2020, een jaar vol verandering

Door Ophélie Delarouzée  -  - 20 december 2019 om 09:12 | 554 weergaven

@Getty

2020 wordt het jaar van de vernieuwing. Hiervan getuigen de hervorming van het Wetboek van Vennootschappen en van de vennootschapsbelasting onder impuls van de regering Michel, maar ook de jongste gevolgen van de zesde staatshervorming, de ecologische vereisten, de sociale verkiezingen of nog de nieuwe internationale handelsregels. De ondernemingen zullen zich in elk geval een aantal inspanningen moeten getroosten om zich aan al deze nieuwigheden aan te passen.  

 

Leren leven met het nieuwe Wetboek van Vennootschappen  

@Getty

Het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen werd op 1 mei 2019 van kracht. Het beoogt een vereenvoudiging, door de bepalingen met betrekking tot privaatrechtelijke groepen onder eenzelfde tekst samen te brengen. Zo vermindert de verscheidenheid aan vennootschapsvormen. Hierbij is het natuurlijk de bedoeling om België aantrekkelijker te maken voor ondernemingen.  

Alle bestaande ondernemingen moeten bij de eerste wijziging van hun statuten, en ten laatste op 1 januari 2024 (1 januari 2029 voor verenigingen), aan het nieuwe Wetboek voldoen. Vzw’s die binnen de grenzen van de wet van 1921 blijven, mogen geen winstgevende activiteiten verrichten. Dit wordt wel mogelijk wanneer ze hun statuten aanpassen aan het nieuwe Wetboek, dat geen onderscheid meer maakt tussen vennootschappen met of zonder winstbejag. 

Vanaf 1 januari zal een test van het netto-activa niet meer volstaan om dividenden uit te keren. Deze test zal gepaard moeten gaan met controles op kredietwaardigheid en liquiditeit, zodat het bestuursorgaan er zeker kan van zijn dat de onderneming haar schulden over een periode van ten minste 12 maanden kan betalen. De bestuursleden zijn hoofdelijk aansprakelijk jegens de vennootschap en derden. Indien de vennootschap over een accountant beschikt, zal deze de historische en prospectieve boekhoudkundige en financiële gegevens in het verslag van het bestuursorgaan moeten beoordelen. De mogelijkheid om tussentijdse voorschotten op de dividenden en op de winst van het lopende jaar uit te keren zal echter een snellere toename van de winst vergemakkelijken.  

 

Een nieuwe fiscale aanpak  

Het jaar 2020 (aanslagjaar 2021) luidt de derde fase in van de inwerkingtreding van de wet van december 2017, die de vennootschapsbelasting hervormt. Het algemene tarief van 33%, dat vorig jaar al tot 29% werd verlaagd, daalt verder tot 25%. Voor KMO’s geldt nu al een verlaagd tarief van 20% op de eerste 100.000 euro belastbare winst. De crisisbijdrage, die sinds 2019 is verlaagd van 3 naar 2%, wordt in 2020 definitief afgeschaft.  

Vanaf 2020 wordt de afschrijving pro rata temporis berekend naar gelang van het aantal dagen van feitelijk bezit van de investering. Voor een investering die aan het einde van het boekjaar plaatsvindt, zal het dus niet meer mogelijk zijn om de afschrijvingen voor het volledige jaar in mindering te brengen. Kleine vennootschappen zullen echter nog steeds incidentele kosten in één keer mogen afschrijven. Het degressieve afschrijvingsregime verdwijnt dus in 2020, maar investeringen van voor 1 januari mogen echter worden voortgezet. 

Nog andere veranderingen worden dit jaar van kracht. Ondernemingen met vrijgestelde reserves zullen tijdelijk gedurende twee jaar worden aangemoedigd om deze om te zetten in belastbare reserves tegen een verlaagd tarief. De aftrek van bepaalde uitgaven wordt eveneens beperkt. Het tarief voor verborgen winsten wordt niet langer gehalveerd wanneer ze worden opgenomen in de rekeningen van een volgend boekjaar. Bovendien wordt er een niet-aftrekbare administratieve boete opgelegd. De kosten van collectief vervoer van personeel tussen huis en werk zijn niet langer voor 120% aftrekbaar. Een ander voorbeeld: administratieve boetes zijn niet meer aftrekbaar. Ook kortingen voor extra personeel en stagiairs worden afgeschaft. 

