en houden beslist nieuwe exportkansen in voor bepaalde sectoren. Maar het is ook waar dat we voor grote uitdagingen staan wanneer verdragen die bij uitstek multilateraal zijn, unilateraal op de helling worden gezet. De sereniteit van de wereldhandel komt in het gedrang door dergelijke voldongen feiten. Ook opgelegde embargo’s zijn problematisch als landen die geen enkele reden hebben om ze toe te passen, daartoe toch worden gedwongen. Internationale betrekkingen hebben inderdaad vaak iets van een rollercoaster. Maar in de handel waren er altijd al risico’s wat zou onze rol anders zijn? Onze landenratings steunen op geavanceerde analyses die rekening houden met al deze bokkensprongen. Verlies daarbij niet uit het oog dat wij wel uitstekend moeten presteren, want als financierings- en kredietverzekeringsorganisatie dragen wij mee het risico dat de ondernemer neemt. 

Los van deze bedenkingen blijft het een feit dat de grootste risico’s voor de kandidaat-exporteur nog altijd het “klantenrisico” en het klassieke “landenrisico” zijn. Daarbij valt het op dat sommige KMO’s, die hun risico’s perfect moeten afdekken omdat ze bij een zware tegenslag kopje-onder dreigen te gaan, meer voorzorgen nemen dat sommige grote bedrijven die veel meer en veel verder exporteren, maar uit nonchalance of door onbekendheid met de risico’s meer gevaar lopen. Voor hen betekent de internationale instabiliteit pas een echte dreiging. 

 

 

Nabil Jijakli, de gastredacteur van dit nummer, is Deputy CEO van Credendo, de openbare kredietverzekeringsinstelling voor de export. Hij heeft voordien gewerkt bij de Nationale Bank en de Europese Commissie. Hij maakte ook deel uit van de commissie die belast was met de voorbereiding van ons land voor de invoering van de euro. 

 

 

Delen