Van verplicht telewerk thuis tot een geleidelijke terugkeer naar de werkplek

14 juni 2021 om 10:06 | 143 weergaven

[genodigde artikel]

In dit zonnige begin van juni waait een wind van vrijheid. Dat rechtvaardigt echter geen zorgeloosheid of achteloosheid. Onze regering herinnerde ons hieraan met de goedkeuring van het ministerieel besluit van 4 juni 2021 tot wijziging van het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 betreffende noodmaatregelen om de verspreiding van het coronavirus Covid-19 tegen te gaan. Tot de maatregelen die voor ons van belang zijn, behoren die welke betrekking hebben op de organisatie van het werk. Zij zijn op 9 juni 2021 in voege getreden. 

Verplicht thuis telewerken blijft de norm voor alle sectoren  

Thuiswerk is verplicht in alle ondernemingen, verenigingen en diensten, met inbegrip van handelszaken, privé- en overheidsondernemingen en -diensten die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de vitale behoeften van het land en de behoeften van de bevolking. 

Dit geldt voor alle personen die bij hen in dienst zijn, ongeacht de aard van hun arbeidsverhouding, tenzij dit onmogelijk is door de aard van de functie, of voor de continuïteit van het bestuur van de onderneming, haar activiteiten of haar diensten. De verplichting geldt voor ambtenaren, loontrekkende werknemers, zelfstandigen, onderaannemers en hun uitgeleend personeel, stagiairs, leerlingen, tewerkgestelde studenten, enz.  

Afgifte van een certificaat voor werknemers die niet thuis kunnen telewerken 

 De werkgevers verstrekken aan de in hun eenheden van vestiging tewerkgestelde personen die niet thuis kunnen telewerken, ongeacht de aard van hun arbeidsverhouding, een attest of ander bewijsstuk waaruit de noodzaak van hun aanwezigheid op de werkplek blijkt. 

Verplichting tot registratie van werknemers wier werk hen niet toestaat thuis te telewerken 

De werkgevers registreren maandelijks, via het elektronische registratiesysteem dat door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid op de portaalsite van de sociale zekerheid beschikbaar wordt gesteld, per vestigingseenheid het totale aantal werknemers en het aantal personen dat een functie uitoefent die niet voor telewerken vanuit huis vatbaar is. Deze registratie heeft betrekking op de situatie op de eerste werkdag van de maand en geschiedt uiterlijk op de zesde kalenderdag van de maand. Indien het totale aantal werkzame personen per vestigingseenheid en het aantal personen dat een functie uitoefent die niet door telewerken thuis kan worden uitgeoefend, sinds de laatste geldige registratie niet is gewijzigd, hoeft de werkgever geen nieuwe registratie te verrichten. 

 Deze registratieplicht geldt niet voor: KMO’s met minder dan vijf werknemers, de bouwsector, de schoonmaaksector en de vleessector, die al onderworpen zijn aan een registratieplicht; bepaalde inrichtingen bedoeld in het samenwerkingsakkoord van 16 februari 2016 tussen de Federale Staat, het Vlaams Gewest, het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest; werkgevers uit de openbare en de privésector die behoren tot de sector van de gezondheidszorg, onderwijsinstellingen met uitzondering van universiteiten, privéscholen en andere opleidingsinstellingen die zelf het loon uitbetalen aan al hun personeel. 

De terugkeer naar de werkplek is onderworpen aan precieze doelstellingen, aan de naleving van strenge regels en is beperkt in tijd en ruimte.  

Het besluit om terugkeermomenten te organiseren moet worden genomen met inachtneming van het sociaal overleg in de onderneming. 

Deze terugkeer moet met de betrokken personen worden overeengekomen, wat betekent dat zij niet kunnen worden verplicht aan deze terugkeermomenten deel te nemen en dat de werkgever aan een weigering geen consequenties mag verbinden. De aanwezigheid op de werkplek moet tot doel hebben het psychosociale welzijn en de teamgeest van deze personen te bevorderen. Zij moeten vooraf instructies krijgen over alle verplichte maatregelen om een veilig verloop van de terugkeer te verzekeren. Zij moeten er ook van geïnformeerd dat zij in geen geval naar de werkplek mogen terugkeren als zij zich ziek voelen, ziektesymptomen vertonen of zich in een quarantaine-situatie bevinden. 

Reizen met het openbaar vervoer tijdens de spitsuren en carpoolen van en naar het werk moeten zoveel mogelijk worden vermeden. 

Deze terugkeermomenten kunnen oplopen tot maximaal één werkdag per week en per persoon. Op een dag mag ten hoogste 20% van degenen voor wie thuiswerken verplicht is, gelijktijdig in de vestigingseenheid aanwezig zijn. Voor KMO’s met minder dan tien werknemers mogen maximaal vijf van de werknemers voor wie thuiswerken verplicht is, tegelijkertijd in de vestigingseenheid aanwezig zijn. 

Wat het ministeriële besluit niet zegt 

In beginsel zijn de verplichting om een attest af te geven en de registratieplicht alleen relevant voor personen met een functie die onmogelijk thuis kan worden uitgeoefend. 

Hoe zit het met een geleidelijke terugkeer naar de werkplek? A priori zijn deze verplichtingen niet van toepassing op mensen die thuis telewerken. Niettemin raden wij de werkgevers aan om er in geval van controle voor te zorgen dat zij voldoende documentatie hebben bijgehouden om de aanwezigheid van hun werknemers in het bedrijf te rechtvaardigen. Bedrijven die tijdens deze pandemie zijn geïnspecteerd, hebben vastgesteld dat de inspecteurs hun werk een beetje te nauwgezet hebben verricht. Een lovenswaardige aanpak, zeker en vast, maar soms is overijverig gedrag schadelijk voor de gezondheid van een onderneming. 

 

Over de auteur

Frédéric Robert, Advocaat en Partner bij Claes, Lehmann, Milde  

Auteur van het boek – Le télétravail à domicile, l’après-Covid ou le retour à ‘l’anormal’ – uitgegeven door Anthemis 

frederic robert

Delen