Exportstimuli nu moderner

13 april 2018 om 12:04 | 1332 weergaven

De Brusselse Staatssecretaris voor Buitenlandse Handel Cécile Jodogne presenteerde tijdens de eerste Club Export, de nieuwe vorm die de financiële steun aan export vanaf 1 januari zal aannemen voor de ondernemingen van het Gewest: een verbeterde versie van de bestaande formule, aangevuld met nieuwe hulpmiddelen.

 

 

Cécile Jodogne

Ondernemingen die internationale markten willen benaderen of hun aanwezigheid wensen uit te breiden, gebruiken bijna volledig het jaarlijkse budget van 3,5 miljoen euro dat hiervoor is weggelegd. Om de financiële prikkels voor export zoveel mogelijk te rentabiliseren, deed de Staatssecretaris een beroep op de ondernemingen en de werkgeversorganisaties (waaronder Beci). Dit leidde tot een vereenvoudiging van het stelsel, meer steun voor starters en exporteurs die nieuwe markten willen benaderen, en meer vrijheid in het gebruik van de aan ondernemingen uitgereikte bedragen. De nieuwe formule biedt een betere complementariteit met het actieplan van het gewestelijk agentschap Brussels Invest & Export (BIE), maar wil ook “beter overeenstemmen met de steeds veranderende behoeften van de KMO’s, dankzij een grotere flexibiliteit”, aldus Cécile Jodogne.

De aanvragen voor gewestelijke steun, zowel in het raam van export als voor economische expansie en innovatie, zullen op termijn op één enkel digitaal platform worden samengebracht. De steun bij rekrutering voor specifieke projecten gericht op de ontwikkeling van export bestond al onder een andere vorm; deze hulp wordt nu volledig geïntegreerd met de financiële steun bij export, om de duidelijkheid van het aanbod te vergroten. En wat betreft commerciële prospectie, wordt de toepassing van forfaitaire tegemoetkomingen in aanvaardbare kosten verder veralgemeend. “Voor bedrijven was het bijzonder omslachtig om de minste onkostennota bij te houden, vooral binnen het team dat alle bewijsstukken moest onderzoeken”, geeft Cécile Jodogne toe. “De invoering van forfaitaire bedragen voor vervoer- en verblijfskosten, met specifieke tabellen voor elk land, zal het volume te leveren bewijsstukken verkleinen.” De kosten voor voeding en maaltijden komen echter niet meer in aanmerking, om de middelen voor het voornaamste aan te wenden.

Commerciële prospectie, ingaan op aanbestedingen buiten de Europese Unie of deelnemen aan vakbeurzen … Het maakt niet uit: de beperkingen op het aantal gefinancierde personen per reis vallen weg ten gunste van een jaarlijks budget per initiatief, waarbij de onderneming zelf beslist over de verdeling van de middelen. Bovendien wordt het begrip ‘vakbeurs’ uitgebreid tot andere evenementen, waaronder sectorale congressen, virtuele beurzen, press days en showrooms.

De steun bij de vestiging van een vertegenwoordigingskantoor buiten de EU werd weinig gebruikt, bij gebrek aan flexibiliteit. Deze maatregel wordt nu vervangen door een steun bij het huren van een werkruimte in een service center. Weinig ondernemingen hadden inderdaad behoefte aan een volwaardig vertegenwoordigingskantoor nog voor de opstart van activiteiten in een land.

 

Een boost voor starters en nieuwe exporteurs

Voor starters zal de steun toenemen van 50 tot 75% van de bedragen die ze in promotie en de deelname aan vakbeurzen investeren. En ook voor prospectiereizen in Europa mogen ze op een hogere tussenkomst in de kosten rekenen.

Ondernemers die een door BIE of een van zijn partners georganiseerde vorming tot export hebben gevolgd, krijgen 75% van hun prospectieverplaatsingen terugbetaald. “Wij vinden het belangrijk dat ondernemingen die bereid zijn zich internationaal uit te breiden, van ons steun krijgen”, verklaart Cécile Jodogne. “Wij gaan de hulp uitbreiden voor bedrijven die kunnen aantonen dat ze zich hebben voorbereid op de benadering van een nieuwe markt.” Er wordt dus zorg gedragen voor een goed beheer en het behoud van de geloofwaardigheid. “Wanneer een initiatief wordt opgevolgd, kan de steun eventueel worden verhoogd. Op die manier verbeteren we ook de impact van onze economische missies.”

Met deze herziening ontstaan trouwens twee nieuwe steunmaatregelen: de ene om prospects en potentiële klanten naar Brussel te lokken, de andere voor het deponeren van een merk, de registrering en de certificering in het buitenland. Een budget zal ook worden toegekend om de aanwervingskosten van een werknemer belast met de buitenlandse ontwikkeling gedeeltelijk te dekken, met een maximumbedrag van 20.000 euro per jaar en per onderneming.

Delen