Klaar voor de sociale verkiezingen 2020?

11 november 2020 om 15:11 | 666 weergaven

Stelt uw onderneming minstens 50 voltijdse equivalenten tewerk? Dan zijn de sociale verkiezingen van november 2020 ook van toepassing voor u. 

 

1. Sociale verkiezingen om personeelsafgevaardigden te kiezen

Het doel van de sociale verkiezingen is om personeelsvertegenwoordigers aan te duiden die zullen zetelen in de overlegorganen: de “Ondernemingsraad” (OR) en het “Comité voor Bescherming en Preventie op het Werk” (CPBW). In de betrokken ondernemingen worden om de 4 jaar sociale verkiezingen gehouden. Dit jaar worden ze gehouden tussen 16 en 29 november 2020.

 

2. Onderneming = Technische Bedrijfseenheid (TBE) 

Om te weten of uw onderneming sociale verkiezingen moet organiseren, moet men zich baseren op het aantal werknemers dat in uw onderneming (of ondernemingen) tewerkgesteld zijn, die alleen (of samen met anderen) een technische bedrijfseenheid (TBE) vormt.

Concreet is de technische bedrijfseenheid een entiteit die voldoende economische en/of vooral sociale autonomie heeft om als een samenhangend geheel te worden beschouwd. In de praktijk komt de TBE niet noodzakelijkerwijs overeen met de juridische entiteit van uw onderneming.

Dit betekent:

– dat er meerdere technische bedrijfseenheden binnen eenzelfde juridische entiteit kunnen zijn.

– dat meerdere ondernemingen samen kunnen worden beschouwd als een enkele technische bedrijfseenheid.

 

3. Waaruit bestaan de twee sociale overlegorganen (OR en CPBW)?

Hieronder vindt u basisinformatie over de aard en de bevoegdheden van de sociale overlegorganen (OR en CPBW), een samenvatting van de verkiezingsprocedure en juridische mededelingen.

sociale entreprise

De ondernemingsraad

Toepassingsvoorwaarden:

    • In ondernemingen die gewoonlijk gemiddeld minstens 50 werknemers tewerkstellen
    • In ondernemingen die bij de vorige verkiezingen een raad hebben opgericht (of hadden moeten oprichten), op voorwaarde dat zij gemiddeld ten minste 50 werknemers tewerkstellen. Als de onderneming gemiddeld minder dan 100 werknemers tewerkstelt, is het niet nodig om leden van de ondernemingsraad te kiezen. Hun mandaat wordt uitgeoefend door de personeelsafgevaardigden die in het Comité voor preventie en bescherming op het werk zijn gekozen.

 

Samenstelling:

De ondernemingsraad is een orgaan dat bestaat uit enerzijds de door de werknemers van de onderneming gekozen vertegenwoordigers en anderzijds de door de werkgever uit de directieleden aangeduide vertegenwoordigers. Deze laatste mogen in aantal niet groter zijn dan de werknemersvertegenwoordigers.

De raad wordt voorgezeten door de werkgever of een van zijn vertegenwoordigers. Het secretariaat van de ondernemingsraad wordt verzorgd door een werknemersvertegenwoordiger.

Bevoegdheden:

De Ondernemingsraad komt ten minste eenmaal per maand bijeen en oefent de volgende bevoegdheden uit:

    • informatieopdracht
      • aangaande economische en financiële aangelegenheden;
      • aangaande tewerkstelling.
    • raadplegingsopdracht, in het bijzonder met betrekking tot :
    • de werkorganisatie, de arbeidsomstandigheden en het rendement;
    • de invoering van nieuwe technologieën;
    • opleiding en omscholing;
    • herinschakeling;
    • het personeelsbeleid;
    • de structurele veranderingen van de onderneming;
    • collectief ontslag en brugpensioen;
    • de sluiting van de onderneming of van enkele van haar afdelingen.
    • beslissingsopdracht, in het bijzonder met betrekking tot :
    • de criteria voor ontslag enwederindienstneming;
    • het beheren van de maatschappelijke werken
    • het arbeidsreglement;
    • jaarlijkse vakantie;
    • de vervanging van de feestdagen
    • betaald educatief verlof;

De organisatorische regels voor de toepassing van het recht op loopbaanonderbreking en het eventuele uitstel van ouderschapsverlof .