Inzake voertuigkosten wordt de nieuwe (beperkte) aftrek berekend volgens een formule die rekening houdt met een coëfficiënt vastgesteld volgens het type brandstof en de CO2-uitstoot per kilometer. Het aftrekbare deel van de uitgaven voor wagens mag niet minder dan 50% en niet meer dan 100% bedragen. Voor voertuigen die 200 g CO2/km of meer uitstoten, wordt het aftrekbare gedeelte forfaitair vastgesteld op 40%. Vanaf 1 januari zullen de brandstofkosten, die voordien tegen 75% aftrekbaar waren, dezelfde aftrekbaarheidsberekening volgen als de andere autokosten. 

Groener 

@Getty

Meer biobrandstoffen: de Europese verplichting om het aandeel van biobrandstoffen in elke liter benzine of diesel vanaf 1 januari te verhogen tot 8,5% is in de Belgische wetgeving opgenomen, weliswaar met een percentage van 9,6% (tegenover 5% in E5 benzine en 7% in B7 diesel). De prijs per liter zal aan het tankstation met één tot twee cents stijgen.  

Minder vervuilende wagens: sinds 2018 vormt het ganse Brusselse Gewest een Lage-emissiezone (LEZ). Vanaf 1 januari worden Euro 3 diesel wagens, bussen en bestelwagens (namelijk voertuigen die tussen 1 januari 2001 en 31 december 2005 werden geregistreerd) niet langer toegestaan. Tijdens de eerste drie maanden krijgen overtredende automobilisten een eenvoudige waarschuwing met de post. Vanaf 1 april wordt een boete van 350 euro opgelegd, die na drie maanden kan worden herhaald.  

Duurzamer verplaatsingen: ondernemingen met meer dan 100 werknemers op eenzelfde vestiging moeten uiterlijk op 30 juni 2020 een diagnose van hun mobiliteit indienen. In de daaropvolgende maanden worden ze verondersteld een actieplan te ontwikkelen om het woon-werkverkeer duurzamer te maken en zodoende de impact op het milieu en de verkeersoverlast te verminderen. Beide documenten dienen ten laatste tegen 31 januari 2021 naar Leefmilieu Brussel te worden gestuurd 

Minder plastic: de distributie en het gebruik van plastic voorwerpen voor eenmalig gebruik is sinds 1 juli verboden tijdens evenementen die in de openbare ruimte van Brussel-Stad worden georganiseerd. Het Europese verbod op een lange reeks plastic wegwerpproducten zoals wattenstaafjes, borden, bestek – wordt in 2021 van kracht.  

Organisatie van de sociale verkiezingen  

@Getty

De volgende sociale verkiezingen zijn gepland tussen 11 en 24 mei 2020. Uitzendkrachten mogen dit jaar deelnemen aan de stemming, onder bepaalde voorwaarden. De ondernemingsraad, het comité voor preventie of, bij gebreke hiervan, de werkgever kan in overleg met de vakbondsafvaardiging ook elektronisch stemmen vanaf de gewone werkplek toelaten. 

De wetgeving voorziet tijdens de 150 dagen durende verkiezingsprocedure een aantal termijnen. Die worden bepaald in functie van dag X (begindatum van de verkiezingsprocedure) en dag Y (de eigenlijke stemdag). Let op: de occulte beschermingsperiode voor kandidaten begint op X30, tussen 12 en 25 januari, dus. De vakbondsorganisaties moeten de lijst van kandidaten ten laatste op X+35 indienen. De werkgever moet deze lijst op X+40 binnen het bedrijf meedelen. Beroep tegen deze lijsten kan tussen X+47 en X+61 worden aangetekend. De finale lijst wordt uitgehangen op X+77. De bekendmaking van de verkiezingsuitslagen is vastgesteld op Y+2. De nieuwe verkozenen treden aan op Y+45. 

 

Zorg voor de kleine statuten  

Vanaf 1 januari wordt de toepassing van de wet op arbeidsongevallen uitgebreid tot opleiding. Dit omvat dus ook activiteiten die niet onder de sociale zekerheid vallen, maar in geen geval opleidingen die buiten het wettelijk kader worden georganiseerd. De wettelijke arbeidsongevallenverzekering wordt verplicht voor de meeste leerlingen en stagiairs, die dan volledig gedekt zijn. Mensen die een opleiding volgen zonder loon of tegen een symbolisch salaris, genieten eveneens een beperkte dekking. De werkgever is bovendien verplicht om een onmiddellijke verklaring van tewerkstelling (Dimona) in te dienen voor deze kleine statuten.  

