Vóór of tegen een CO2-heffing aan de grenzen van de EU?

Door Johan Debière  - 3 februari 2020 om 08:02 | 355 weergaven

@Getty

Om de CO2-uitstoot te bestrijden, pleiten sommigen voor een laissez-faire’ op de markt, terwijl anderen voorstander zijn van een belasting op ingevoerde producten uit landen die zich weinig of niet bekommeren om hun koolstofvoetafdruk. 

 

Vóór 

Thierry Bréchet, hoogleraar economie aan de Louvain School of Management en onderzoeker aan het CORE (UCL). 

 De Britse econoom en filosoof Ricardo oordeelde1 dat open grenzen voor iedereen gunstig zijn. Toch kunnen we ons niet veroorloven staal uit China te importeren dat daar werd geproduceerd in ecologische en humanitaire omstandigheden ver onder onze eigen criteria. China en India hebben allebei de akkoorden van Parijs geratificeerd. Vooral China investeerde aanzienlijk in hernieuwbare energiebronnen. Nochtans blijft China in absolute cijfers de grootste uitstoter van CO2 ter wereld. India staat op de vierde plaats (net achter Europa). 

In feite ben ik voorstander van een CO2-heffing op alle geproduceerde goederen en op alle markten. Bovendien pleit ik voor een versterking van de ETS markt (nvdr: de EU regeling voor de handel in emissierechten). Beschouw dit niet als een vergelding maar als een eerlijke rechtzetting. De opwaartse aanpassing van de prijs zou een psychologische schok moeten teweegbrengen om de consument aan te zetten zijn gewoontes radicaal te veranderen. 

Deze aanpassingen zijn dringend noodzakelijk. Als we ze niet doorvoeren, zullen de ecologische en milieurisico’s over 20 of 30 jaar enorm zijn toegenomen. Reeds in de 19e eeuw voorspelde Britse economist Jevons het einde van de steenkool2. Hij vestigde in 1884 de aandacht op het risico dat het Britse Rijk zou verdwijnen als het niet tot het besef kwam dat zijn steenkoolvoorraden eindig waren. Hetzelfde geldt vandaag voor alle vormen van grijze energie en voor het vermogen van onze planeet om ongekende niveaus van CO2 te absorberen. Als we daar geen rekening mee houden, gaan we een rampzalige situatie tegemoet. 

 

Tegen 

Rémy Prud’homme doceerde economie aan de Université de Paris XII en aan het MIT.  

 Ik ben gekant tegen een CO2-heffing aan de grenzen. We kunnen trouwens aan Braziliaanse of Indiase producten geen belasting laten betalen waarvan Europese producten zouden zijn vrijgesteld. En nu even serieus: wie zou ooit geloven dat de 27 Europese landen het eens zullen worden over één enkel koolstofbelastingtarief?  

Bovendien zou een dergelijke belasting in de praktijk zeer moeilijk uitvoerbaar zijn. We horen zeggen dat de belasting zou worden berekend aan de hand van het koolstofgehalte van geïmporteerde producten. Goed zo, maar wie kan ons vertellen hoeveel koolstof er in een Bangladeshi shirt of een Chinese batterij zit? (…) Het protectionistische discours vergeet ook dat minder invoer automatisch minder uitvoer betekent. Koolstof of geen koolstof, een invoerbelasting blijft een belasting en leidt sowieso tot vergeldingsmaatregelen. Tot slot zou een dergelijke belasting een kwantitatief te verwaarlozen effect hebben op de CO2volumes en het klimaat. Een vermindering van de CO2-uitstoot met één gigaton tegen 2050 zou tot een temperatuurschommeling leiden van 0,0005°. Ziedaar de winst voor het klimaat van een Europese koolstofbelasting van € 60 per ton CO2. Peanuts! Een aantrekkelijker invalshoek is natuurlijk de steun aan onderzoek, bijvoorbeeld inzake CO2-opslag. 

  

Delen