Verwoestende graafmachines

12 juni 2018 om 09:06 | 1046 weergaven

©DKD Media

In de hoofdstad duwen de werven de handelszaken één na één naar de afgrond. Voor winkels die al gebukt gaan onder de concurrentie van shoppingcenters en e-commerce, betekenen werkzaamheden in de straat soms de doodsteek. Iedereen lijdt trouwens onder het erbarmelijke beheer van onze werken, en om te beginnen het Gewest zelf, dat op die manier zijn eigen imago van aantrekkelijkheid vernielt waarin het anderzijds zoveel investeert.

Rogier, Globe, Reyers, Léon Théodor, Simonis, Wayez, Jourdan, Spiegel … De huidige lijst van grote en kleine graafwerken is op zich al indrukwekkend, maar in feite slechts de zoveelste aflevering van een ellenlange opvolging van rampzalige toestanden waardoor een heleboel handelaars al over de kop gingen. Een handelaar of een oprichter van een ZKO die het risico neemt om zich in Brussel te vestigen, gaat voor zware investeringen en kan zich geen foutenmarge veroorloven. Ondanks de mooie beloftes en al de instellingen die zogezegd steun gaan verlenen, gedragen het Gewest en/of de gemeente zich bijzonder onverbiddelijk met handelszaken, alsof deze winkels nog niet genoeg risico’s moesten beheren.

De steenweg op Elsene is een prachtig voorbeeld van georganiseerde chaos, waar de projectdragers niet moeten opdraaien voor de aangerichte schade. Gelukkig ontmoedigde de MIVB met zijn ondertussen afgeketst project van tramlijn 71 (jarenlang een dreiging) de investeerders die eventueel belangstelling zouden hebben vertoond voor een vestiging in een van de betrokken straten. Met deze onthouding vermeden ze de klappen die de gevestigde zaken in elk geval zouden hebben geïncasseerd. Het is nu eenmaal zo dat consumenten weinig voelen voor ‘paracommando’ shoppen in het opwaaiende stof, op ongelijke grond of in kleverige modder (naargelang van het seizoen), tussen graafmachines en wankele loopbruggetjes. Heel wat zaken gingen definitief dicht, terwijl andere trachten te overleven, met de hoop op niet al te talrijke vertragingen, die onvermijdelijk gepaard gaan met zulke verwoestingen.

De ondervraagde handelaars zijn om te beginnen woedend om de onvoorstelbare traagheid van deze werven, waar meestal slechts tussen 7 en 15 uur wordt gewerkt. Minister Smet rechtvaardigt dit door de wil om een minimum aan mobiliteit te vrijwaren en de buurtbewoners geen last te bezorgen. In de praktijk is deze situatie wellicht te wijten aan budgettaire redenen, waarbij het Gewest en/of een andere opdrachtgever voorrang geven aan werktijden die extra kosten vermijden.

De handelaars betreuren verder dat de verscheidene operatoren hun activiteiten niet onderling coördineren. Als dit in het begin wel zo is (dat beweert althans het Gewest, dat zich bovendien beroemt op zijn prestaties ter zake!), dan houden de gewoonlijke operatoren daar nadien helemaal geen rekening meer mee en wijzigen ze de planning zoals het hun goeddunkt.

Ten slotte zijn de vergoedingen die aan de betrokken ondernemers en handelaars worden uitgekeerd, gewoon belachelijk en onderworpen aan omslachtige voorwaarden (zie kaderverhaal).

©DKD Media

We bespraken dit met Étienne Rigo, CEO van Octa+, de energieleverancier die ook de mobiliteitskaart Modalizy creëerde.

Beci: Uw onderneming is in Brussel bijzonder actief. Hebt u last van de werven?

Étienne Rigo: Natuurlijk. Het wordt bijvoorbeeld bijzonder moeilijk om in de Vijfhoek te leveren. De werven verergeren de op zich al problematische situatie. Het algemene beheer van de mobiliteit in Brussel vind ik vrij onthutsend. Vanuit mijn standpunt als ondernemer, uiteraard, maar ook wellicht vanuit dat van veel andere gebruikers, lijkt de absolute voorrang aan openbaar vervoer en zachte mobiliteit meer een ideologische houding dan een antwoord op de werkelijke vraag en behoeften. Hoe dan ook, het is een politieke en dubieuze strategie. Maar wij hebben onze vertegenwoordigers gekozen, nietwaar? Anderzijds getuigt het beheer van de werven, met zijn invloed op de algemene mobiliteit, van een gebrek aan gezond verstand waartegen we ons terecht kunnen verzetten.

