Werkgeversorganisaties: VBO en Beci

Door Vincent Delannoy  - 5 november 2019 om 09:11 | 415 weergaven

Pieter Timmermans is gedelegeerd bestuurder van het VBO sinds 2012 

In federaal België is het VBO actief op nationaal niveau, waar Beci, VOKA en UWE respectievelijk in Brussel, Vlaanderen en Wallonië optreden. In sommige omstandigheden krijgt het VBO bijzonder veel aandacht in de media. Dit gebeurt bij het sluiten van Interprofessionele Akkoorden (IPA’s). De debatten tussen vakbonden en werkgevers richten zich dan vaak op de loonnorm.  

 

Welke rol vervult het VBO en wat zijn de banden met Beci? 

 In sommige opzichten verrichten VBO en Beci hetzelfde werk, maar niet op hetzelfde niveau. Beide organisaties nemen deel aan het sociale overleg en doen aan sectorale vertegenwoordiging, de ene op federaal niveau en de andere op gewestelijke schaal, in Brussel. De twee organisaties verschillen echter op één belangrijk gebied van elkaar: de samenstelling van hun leden. De leden van het VBO zijn uitsluitend sectorale federaties. Bij Beci zijn niet alleen sectorale federaties, maar ook afzonderlijke bedrijven aangesloten. 

 

Waar staat het VBO voor?  

Het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) ontstond in 1973 uit de fusie van het Verbond der Belgische Nijverheid en het Verbond van Belgische Niet-Industriële Ondernemingen. Deze interprofessionele organisatie vertegenwoordigt de werkgevers op federaal niveau. 

VBO-leden zijn geen bedrijven maar federaties van sectorale werkgeversorganisaties (meer dan 50). Elke aangesloten sectorfederatie wordt in de Raad van Bestuur door één lid vertegenwoordigd. De vertegenwoordigde sectoren zijn die van de industrie en de diensten, níet van de non-profitsector. Sommige sectoren behoren tot de middenstand en worden daarom ook niet vertegenwoordigd door het VBO: de ambachten, de handel en de vrije beroepen. 

Als vertegenwoordigende organisatie van de werkgevers neemt het VBO deel aan het economische en sociale overleg op federaal niveau, naast de interprofessionele organisaties van de middenstand en de landbouwers. De onderwerpen die ze samen behandelen hebben te maken met bedrijven en werknemers in alle sectoren, meer bepaald inzake sociaal recht, het federaal werkgelegenheidsbeleid en de sociale zekerheid. Het VBO maakt daarom deel uit van de voornaamste interprofessionele paritaire organen: de Nationale Arbeidsraad en de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven. 

Het VBO verdedigt de belangen van zijn leden in bijna 150 federale, Europese en internationale instellingen, met als hoofddoel te werken aan een optimaal bedrijfs- en investeringsklimaat. Het VBO handelt op basis van lokale kennis dankzij de expertise van de aangesloten federaties maar ook volgens bepaalde waarden, zoals de sociale markteconomie, duurzame ontwikkeling, bedrijfsethiek, goed bestuur, overleg en zelfregulering. 

Het VBO zetelt in een aantal adviesorganen zoals de Raad voor het Verbruik, de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling, de Commissie van de Index en de Raad van Gelijke Kansen. Het neemt deel aan het beheer van de sociale zekerheid door te zetelen in de bestuursorganen van de openbare socialezekerheidsinstellingen. Op Europees niveau is het VBO aangesloten bij BusinessEurope, voorheen bekend als de Union of Industrial and EmployersConfederations of Europe (UNICE). 

 

De Groep van Tien 

Een van de meest bekende taken van het VBO is zijn bijdrage binnen de Groep van Tien, meer bepaald door de rol die zijn gedelegeerd bestuurder Pieter Timmermans hierin speelt. De Groep van Tien is een belangrijk forum voor de federale sociale dialoog. Hij verenigt vertegenwoordigers van de drie grootste vakbonden en, aan werkgeverszijde, van het VBO, de middenstand (UCM en Unizo) en de landbouwers.  

De Groep van Tien onderhandelt om de twee jaar over interprofessionele akkoorden (IPA’s) die betrekking hebben op de arbeidsvoorwaarden en lonen van alle werknemers in de privésector. Deze IPA vormt het kader voor sociale onderhandelingen in de verschillende sectoren. 

De Groep van Tien onderhandelt ook over belangrijke interprofessionele vraagstukken (zoals het eenheidsstatuut voor arbeiders en bedienden). Hij fungeert bovendien als trefpunt tussen de sociale partners en de federale overheid. 

 

 

 

 

 

Banden tussen Beci en het VBO?  

Als interprofessionele organisaties actief in sociaal overleg en sectorale vertegenwoordiging onderhouden Beci en het VBO nauwe contacten. In federaal België vullen de federale en gewestelijke werkgeversvertegenwoordigingen elkaar aan. Ieder vervult, op haar niveau, haar missie binnen het eigen werkingsgebied. 

Afgezien van de gewestelijke eigenheden, vormen de uitdagingen waarmee de werkgevers en sectoren in België worden geconfronteerd, een gemeenschappelijke context met gelijklopende kenmerken die op federaal niveau moeten worden aangepakt. 

 

Delen