Brusselse KMO’s moeten nu de digitale stap zetten

12 februari 2020 om 11:02 | 337 weergaven

Olivier Willocx (Beci, links) en Thierry Geerts (Google Benelux)

Eind 2015 bundelde Google de krachten met Beci om de Brusselse bedrijven de digitale wereld binnen te loodsen. De opleiding tot Digital Marketer is toegankelijk voor alle KMO werknemers, evenals voor werkzoekende jongeren, die nadien in contact worden gebracht met werkgevers. 

 Thierry Geerts hoopt als directeur van Google Benelux dat Brussel de hoofdstad wordt van Digitalis, de naam die hij in 2018 in zijn gelijknamige boek aan het land van de geconnecteerde mensen gaf. Deze ambitie spoort Brusselse ondernemers aan om het voortouw te nemen, bijvoorbeeld door lokale leveringen voor kleine winkels te ontwikkelen of door online nieuwe films aan te bieden, net na hun lancering in de bioscopen. Hij bespreekt dit alles met Olivier Willocx, CEO van Beci. 

 

Waarom besliste u om uw opleidingen in België te richten op bedrijven? 

Thierry Geerts:Vandaag wonen we in Digitalis, een nieuw land van 4 miljard mensen die zijn aangesloten op het internet. Het concept toont aan hoezeer onze wereld is veranderd. U kunt mensen in Singapore e-mailen, producten kopen in China of chatten met jeugdvrienden via WhatsApp. De zakelijke dimensie? 4 miljard potentiële klanten in één klik. Alle bedrijven, ook kleinere, staan in het middelpunt van de wereld en kunnen alles verkopen aan iedereen, waar dan ook ter wereld. De Belgen zijn hyper geconnecteerd, maar helaas zijn hun bedrijven dat nog helemaal niet. In België vloeit 70% van de internethandel naar het buitenland. Zelfs Belgische stripverhalen moet u in Frankrijk bestellen. Belgische bedrijven besteden nog steeds gemiddeld 79% van hun marketingbudget aan traditionele media en dus slechts 21% aan digitale. In Nederland is dit 65% digitaal en 35% traditioneel. Er ligt een efficiencywinst van 40% voor het grijpen in marketing. Met digitale marketing bereikt u uiteraard het traditionele publiek, maar weet u ook precies hoeveel mensen uw advertentie hebben gezien en hoe lang ze die hebben bekeken. U krijgt bovendien gegevens die inzicht verschaffen in wie uw klanten echt zijn. 76% van de Belgische bedrijven die in 2016 failliet gingen, hadden geen website. Vandaag volstaat een site niet meer: u moet ook aanwezig zijn op de mobiele media. En over twee of drie jaar lopen bedrijven die geen gebruik maken van kunstmatige intelligentie het risico failliet te gaan.” 

  

Waaraan ligt deze terughoudendheid? 

Olivier Willocx: Vergeleken met de Franse markt is de Belgische zeer klein en in taalgebieden gefragmenteerd. Digitale connectie is er misschien minder vanzelfsprekend, maar ik merk geen terughoudendheid. Eerder belangstelling, maar dan meteen met de vraag ‘hoe moet dit?’. Veel ondernemingen hebben hun website toevertrouwd aan een of andere jeugdige webdesigner en zijn nu teleurgesteld over de resultaten. Aanwezigheid op het net is niet voldoende. U moet bepalen waarom u dat doet en hoe. De ganse organisatie moet erachter staan. Dit is een strategisch debat. Velen verwarren Facebook, Instagram & co met digitalisering. Toch zou de aanwezigheid op de sociale media slechts 2,5% van de strategie moeten inpalmen. De digitalisering moet binnen het bedrijf worden beheerst. Dat betekent niet dat een beroep op externe consultancy niet meer mag. Dingen delegeren wil niet zeggen dat je ze kwijtspeelt. Toch moet de digitalisering in het DNA van het bedrijf gegrift staan. Als de baas oordeelt dat hij daar niets mee te maken heeft, is zijn bedrijf op sterven na dood. Zo heeft een grote Belgische operator zijn marktaandeel zien verdwijnen naar Zalando. Het is ook niet omdat een bedrijf lokaal actief is, dat het kan beweren met digitalisering niets te maken te hebben. Ik herinner me een winkel waar de managers klaagden dat ze geen klanten meer hadden. Ik keek even naar Google My Business een gratis tool die ze niet kenden en daar las ik slopende reviews, in tegenstelling tot hun drie directe concurrenten, op minder dan 30 meter afstand! 