Er wordt vaak geklaagd over de chaotische coördinatie van de operatoren, maar ik klaag vooral de traagheid aan. Alle projecten in Brussel slepen aan, tot groot ongenoegen van allen! Activiteit op een werf betekent een paar mannen die overdag hier en daar bezig zijn. Na 15 uur en in het weekend valt daar niemand meer te bespeuren! Geen wonder dat deze ellende blijft aanslepen, het leven van buurt voor onbepaalde duur verpest en ernstige gevolgen heeft voor de handel en het bedrijfsleven! Ik vind dat het Gewest dringend moet nadenken over de duur van zulke werkzaamheden. Het bestek moet systematisch een criterium van gewogen looptijd voorzien, wat de beste inschrijver op dit punt ten goede zal komen. In de praktijk zou een openbare werf, of beter gezegd een werf die het publiek last berokkent, standaard in twee ploegen van acht uur en zes dagen per week moeten worden georganiseerd.

Minister Smet zegt dat de huidige aanpak precies is bedoeld om hinder te vermijden …

Ik geloof niet dat een langdurige hinder beter is dan een korte, integendeel. Wat de begroting betreft, die berust ongetwijfeld op een verkeerde berekening. Laten we niet vergeten dat zulke werken zeer duur materieel vereisen. Minder stilstand hiervan zou zeker het extra loon voor langere dagen en extra ploegen compenseren. We horen ook dat er een gebrek aan personeel is voor deze werven. Toch verrassend is in een gewest met zo’n werkloosheidspercentage, nietwaar?

Veel openbare werven hebben personeel in dienst dat uit andere EU landen is uitgezonden en dat dus voldoende beschikbaar is voor langdurige opdrachten.

Dat kan best. Reden te meer om het tempo op te voeren. Ik denk namelijk niet dat deze werknemers na 15 uur of tijdens het weekend naar hun geboorteland terugkeren… Ik voeg hieraan toe dat, als de opdrachtgevers uitsluitend in functie van arbeidskosten redeneren, zij twee posten totaal verwaarlozen: de kost voor de samenleving en het milieu!

Het is onaanvaardbaar dat bedrijven en handelszaken zwaar getroffen worden, en soms zelfs failliet gaan. Een dergelijk maatschappelijke kost is totaal buitensporig! En dan heb ik het nog niet over alle andere mensen, u en ik: wat kost het ons allen – dagelijks – om in de file te staan door een gesloten straat hier, een omlegging daar, een pilootproject rond ‘mobiliteit’ zoals op de Leuvensesteenweg…? En wat verliezen de bedrijven door de onvermijdelijke vertragingen van hun werknemers?

Dan zijn er nog de kosten voor milieu en gezondheid. Een 200 meter lange file stilstaande auto’s voor een school lijkt mij moeilijk te rijmen met het volksgezondheidsbeleid of de milieustrategie van het Gewest.

Als dit alles voor u vanzelfsprekend is, waarom dan niet voor het Gewest?

Ik zou zeggen: door gemakzucht en misrekening. Of eerder een verkeerde berekening uit gemakzucht. En een zekere minachting – ik vind geen beter woord – voor de burger. Wanneer we op bepaalde autosnelwegen of wegen vaststellen dat werven tijdens vakantieperiodes drie weken lang volledig lam liggen en dat de weggebruikers ondertussen toch worden gedwongen om zich door kleine strook bewegwijzerd verkeer te wringen, dan is de conclusie duidelijk: deze manier van werken beheren is rampzalig en zelfs walgelijk! Twee extra regeltjes in het bestek en de panelen zouden tijdens de vakantie worden verplaatst. Maar het kan die mannen niet schelen om deze twee regeltjes toe te voegen, en dat is schandalig! De oplossing ligt nochtans voor de hand!

 

Reddende vergoedingen …

Wordt de toegang tot uw bedrijf verstoord door werken? Onder bepaalde voorwaarden kunt u ondersteuning krijgen. U kunt tot € 4.000 € hulp krijgen om uw cashflow te consolideren of om uw kosten te betalen!

In één van de volgende gevallen kunt u een beroep doen op bijstand van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest:

  • U werkt als zelfstandige en u sluit uw vestiging tijdelijk wegens het verrichten van werkzaamheden (begeleiding van micro-ondernemingen die producten of diensten verkopen);
  • U werkt als zelfstandige of u beheert een KMO en u sluit een kaskredietcontract voor werken (steun voor KMO’s in bepaalde sectoren).

Welke vergoeding? Het bedrag van de vergoeding bedraagt 76,30 € per kalenderdag, vanaf de 8ste dag volgend op de sluitingsdatum. De maximale duur bedraagt 30 kalenderdagen, met de mogelijkheid tot verlenging(en) met 60 dagen, zodat de volledige periode van sluiting wegens overlast wordt bestreken. In dit geval wordt de vergoeding betaald tot het moment van heropening.

Onder welke voorwaarden? Klanten hebben geen toegang meer tot de vestiging en rechtstreekse verkoop aan de consument en thuisbezorging zijn verboden.

Dit zijn de bepalingen die momenteel van kracht zijn en die in het najaar zullen worden vervangen door een nieuwe regionale verordening, die het compensatiemechanisme zou moeten vereenvoudigen.

Delen