Jean-Claude Daoust, voormalig voorzitter van BECI: “Politici kennen het bedrijfsleven nauwelijks”

13 januari 2023 om 15:01 | 45 weergaven

Jean-Claude Daoust trad bijna veertig jaar geleden toe tot onze Raad van Bestuur. Hij was er de voorzitter van tussen 2010 en 2013. Hoe beoordeelt hij de rol van een Kamer van Koophandel, de evolutie ervan en de betrekkingen met de politieke wereld?

Onder welke omstandigheden werd u lid van onze Kamer van Koophandel?

Dat was in de jaren ’80. In die tijd wilde de Kamer van Koophandel jongere leden in haar bestuur opnemen. Toen bestond de raad van bestuur uit notabelen van vooraanstaande Brusselse handelshuizen als het Lederhuis Delvaux, La Maison du Porte-Plume en andere ondernemingen met een grootse traditie. Ook al was Daoust al meer dan 50 jaar lid van de Kamer van Koophandel, het was vrij vernieuwend om een vertegenwoordiger van een dienstverlenend bedrijf in het bestuur op te nemen.

Waarom hebt u het voorzitterschap van BECI aanvaard?

Ik was eerst voorzitter van het VBO van 2005 tot 2008. Dat werden drie spannende jaren van onderhandelingen waarin ik de werkgeversgemeenschap vertegenwoordigde bij de federale overheid. Ik had het geluk Guy Verhofstadt te ontmoeten en minstens een keer per week met hem te vergaderen. Daarna was Yves Leterme aan de beurt. Ik kwam tot het besef dat de federale regering gebukt ging onder vakbondseisen. Tijdens deze vergaderingen stond ik alleen te midden van de drie vakbonden die om de beurt allerlei verwachtingen kwamen voorschotelen. De zoektocht naar een evenwicht was een hachelijke oefening, herinner ik me nog.

Na de drie jaar van dat niet-hernieuwbare mandaat bij het VBO, vroeg BECI mij of ik belangstelling had om zijn voorzitterschap over te nemen en het Brusselse bedrijfsleven te vertegenwoordigen. Ik heb dit aanbod aanvaard omdat de federale regering Brussel niet goed kent en alleen naar Vlaanderen kijkt, en omdat de politieke wereld de ondernemers nietbegrijpt. Deze uitdaging leek me tegelijk aantrekkelijk en nuttig.

Hebt u een verandering vastgesteld in de rol van onze Kamer van Koophandel?

Haar rol gaat hoe langer hoe meer de politieke toer op. Promotie van de handel zoals in de jaren tachtig is nu voltooid verleden tijd. De klemtoon ligt ondertussen veel meer oponderhandelen. Ik hoop dat ik me vergis, maar ik heb de indruk dat het bedrijfsleven bijna constant onder vuur ligt. Dat is althans het geval in Brussel, waar een groot aantal besluiten wordt genomen om de ontwikkeling van het bedrijfsleven te belemmeren. Het ergste is dat we niet eens meer geraadpleegd worden. Een Kamer van Koophandel weet niet noodzakelijkalles, maar het zou goed zijn om ten minste vooraf even naar haar eventuele bezwaren te luisteren, zodat besluiten nadien met kennis van zaken worden genomen. Hoewel zij voor duizenden banen zorgen en een grote bijdrage leveren aan de economische ontwikkeling, hebben bedrijven geen stemrecht, dat weet iedereen.

Is er een gebrek aan communicatie tussen politiek en bedrijfsleven?

De ervaring heeft me aangetoond dat de opeenvolgende regeringen, de politieke macht in het algemeen en alle partijen weinig of niets afweten van het bedrijfsleven. Of anders hebben ze er een simplistische visie op. Die twee werelden begrijpen elkaar niet en wantrouwen elkaar. Vandaar het belang van een Kamer van Koophandel die als een brug tussen beide fungeert.

Wat hebben de voorzitterschappen van VBO en BECI u geleerd?

Ik ben er altijd van overtuigd geweest dat bedrijfsleiders niet in hun eigen wereldje mogenblijven. Contacten met collega’s, concurrenten en mensen met heel andere beroepsactiviteiten zijn bijzonder verrijkend. Je leert veel als je niet op je eilandje blijft zitten. Je verrijkt anderen met je eigen ideeën en dat werkt ook in omgekeerde richting. Ik heb veel opgepikt van de inspiratie, ideeën en mislukkingen van anderen. Dat werkt erg inspirerend. Het feit dat Daoustwerd geciteerd toen ik een standpunt innam en tijdens en interviews had uiteraard invloed op de reputatie van het bedrijf dat ik leidde.

Welke boodschappen zou u meegeven aan (toekomstige) ondernemers?

In dit sombere klimaat heb je een flinke dosis optimisme en moed nodig om te ondernemen en te blijven ondernemen. Ik stel met veel plezier vast dat jonge mensen beginnen aan projecten met ideeën die ik geweldig vind, en met nieuwe technologieën die ik soms helemaal niet begrijp. Dit bevestigt dat de tijd rijp is voor creativiteit, dat we altijd kunnen heropleven, zelfs in moeilijke tijden. Ongeacht hun geslacht, hun afkomst, hun niveau of hun diploma, zeg ik tegen hen: Petje af! Vooruit, ondernemen en volharden!”

We moeten die mensen absoluut aanmoedigen. Dat is de rol van een organisatie als BECI.”

 

Over de auteur

Julien Semninckx, BECI en Vlan Journalist

Delen