De flexi-jobs

9 maart 2018 om 09:03 | 1231 weergaven

©Thinkstock

De flexi-jobs, die in 2015 hun intrede deden in de Horeca, worden op 1 januari uitgebreid tot handelszaken en gepensioneerden. Volgens een opiniepeiling van het NSZ wil meer dan de helft van de handelaars in Brussel en Wallonië en meer dan driekwart van hen in Vlaanderen flexi-job werknemers aanwerven. De vakbonden verzetten zich in een gemeenschappelijk front tegen de uitbreiding van deze nieuwe onzekere status.

Vóór

Christine Mattheeuws, voorzitster van het NSZ (Neutraal Syndicaat voor Zelfstandigen)

De lancering van de flexi-jobs in de Horeca moest vooral het gecertificeerd kassasysteem compenseren. De formule is interessant want de werkgever betaalt slechts 25% bijdragen en dat geld komt bij de sociale zekerheid terecht. In september 2017 telde men 28.000 flexi-jobs in 7.300 Horecagelegenheden.

Eind 2017 viel het op dat ook traiteurs, slagers of bakkers heel moeilijk mensen vonden voor occasionele werkuren. Kandidaten werkten liever in de Horeca dan in handelszaken, want met de flexi-jobs is dit financieel aantrekkelijker. Daarom wordt de maatregel nu uitgebreid tot de handelszaken. Horecagelegenheden en kleine winkels staan in de top vijf van de faillissementen. Met de flexi-jobs krijgen ze financieel wat meer ademruimte. Dit betekent geen concurrentie voor de tewerkstelling want een flexi-jobist moet al ergens anders 4/5-tijds actief zijn en er is werk in al deze sectoren!

Zowel in de Horeca als in de handel is het vinden van vast personeel een hele uitdaging. Dit geldt ook voor de tijdelijke werknemers die nu en dan een handje komen toesteken wanneer het bijzonder druk is, want ook die mensen zijn niet opgetogen met avond- of weekendwerk. De zaakvoerder richt de vraag eerst tot zijn eigen personeel, maar niet iedereen is bereid om opnieuw tijdens het weekend te werken. De studenten zijn niet beschikbaar tijdens de examenperiodes en uitzendkrachten zijn duur.

Vroeger ontmoedigden de sociale bijdragen en de belastingen de loontrekkenden die eventueel extra uren naast hun normaal werk hadden aanvaard. Loontrekkenden die vandaag extra uren willen presteren in de horeca of in een handelszaak genieten voortaan een voordeliger systeem, zonder betaling van sociale lasten of belastingen op dit extra werk. Er komen trouwens aanvragen uit andere sectoren, vooral de bouw, die onder een aanzienlijke sociale dumping gebukt gaat, en de tuinbouw.

Tegen

Delphine Latawiec, nationaal secretaris van de handelssector CNE

De maatregel werd eerst opgevat om zwartwerk in de Horeca officieel te maken, ondanks de flexibiliteit die al bestond met hulpcontracten. Een uitbreiding tot de handel is een gevaarlijke stap. De werkgeversfederatie van de grote detailhandelaren liet ons weten dat dit niet beantwoordt aan haar flexibiliteitsbehoeften, maar wij blijven op de hoede. De grote detailhandel beschikt over een aantal onzekere werkovereenkomsten die tegen elkaar concurreren. De deeltijdse werknemers, die de meerderheid vormen, vragen extra uren om hun loon aan te vullen, maar deze uren gaan nu naar studenten en morgen misschien ook naar flexi-jobs.

In de detailhandel kent de franchisesector nagenoeg dezelfde situatie als de grote distributie, met mensen die meerdere winkels beheren maar bijna zonder vakbondscontrole, wegens de kleine omvang van de structuren. De bloemenwinkel of de slagerij kunnen een beroep doen op hulpcontracten, studenten of andere mensen tijdens het weekend. Zij staan achter de flexi-jobs omdat er voor hen weinig andere oplossingen bestaan, maar de creatie van zulke armoedestatussen voor werknemers zal de kleine zelfstandigen niet redden. De flexi-job is vrijgesteld van sociale bijdragen en veroorzaakt dus een tekort, terwijl hij zich nog verder dan de handel riskeert uit te breiden.

Het solidariteitssysteem wordt ontmanteld en de tewerkstelling verliest aan zekerheid om de groei te handhaven en omdat er niet meer voor iedereen werk is. Uitzendwerk was een stap maar vandaag vinden de ondernemingen dit een dure oplossing. Zoals overal in Europa ontstaan er nu jobs waarvan de status steeds lijkt op de beginjaren van de vakbondsstrijd. Het loontrekkende werk gaat eraan kapot. Jonge werkkrachten vervallen van een contract van bepaalde duur naar een interim-opdracht en deeltijds werk dat ze voortaan met een flexi-job aanvullen. En met de daling van de pensioenuitkeringen, komen gepensioneerden nu opnieuw op de arbeidsmarkt via de flexi-jobs. Dit geldt niet voor mensen die hoge functies bekleden, maar voor diegenen die het met een piepklein pensioentje moeten stellen en die binnenkort bij McDonald’s de tafels gaan opruimen, zoals in de Verenigde Staten.

 

Delen