T.G.: “Er zijn nog steeds bedrijven die denken dat het niet hoeft – of die de zaken verkeerd aanpakken. Het is niet eenvoudig. Het is zelfs nogal ingewikkeld. Bij digitaal is de variantie groter. Het belangrijkste risico is onoplettendheid. Als een concurrent een verkooppunt aan de overkant van de straat opent, is iedereen op oorlogspad. We organiseren meteen promoties, we houden de prijzen in de gaten… Maar als een webwinkel opengaat, reageren we niet. Ik zat in de raad van bestuur van een grote KMO, waar mij werd verteld dat het bedrijf digitaal bezig was en een consultant had. Toch werd daar slechts 5% van de tijd besteed aan digitaal en 50% aan inventarisatie! Peter Hinssen, de Vlaamse goeroe van de digitalisering, spoort iedereen aan om na te denken over overmorgen. Laten we niet te veel focussen op vandaag of, erger nog, op verleden ellende. We moeten nadenken over wat er morgen gaat gebeuren, en niet alleen onder de vorm van een begroting. Vandaag wordt de toekomst uitbesteed aan een of andere werknemer, of zelfs aan een consultant. In de digitale wereld moet consultancy dienen om de kennis van bedrijven te vergroten. Om controle te hebben, moet je inzicht in zaken hebben.” 

 

Zijn uw opleidingen voldoende om de verandering van perspectief te bewerkstelligen? 

T.G.:We hebben 5 miljoen trainingen georganiseerd in Europa en bijna 90.000 in België. We hebben de nadruk gelegd op jongeren in Spanje, wegens de hoge werkloosheid, en op KMO’s in België, omdat zij het potentieel niet benutten. We trainen bedrijfsleiders, marketingmanagers of CIO’s. We trachten hun kijk op de digitale wereld te veranderen. In feite zou dit op de basisschool moeten beginnen. In België organiseren gemotiveerde leerkrachten, vzw’s of ouders tal van initiatieven, maar in de onderwijsprogramma’s staat er niets. Kinderen leren hoe ze de straat moeten oversteken, maar niemand vertelt hen hoe ze de informatiesnelweg die er langs loopt moeten gebruiken. 

O.W.: We maken een transformatie van de economie mee. In tien jaar tijd zouden in Brussel 600.000 mensen moeten worden opgeleid. Vandaag raadpleeg ik alle actoren, zowel overheid als privé, om na te gaan hoe dit moet gebeuren. De grote moeilijkheid is dat deze overgang voor het eerst niet concreet is, niet gekoppeld aan een machine. Met digitalisering hebben we ons losgekoppeld van de computer. De vraag is nu hoe je moet nadenken. Het bezit van data is nutteloos, maar het verkeer ervan opvangen is wel interessant. Bezit betekent niet veel meer. De theoretische modellen van vraag en aanbod worden nog steeds aangeleerd. Nu, het is niet storend om daar een uurtje aan te besteden, want om de nieuwe modellen te begrijpen, moet je met de eenvoudigste beginnen. Vandaag is er wel degelijk een evenwicht op sommige markten, maar op bepaalde seconden, in functie van de IP-adressen en het prijsbeleid van de concurrenten. We hebben mensen nodig die deze ingewikkelde modellen kunnen begrijpen. Sommige universiteiten passen zich aan, andere niet.  

 

Als België inderdaad achterop hinkt, waarom zou Brussel in staat zijn om de hoofdstad van Digitalis te worden? 

T.G.:Kleine stappen zijn ingewikkelder dan een grote ambitie. Dat deed Kennedy in de jaren ’60 toen hij besloot de mens op de maan te doen landen. Als we in België, net als de vorige regering, beweren dat we twee plaatsen in de digitale rangschikking van landen willen gaan winnen, verliezen we er twee. Maar door aan te kondigen dat we in Brussel in 2020 de ‘Expo AI Brussels’ gaan organiseren, inspireren we iedereen: niet alleen politici met ambitieuze doelstellingen, maar ook universiteiten en bedrijven. De ULB en de VUB staan wereldwijd aan de top en er zijn veel AI-laboratoria in Brussel. 

O.W.:De Belgen zijn zeer bescheiden, maar hebben heel veel externe contacten. Nergens anders ter wereld vind je zoveel talenkennis en zoveel getrainde mensen. » 

  

De Belgen zijn hyper geconnecteerd, maar helaas zijn hun bedrijven dat nog helemaal niet. 

Thierry Geerts

 

“Het volstaat niet op het net aanwezig te zijn. U moet weten waarom en hoe. De hele organisatie moet erachter staan. Dit is een strategisch debat.” 

Olivier Willocx 

 

Delen