    • controleopdracht, in het bijzonder met betrekking tot:
    • de sociale en industriële wetgeving;
    • de sociale reclassering van personen met een handicap;
    • de criteria voor beroepskwalificatie;
    • stages en de inschakeling van jongeren.

 

Het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk

Toepassingsvoorwaarden:

In ondernemingen die gewoonlijk gemiddeld minstens 50 werknemers tewerkstellen.

Samenstelling;

Het Comité is een zogenaamd paritair orgaan dat bestaat uit enerzijds de door de werknemers van de onderneming gekozen vertegenwoordigers en anderzijds de door de werkgever uit de directieleden aangeduide vertegenwoordigers. Deze laatste mogen niet talrijker zijn dan de werknemersvertegenwoordigers. De preventieadviseur verzorgt het secretariaat van het comité.

Bevoegdheden:

“Het comité heeft als hoofdopdracht alle middelen te onderzoeken en voor te stellen en actief bij te dragen aan al wat ondernomen wordt om het welzijn van de werknemers te bevorderen bij de uitvoering van hun werk.

In die hoedanigheid brengt het adviezen uit en doet het voorstellen over het beleid voor het welzijn van de werknemers bij de uitoefening van hun werk, over het globale preventieplan en over het jaarlijkse actieplan dat door de werkgever wordt opgesteld. Het brengt ook wijzigingen aan, houdt toezicht op de uitvoering en evalueert de resultaten ervan.

Het brengt onder meer adviezen uit over :

    • de uit te voeren projecten, maatregelen en middelen die van invloed kunnen zijn op het welzijn van de werknemers ;
    • de planning en invoering van nieuwe technologieën met betrekking tot de veiligheid van de werknemers;
    • alle maatregelen die worden overwogen om de arbeidstechnieken en -omstandigheden van het personeel aan te passen en om beroepsmoeheid te voorkomen;
    • specifieke maatregelen voor de aanpassing van werkplekken om, waar nodig, rekening te houden met werknemers met een handicap;
    • de specifieke maatregelen om de werknemers te beschermen tegen geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag.

Het comité heeft ook andere opdrachten:

    • ontwikkeling en uitvoering van propagandamiddelen en maatregelen betreffende de opvang van werknemers, voorlichting en opleiding op het gebied van preventie en bescherming op het werk.
    • voorstellen om werkplekken en hun omgeving te verfraaien.
    • het onderzoeken van klachten van werknemers met betrekking tot het welzijn op het werk en de wijze waarop de diensten die in toepassing van de wetgeving op arbeidsongevallen worden geraadpleegd, hun opdrachten vervullen.
    • aanduiding van een afvaardiging die onmiddellijk ter plaatse dient te gaan wanneer er ernstige risico’s bestaan en wanneer zich een ongeval of incident heeft voorgedaan.

 

4. Vakbondsafvaardiging

Naast de twee officiële organen (OR en CPBW) wordt na de sociale verkiezingen ook een vakbondsafvaardiging opgericht.

Op verzoek van een (of meer) representatieve werknemersorganisatie(s) wordt een vakbondsafvaardiging opgericht.

Sociale verkiezingen

Deze organisaties hebben alleen het recht om kandidaten voor te dragen voor de verkiezing of de aanduiding van de vakbondsafvaardiging als zij aan bepaalde aanvullende representativiteitscriteria voldoen.

Organisaties moeten erover waken dat de aangeduide personen of kandidaten voor de verkiezingen de verschillende afdelingen van de onderneming vertegenwoordigen.

Indien het mandaat van een vakbondsafgevaardigde eindigt (om welke reden dan ook), heeft de organisatie waartoe hij behoorde het recht om, bij afwezigheid van een plaatsvervanger, een persoon aan te duiden om dat mandaat te voltooien.

