Digitalisering: ergens halverwege

Door Elisa Brevet  - 27 december 2019 om 10:12 | 316 weergaven

@Getty

Interne ontwikkeling van applicaties, CRM en samenwerkingstools om op afstand te werken … Iedereen is volop met digitalisering bezig. Maar beantwoordt dit aan de verwachtingen van de ondernemingen? Is de extra efficiëntie voldoende?  

 

Bedrijven zijn zich in de afgelopen jaren massaal gaan digitaliseren, maar het proces verloopt niet uniform. Sommige ondernemingen stellen zich nog steeds terughoudend op terwijl andere er resoluut voor gaan. Jean-Michel André, oprichter van meerdere Brusselse hotels (Jam Hotel, Le Berger, Le Jardin Secret), behoort in elk geval tot de tweede categorie: “Dankzij de digitalisering in het hotelwezen kun je een hotel openen die drie maanden later vol is. Vroeger duurde het 3 tot 4 jaar om hetzelfde resultaat te bereiken.”  

“Dankzij de digitalisering in het hotelwezen kun je een hotel openen die drie maanden later vol is. Vroeger duurde het 3 tot 4 jaar om hetzelfde resultaat te bereiken.” 

Jean-Michel André, hoteleigenaar  

 

Dagelijks gebruikt Jean-Michel een hele resem digitale tools. Met de channel manager werkt hij zijn prijzen automatisch bij op de tientallen websites waar hij zijn kamers verkoopt. Net als bij vliegtickets veranderen die prijzen constant. Hij beschikt dus over nog een ander instrument om de prijzen van de concurrenten te evalueren en zijn eigen tarieven daar op af te stemmen. Bovendien heeft hij verscheidene bots opgezet om in real time met de internetgebruikers te communiceren. “De dagelijkse strijd voor een hoteleigenaar is zijn kamers verkocht krijgen. Booking neemt een marge van 18%. Dat is zwaar, maar het blijft een fantastisch hulpmiddel. Wij moeten dit alles dus op een vernuftige manier regelen.”  

Wel, om dit te regelen deed onze ondernemer geen beroep op een IT-professional, maar op een licentiaat archeologie! “Stel je voor: die kerel is constant op zoek naar het beste idee. Eén keer per maand komt hij me opzoeken met nieuwe tools om te innoveren. Een zeer waardevolle medewerker!” 

 

Foodsector nu ook digitaal  

Thierry Goor’s Brussels Food Market project is uitermate ambitieus. De man is de uitdaging aangegaan om 17 restaurants samen te brengen in hartje Brussel, op een oppervlakte van 2600 m². Het welslagen ervan heeft hij ruimschoots te danken aan de digitalisering: “Digitaal is het spil van ons concept. Wij aanvaarden geen cash, alleen betalingen met de kaart. We hebben bovendien onze eigen app ontwikkeld waarmee de klant ter plaatse kan bestellen zonder in de file te moeten aanschuiven. Hiermee kan hij ook van buitenaf bestellen, o.a. take away. Zodra de gerechten klaar zijn, ontvangt de klant een pop-up op zijn telefoon. De Food Market Wolf ontwikkelde zelfs zijn eigen bezorgsysteem: “Wij wilden absoluut een systeem dat koeriers op een eerlijke wijze bezoldigt. En wij willen geen waaghalzen op de baan.” Thierry besloot om alles via digitale communicatie te laten gebeuren. Bijna 80% van het communicatiebudget wordt trouwens aan Instagram besteed. Het communicatieteam van de Food Market werkt samen met een netwerk van een honderdtal Brusselse influencers. 

“Digitaal is het spil van ons concept. Wij aanvaarden geen cash, alleen betalingen met de kaart. 

Thierry Goor (Wolf) 

 

De strijd tegen digitale standaardisatie  

Julie Enez is doordrongen van digitale technologie. Deze grafisch ontwerpster staat nu aan het roer van Slide-Up, een netwerk van freelancers actief in de digitale communicatiesector. “Een tijd geleden wilde iedereen zijn website. Dit is ondertussen gebeurd en helaas lijken die allemaal een beetje op elkaar. Ik stel echter tevreden vast dat het tij keert. Ik merk een sterke vraag naar identiteitsvorming. Dat komt goed uit: dit is net mijn voornaamste specialiteit!”  

