Heropleving van de lokale economie van Elsene

Door  - 10 april 2020 om 15:04 | 188 weergaven

Audrey Lhoest (V.R.)

Heropleving van de lokale economie: interview van Audrey Lhoest (Elsene)

Welke impact zal de gezondheidscrisis hebben op de lokale economie in Brusselse gemeenten? Hoe kunnen we de schade inperken en tegelijk het herstel aanwakkeren? We stelden die vragen al aan de gemeenten Brussel-Stad, Ganshoren en Ukkel. Nu is Elsene aan de beurt, bij monde van mevrouw Audrey Lhoest (Écolo), schepen van Handel en Economische Ontwikkeling.

“We hebben een eerste reeks gemeentelijke maatregelen getroffen, als aanvulling op de federale en gewestelijke initiatieven”, vertelt mevrouw Lhoest. Elsene heeft onder andere de heffingen op het gebruik van de openbare weg opgeschort. Dit betreft bijvoorbeeld de horecaterrassen. Op haar website publiceert de gemeente bovendien een lijst van handelszaken die maaltijden leveren of meeneemmaaltijden aanbieden. Verder gaf Elsene de toestemming om voedingswinkels zeven dagen per week en ‘s avonds tot 22 uur te openen. Op die manier kunnen die zaken tijdvakken reserveren voor senioren.

“Ik wil er voor zorgen dat niemand in de kou blijft staan”, verklaart ze. “We moeten nadenken over aanvullende maatregelen om het huidige aanbod van de federale regering en het Gewest aan te vullen. We blijven nadenken over de steun die de gemeente kan bieden. En daarbij horen een gemakkelijker toegang tot opleidingen in e-commerce, een nauwe samenwerking en overleg met alle betrokken spelers, waaronder Beci en het Centrum voor Ondernemingen in moeilijkheden, en de bevordering van alle privé ondersteuningsinitiatieven – en dat zijn er heel wat! We gaan bovendien een budget toewijzen aan een steunfonds, dat moet worden gebruikt voor extra maatregelen, naast de bestaande, of om het herstel te vergemakkelijken.”

Audrey Lhoest hamert erop: de nieuwe start moet op voorhand al op een doordachte manier worden aangepakt en transvers georganiseerd, aan de hand van een gezond overleg tussen alle gemeenten en het Gewest. “Ik vind het hoogst belangrijk dat we allemaal eensgezind te werk gaan om onze inspanningen en financiële middelen te richten op de begunstigden die ze het hardst nodig hebben. Ik denk voornamelijk aan onze reële economie: onze lokale ambachtslieden en bedrijven, die bijdragen aan een lokale economie, geconcentreerd op ons grondgebied, en die bovendien zorgen voor niet-delocaliseerbare, kwaliteitsvolle en fatsoenlijk betaalde banen. Dit is een van de lessen die we uit deze crisis kunnen halen. Het is hoog tijd om de zaken anders en beter aan te pakken en het individu en zijn omgeving opnieuw centraal te stellen in ons economisch model.”

 

Delen