 

Algemene bevoegdheden:

    1. De arbeidsverhoudingen;
    2. De onderhandelingen met het oog op het sluiten van collectieve overeenkomsten of akkoorden binnen de onderneming, zonder dat daarbij afbreuk wordt gedaan aan de collectieve overeenkomsten of akkoorden die op andere niveaus zijn gesloten;
    3. De toepassing in de onderneming van de sociale wetgeving van de collectieve arbeidsovereenkomsten, van het arbeidsreglement en van de individuele arbeidsovereenkomsten;
    4. De naleving van de algemene beginselen vastgelegd door de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 5 van 24 mei 1971.
    5. Het recht om individuele en collectieve geschillen te beslechten. Wat de collectieve geschillen betreft, heeft de vakbondsafvaardiging het recht om door het hoofd van de onderneming of zijn vertegenwoordiger te worden gehoord wanneer een dergelijk geschil binnen de onderneming ontstaat of dreigt te ontstaan.Individuele geschillen moeten door de betrokken werknemer via de normale hiërarchische weg worden ingediend. Deze laatste kan verzoeken zich te laten vertegenwoordigen door een vakbondsafgevaardigde. Bovendien heeft de vakbondsafvaardiging het recht om te worden gehoord in geval van een individueel geschil dat niet op deze manier kan worden opgelost.

 

Om individuele en collectieve geschillen te voorkomen, moet de vakbondsafvaardiging vooraf op de hoogte worden gebracht van alle wijzigingen die de contractuele voorwaarden en de gebruikelijke arbeids- en loonsvoorwaarden kunnen wijzigen. Zij moet met name op de hoogte worden gebracht van wijzigingen die voortvloeien uit de wet, collectieve overeenkomsten of bepalingen van algemene aard die in individuele arbeidsovereenkomsten zijn opgenomen . In dit verband zijn het vooral de bepalingen die van invloed zijn op de loonschalen en de classificatieregels die van invloed zijn op de functies die aandacht verdienen.

 

Bij afwezigheid van een ondernemingsraad kan de vakbondsafvaardiging de taken, rechten en opdrachten uitvoeren die bij cao nr. 9 van 9 maart 1972 aan de ondernemingsraad zijn opgedragen.

Dit zijn de algemene toekomstperspectieven van de onderneming, de werkgelegenheid binnen de onderneming en structurele veranderingen in de onderneming, met inbegrip van de veranderingen die van invloed kunnen zijn op de werkgelegenheid.

De afvaardiging heeft het recht de werknemers door middel van schriftelijke of mondelinge mededelingen te informeren over beroeps- of vakbondskwesties die voor het personeel van nut kunnen zijn. Deze mededelingen mogen echter de organisatie van het werk niet verstoren.

Daarnaast kan de vakbondsafvaardiging informatievergaderingen organiseren voor het personeel van de onderneming op de werkplek en tijdens de werkuren, maar altijd met toestemming van de werkgever. De werkgever mag niet willekeurig weigeren. Een eventuele weigering van de werkgever moet daarom naar behoren worden gemotiveerd, met name wanneer het gaat om vergaderingen tijdens de onderhandelingen of met het oog op het sluiten van een cao op ondernemingsniveau. De organisatie van vergaderingen op deze tijdstippen wordt namelijk bijzonder gerechtvaardigd geacht. Ter herinnering: het begrip ‘werkplek’ komt niet noodzakelijkerwijs overeen met de plaats waar de onderneming is gevestigd.

Indien nodig kunnen de leden van de vakbondsafvaardiging een beroep doen op de aangestelden van hun vakbondsorganisaties, mits zij de werkgever hiervan vooraf in kennis stellen.

Indien de werkgever het echter nodig acht, kan hij ook een beroep doen op deze aangestelden na kennisgeving aan de vakbondsafvaardiging. Indien een meningsverschil blijft bestaan, kunnen beide partijen een dringend beroep doen op het verzoeningsbureau van het paritair comité.

 

Een op sectoraal niveau gesloten cao moet de wijze vastleggen waarop wordt beslist over een staking of lock-out in geval er geen unanimiteit bereikt wordt. Dergelijke overeenkomsten moeten onder meer voorzien in opzeggingstermijnen om te voorkomen dat de betrokken partijen voortijdig hun toevlucht nemen tot dergelijke middelen. Ook wordt vastgelegd hoe de beslechting van geschillen kan worden bevorderd door een beroep te doen op de werknemers- en werkgeversorganisaties en, indien nodig, op het paritair comité of het verzoeningsbureau.