 

Gezinstoelagen: Brussel staat nu aan het roer 

In het raam van de zesde Staatshervorming treedt het nieuwe Brusselse stelsel voor het beheer en de betaling van de kinderbijslag in werking op 1 januari. Het voorziet in de toekenning van kinderbijslag voor elk kind dat op het Brusselse grondgebied woonachtig is, zonder verder onderscheid naar rang tussen broers en zussen. Naast het basisbedrag van 150 euro per kind zijn er sociale toeslagen voor eenoudergezinnen en voor gezinnen met een jaarinkomen van minder dan 45.000 euro. Elk gezin krijgt de garantie dat de uitkeringen ten minste gelijk zijn aan die van het oude stelsel. Famifed wordt vervangen door het nieuwe Brusselse fonds Famiris, dat vanaf 8 februari de eerste betalingen zal doen. 

 

Internationale handel  

@Getty

Nieuwe Incoterms: Incoterms worden aan het begin van elk decennium gepubliceerd. Degene die op 1 januari van kracht worden, beogen vooral gebruiksgemak. Deze reglementering van de Internationale Kamer van Koophandel verdeelt de kosten en risico’s die voortvloeien uit het verkeer van goederen tussen verkopers en kopers. Enkele nieuwigheden: Incoterm DAT (Delivered at Terminal) wordt uitgebreid tot DPU (Delivered at Place Unloaded), waardoor het mogelijk wordt om de kosten en risico’s aan de verkoper in rekening te brengen tot op het ogenblik van het lossen op een geschikte plaats van bestemming, en niet langer uitsluitend een terminal. De FCA (Free Carriage) voorziet nu de optie on-board vrachtbrief (de koper kan de vervoerder de opdracht geven om de verkoper een bewijs van lading aan boord te leveren). Beide partijen hebben ook de mogelijkheid om hun eigen vervoer te organiseren, zonder noodzakelijkerwijs een beroep te doen op een derde partij. Het niveau van de verzekering is voor onderhandeling vatbaar, maar de CIF (Cost, Insurance and Freight) en de CIP (Carriage and Insurance Paid to) voorzien nieuwe standaardverzekeringsovereenkomsten, die respectievelijk alle risico’s of een minimum dekking bieden.  

Vrijhandel met de Asean: de bilaterale handelsovereenkomst tussen de EU en Singapore trad op 21 november in werking. Dit is de eerste in zijn soort in de Asean (Association of Southeast Asian Nations). Een andere handelsovereenkomst werd met Vietnam ondertekend en zal in 2020 in werking treden, na ratificatie door de parlementen van beide partijen. Ook in Azië is de vrijhandelsovereenkomst met Japan sinds februari 2019 van kracht, en die met Zuid-Korea sinds 2015.  

Deze overeenkomsten, die op termijn de douanerechten met 99% willen verlagen, houden een economisch potentieel in voor zowel de EU als België. Singapore (foto hierboven) is de grootste handelspartner van de EU in de Asean, met een bilaterale handel van meer dan 53 miljard euro aan goederen en 51 miljard euro aan diensten. Het land is de elfde grootste handelspartner van België buiten de EU, met meer dan 1400 Belgische bedrijven die voor meer dan 1,4 miljard euro naar Singapore exporteren, terwijl België voor 4,3 miljard euro uit Singapore importeert. Wat Vietnam betreft, exporteren bijna 700 Belgische bedrijven, waarvan 85% KMO’s, voor 500 miljoen euro, tegenover 2 miljard euro aan invoer.  

Brexit op komst? De terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de EU was oorspronkelijk gepland voor 29 maart 2019, maar nu uitgesteld tot 31 januari 2020. Tegen dan moet een meerderheid van het Lagerhuis de in oktober in Brussel gesloten echtscheidingsovereenkomst nog goedkeuren. De overgangsperiode na de Brexit zal naar verwachting eind 2020 aflopen. Deze termijn lijkt weinig realistisch, rekening houdend met de tijd die vereist is om een vrijhandelsovereenkomst te ontwikkelen. Zonder een verlenging van één tot twee jaar, bestaat er een reëel risico van een minimalistische handelsovereenkomst die nauwelijks zal verschillen van een no deal. Ook voor de bedrijven zou uitstel welkom zijn, want ze hebben wat tijd nodig om zich aan te passen. Hoe dan ook wordt 2020 een overgangsjaar, waarin het Verenigd Koninkrijk zijn toegangsrecht tot de interne markt behoudt en de Europese wetgeving blijft naleven.  

Delen