Als digitale professional zit je met een serieuze uitdaging: de klanten opleiden. “Alles evolueert razendsnel! Wij hangen af van Google, van de veranderingen in zijn algoritmes en de constante evolutie van zijn technologieën. Een website of om het even welk ander digitaal medium bezitten, kan je vergelijken met een voertuig: je moet het dagelijks onderhouden en regelmatig bijtanken als je de wagen in topconditie willen houden.”  

Julie gelooft dat de digitale technologie dezelfde weg zal volgen als drukwerk, namelijk van kwantitatief naar kwalitatief. “De menselijke dimensie mag met de digitalisering niet achterwege blijven. Wel stel ik vast dat het voor bedrijven een uitdaging is om dit aspect te verzoenen met technologische ontwikkeling. Mijn jaar 2020 wijd ik dus aan creatieve en menselijke projecten. Ik citeer graag deze zin van Boris Cyrulnik: ‘Evolutie is geen synoniem van vooruitgang’. Laten we daar even bij stilstaan.” 

“De menselijke dimensie mag met de digitalisering niet achterwege blijven. Wel stel ik vast dat het voor bedrijven een uitdaging is om dit aspect te verzoenen met technologische ontwikkeling. 

Julie Enez, grafisch ontwerpster 

Teamgeest op afstand  

Hoe behoud je een hechte band met de collega’s en de leidinggevenden ondanks de kilometers, in 2020? Quentin Nickmans kan er van meepraten. De medeoprichter van eFounders, een soort incubator van digitale starters in Brussel en Parijs, moet goed georganiseerd te werk gaan en wil dat trouwens steeds meer doen: “Dankzij digitale tools kunnen we heel veel op afstand doen, maar met telewerken is de behoefte aan dialoog nog groter, en dan liefst door onmiddellijk duidelijke regels vast te leggen.” De jonge starters van eFounders beschikken over een hele resem tools om regelmatig afspraken te maken en op afstand te werken: “Wij gebruiken Slack voor het intern collaboratief berichtenverkeer. Instrumenten als Zoom.Us, 1Password of Station zijn voor ons van essentieel belang. Ze geven bijvoorbeeld toegang tot software en wachtwoorden zonder dat je die op de eigen laptop hoeft te installeren. Voor digitale handtekeningen gebruiken we Yousign. En zo vermijden we heel wat tijdrovende afspraken.” Bij telewerken zijn transparantie, dialoog en de juiste digitale instrumenten dus van fundamenteel belang. 

Vandaag kunnen we, naast de geolokalisering van de medewerker, ook de traceerbaarheid van de uitgevoerde taken in real time bijhouden. Op die manier verhogen we de waarde van het verrichte werk en versterken we de transparantie.” 

Patrick Janssens, CEO van Iris Group

 

Een app die de dienstensector op zijn kop zet  

De digitalisering brengt een ware transformatie teweeg in een aantal sectoren. En in elk geval in facility management en industriële dienstverlening. Patrick Janssens, CEO van Iris Group, investeert massaal in digitalisering: “Wij zijn volop We Work aan het ontwikkelen en testen deze app op 700 medewerkers. Vandaag kunnen we, naast geolokalisering van de medewerker, ook de traceerbaarheid van de uitgevoerde taken in real time bijhouden. En we kunnen dit alles documenteren met foto’s of video’s. Op die manier verhogen we de waarde van het verrichte werk en versterken we de transparantie tussen bedrijf en de klant.” De CEO oordeelt dat deze technologie de relatie met het werk radicaal verandert. De medewerker wordt namelijk meester van zijn dienstverlening, voert een gedeelde zelfcontrole uit en stelt de klant gerust.  

In 2020 is de onderneming van plan het aantal gebruikers van de app te verhogen en een meer gebruiksvriendelijke en optimale omgeving te configureren: Dit wordt een ware revolutie, een doorslaggevend ogenblik waardoor de sector grondig zal veranderen.”  

 

Delen