De leden van de vakbondsafvaardiging moeten over de nodige tijd beschikken om hun opdrachten en activiteiten te kunnen uitvoeren. Deze tijd moet worden vergoed als effectieve prestaties..

 

De onderneming is verplicht om lokalen ter beschikking van de afvaardiging te stellen.

Bovendien moeten de afgevaardigden, gelet op de organisatorische noden van de diensten, de nodige tijd en faciliteiten krijgen om zonder loonverlies deel te nemen aan opleidingen of seminaries.

Deze opleidingen of seminaries moeten aan twee voorwaarden voldoen: ze moeten door de ondertekenende vakbondsorganisaties worden georganiseerd op tijdstippen die samenvallen met de normale werktijden en ze moeten erop gericht zijn hun economische, sociale en technische kennis te verbeteren om hun opdracht als personeelsvertegenwoordigers te kunnen vervullen.

Verdere details moeten op sectoraal niveau worden uitgewerkt.

Moeten vermeld worden:

  • de mededeling, te gelegener tijd van de programma’s van deopleidingen;
  • de bepaling van de afdoende verwittigingstermijn voor de individuele aanvragen;
  • de vaststelling van een onderzoeksprocedure in geval van weigering door de werkgever;
  • de vaststelling van het aantal toe te laten verzuimdagen.

 

Specifieke competenties:

De bevoegdheden en taken van de vakbondsafvaardiging worden haar toegekend door de cao nr. 5 van 24 mei 1971 en door andere rechtsbronnen. In de meeste gevallen gaat het om situaties waarin een specifieke bevoegdheid (gewoonlijk toegekend aan de ondernemingsraad of aan het comité voor preventie en bescherming op het werk) wordt toevertrouwd aan de vakbondsafvaardiging bij afwezigheid van deze organen.

 

Belangrijke laatste nieuwigheden 

De sociale verkiezingen vinden plaats van 16 tot 29 november 2020, in een bijzondere context die verband houdt met de Coronaviruscrisis. Het is dan ook van essentieel belang dat de stemming kan plaatsvinden in omstandigheden van maximale veiligheid.

Aanbevolen wordt om zoveel mogelijk gebruik te maken van de wettelijke mogelijkheden en akkoorden te sluiten via stemming per brief of elektronisch stemmen vanop de gebruikelijke werkplek.

 

De sociale partners hebben een akkoord gesloten om deze wijzen van stemmen specifiek te regelen, zodat deze zo veel mogelijk kunnen worden gebruikt en de rechtszekerheid wordt gewaarborgd. De sociale partners hebben ook gevraagd dat het noodzakelijke wettelijke kader wordt vastgesteld, waar nodig met terugwerkende kracht, om alle betrokken partijen de nodige rechtszekerheid te bieden. Dit wettelijk kader wordt momenteel met spoed ten uitvoer gelegd.

 

Het akkoord van de sociale partners heeft betrekking op de volgende beginselen:

1.Ondernemingen en organisaties die kandidaten hebben voorgedragen, hebben de mogelijkheid om akkoorden te sluiten over elektronisch stemmen op afstand en stemmen per brief, nog na X + 56. Indien nodig kan het aantal stembureaus en de verdeling van de kiezers per stembureau verder worden aangepast in overeenstemming met dit akkoord.

2.Naast de vier hypothesen waarin de wet voorziet, kan voor de werknemers die op de dag van de stemming in de onderneming aanwezig zijn, ook een akkoord over het stemmen per brief worden gesloten, voor het geval de stemming ter plaatse niet veilig kan worden georganiseerd vanwege het Coronavirus.

3.In geval van stemming per brief kan een akkoord worden gesloten met de organisaties die kandidaten hebben voorgedragen, zodat stembiljetten per brief die tot maximaal 5 dagen na het sluiten van de stemming toekomen, bij het tellen van de stemmen als geldige stemmen worden beschouwd. In dit geval wordt het tellen van de stemmen in werkelijkheid uitgesteld.

4.In het geval van een stemming per brief kan de oproepingsbrief samen met de stembiljetten via een gewone prioritaire zending naar de kiezer worden verstuurd: een aangetekende brief is niet meer nodig. Hierbij kunnen getuigen aanwezig zijn.

 

partena professional

Delen